Marcusevangelie/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
< Marcusevangelie
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 4 van het Bijbelboek Marcusevangelie wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

4:1-20 Gelijkenis van de zaaier

Volgorde in de gelijkenis: geen aarde, weinig aarde, goede aarde. Zaad heeft nodig goede aarde. Ontleding: (1) aarde om te ontkiemen en te groeien; (2) diepe aarde: Het moet diep genoeg in de aarde wortelen. In het tweede voorbeeld kreeg het zaad geen wortel, doordat de aarde niet diep was; (3) ruimte boven de aarde, om te groeien

Merk op dat de ondergrond in de eerste twee voorbeelden hard is. Merk op dat in het derde voorbeeld er bovengronds iets gebeurt: verstikking.

Mr 4:11 En Hij zei tot hen: U is de verborgenheid van het koninkrijk van God gegeven; maar tot hen die buiten zijn, komt alles in gelijkenissen, Mr 4:12 opdat zij kijkend kijken en niet zien, en horend horen en niet verstaan; opdat zij niet misschien zich bekeren en hun vergeven wordt. (Telos)

Opdat zij ... niet ... opdat zij niet. Dit is moeilijk te begrijpen. Immers, de Heer wil dat iedereen behouden wordt, Hij kwam om zieken (zondaars) te genezen. Hoe kan hij dan willen voorkomen dat mensen zich bekeren en vergeving ontvangen? Hoe dat 'opdat zij niet' te verstaan? De betekenis is omstreden[1].

  • 'Gevolg'. Volgens de aantekening in de Willibrordvertaling uit 1978 geeft 'opdat zij niet' meer het feitelijk gevolg dan het doel van Jezus' onderwijs aan. De gebruikte Griekse wending, aldus de aantekening in de Willibrordvertaling van 1995, drukt gewoonlijk het doel uit, soms ook het resultaat, of zelfs de oorzaak. "In het joodse taalgebruik, aldus Mark Water[2] , wordt vaak een resultaat beschreven als een van te voren bepaald doel. Uit vs. 22-23 blijkt duidelijk dat de luisteraar zelf moet bedenken wat de betekenis is van het verhaal."
  • 'Opdat de Schrift verwerkelijkt wordt'. Ook suggereert men deze betekenis: ‘opdat de Schrift wordt verwerkelijkt, die zegt.’[1]
  • 'Middendoel'. Volgens sommigen is het ‘opdat’ in vers 12 te verstaan als middendoel, als subdoel, niet als einddoel. Zoals Dächsel het zegt: “Men heeft hier een goddelijke straf op het oog, die de bestemming heeft om op te voeden.” [3]
  • 'Oordeel over de ongehoorzamen'. De Kanttekenaren van de Statenvertaling zeggen: “Met deze woorden, genomen uit Jes 6:9, wordt verklaard het oordeel van God over degenen, die het Evangelie ongehoorzaam zijn. Zie Mt 13:14, en 2 Thess. 2:11, 12.”[4]

4:26-29 Gelijkenis van het zaad, de groei en de oogst

Opnieuw een gelijkenis van het Koninkrijk van God. Dit koninkrijk groeit vanzelf. Aan het eind is de oogst. De stichter is Jezus. Hij is de Heer van de oogst. Uit deze gelijkenis blijkt dat het Koninkrijk van God er nu al is, en wel in een vorm die voor de wereld ten diepste verborgen is. Men ziet wel iets, maar doorziet het niet. De gelijkenis biedt ook troost voor de zaaiers: God geeft de wasdom.

4:26-34 Gelijkenis van het mosterdzaad

Opnieuw een gelijkenis van het Koninkrijk van God. Kenmerken: gering begin; groei en omvang; vogels van de hemel nestelen erin.

Mr 4:31 Als een mosterdzaad, dat wanneer het op de aarde wordt gezaaid, kleiner is dan alle zaden die op de aarde zijn; (Telos)

Mosterdzaad. Zie Mosterdzaad.

Mr 4:32 en wanneer het is gezaaid, komt het op en wordt groter dan alle groenten en maakt grote takken, zodat de vogels van de hemel onder zijn schaduw kunnen nestelen. (Telos)

Vogels van de hemel onder zijn schaduw kunnen nestelen. Deze vogels symboliseren hemelwezens, inzonderheid boze geesten. In de gelijkenis van de zaaier (Marc. 4:1v) staan de vogels, die het zaaisel opeten (4:4), voor de satan, die het woord van het evangelie wegneemt uit de harten van de toehoorders (4:15).

Het koninkrijk van God op aarde eindigt - zo weten wij uit het laatste boek van de Bijbel - in een overspelige toestand, een stad als Babylon gelijk.

Opb 18:2 En hij riep met krachtige stem de woorden: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is een woonplaats van demonen en een bewaarplaats van elke onreine geest en een bewaarplaats van elke onreine en gehate vogel geworden. (Telos)

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Aldus de aantekening in de Willibrordvertaling uit 1995.
  2. Mark Water, Begrijp de Bijbel (Ark Boeken, 2001).
  3. Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op 1 Cor. 4:12
  4. Kanttekening in de Statenvertaling, met gemoderniseerde spelling.