Heirleger

Uit Christipedia
Versie door Kees Langeveld (overleg | bijdragen) op 2 jan 2017 om 07:55
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een heirleger of heerleger is een legerkamp of degenen die daarin zijn, de krijgsmacht. In de Statenvertaling komt 'heirleger' in de ene zowel als in de andere betekenis voor.

Het woord is samengesteld uit heir = schare, menigte (van personen of zaken) en leger = legerplaats, legerkamp.

'Leger' heeft beide betekenissen: legerplaats, legerkamp, of degenen die daarin zijn.

Uit Heir, 1) en Leger, legerplaats. Legerkamp; vervolgens (evenals leger): degenen die daarin zijn; derhalve: krijgsmacht. In de Statenvertaling (zie trommius) in de eene zoowel als in de andere beteekenis.

2Sa 1:2 Zo geschiedde het op den derden dag, dat, ziet, uit het heirleger van Saul, een man kwam, wiens klederen gescheurd waren, en aarde was op zijn hoofd; en het geschiedde, als hij tot David kwam, zo viel hij ter aarde en boog zich neder. 2Sa 1:3 En David zeide tot hem: Van waar komt gij? En hij zeide tot hem: Ik ben ontkomen uit het heirleger van Israël. (SV)

2Sa 1:2 kwam er op de derde dag een man uit het leger, bij Saul vandaan, met gescheurde klederen en aarde op zijn hoofd. Toen hij bij David kwam, wierp hij zich ter aarde en boog zich neer. 2Sa 1:3 En David vroeg hem: Vanwaar komt gij? Hij zeide tot hem: Ik ben ontkomen uit het leger van Israel. (NBG51)

2Sa 1:3 David zei tegen hem: Waar komt u vandaan? En hij zei tegen hem: Ik ben ontkomen uit het kamp van Israël. 2Sa 1:4 Verder zei David tegen hem: Wat is er gebeurd? Vertel het mij toch. En hij zei dat het volk uit de strijd was weggevlucht, dat er ook velen van het volk waren gevallen en gestorven, en dat ook Saul en zijn zoon Jonathan dood waren. (HSV)

Bron

Woordenboek der Nederlandsche Taal. 's-Gravenhage en Leiden: Martinus Nijhoff & A.W. Sijthoff, 1902.