1 Koningen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

1 Koningen of Het eerste boek der Koningen is het elfde boek in de Bijbel. Oorspronkelijk vormde het één geheel met 2 Koningen, en is het het vierde boek van de Nebiïm. Het beschrijft de regering van Salomo, de bouw van de Tempel en de scheiding van het rijk. Daarna worden de regeringsperioden beschreven van een aantal koningen van Juda en van Israël en het optreden van de profeet Elia.

Sleutelverzen: 1 Koningen 9:4-9:

Wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader David, zal Ik de troon van uw koningschap over Israël bevestigen. Maar als u en uw kinderen zich ooit van Mij afkeren, zal Ik Israël uitroeien uit het land dat Ik hun gegeven heb, en zal Ik het huis van voor Mijn aangezicht wegwerpen. (HSV, samengevat)

Geschiedkundige achtergrond

1 en 2 Koningen beschrijven de geschiedenis van het volk Israël vanaf de dood van koning David rond 971 voor Christus tot aan de troonsbestijging van koning Ewil-Merodak van Babylonië in 542 voor Christus. Het gaat dus over een periode van ruim 400 jaar: het rijk na David, de scheuring van het rijk, de wegvoering in ballingschap naar Assyrië van het Noordelijk rijk en uiteindelijk de wegvoering van Juda naar Babylonië.

Salomo erfde het rijk van zijn vader David, na zijn dood viel het rijk uiteen in Juda (2-stammenrijk, Juda en Benjamin) en de overige 10 stammen in het noorden (Samaria) Over Juda regeerden de afstammelingen van koning David, in het noordelijke rijk volgden verschillende dynastieën elkaar op.

Auteur en datering

De schrijver van het boek is niet bekend. Het boek werd geschreven toen de eerste tempel er nog stond, getuige de steeds terugkerende opmerking: "tot op de huidige dag." zie Hoofdstuk 8:8. e.a. Als mogelijke schrijvers wordt Jeremia genoemd, maar ook gedeelten door Nathan en Gad (zie 1 Kronieken 29:29) en mogelijke andere schrijvers. Waarschijnlijk is het boek samengesteld door verschillende geschiedschrijvers en werd de definitieve samenstelling voltooid tijdens de ballingschap. Er wordt regelmatig verwezen naar andere bronnen, bijv. 1 Koningen 11:41; 14:19 en 14:29.

Boodschap

Het verhaal van de koningen van Israël is het verhaal van neergang omdat God niet gehoorzaamd en gediend wordt. De boodschap is: ontrouw aan God wordt bestraft, maar wie terugkeert tot God met zijn hele hart ontvangt genade. Deze waarheid komt bijvoorbeeld tot uiting in de geschiedenis van Salomo. Hij had bijzondere wijsheid van God ontvangen, maar desondanks liet hij zich tot zonde verleiden, met als gevolg: de scheuring van het rijk.

Indeling en overzicht

Salomo wijdt de tempel in.

Hoofdstuk 1-2. Het koningschap van de zoon van David wordt bevestigd, het rijk krijgt steeds hechtere vormen.

Hoofdstuk 3-10. De macht de wijsheid en de rijkdom van de regeringsperiode van Salomo en de bouw en inwijding van de  tempel in Jeruzalem.

Hoofdstuk 11-12:24. Salomo's afgoderij, zijn dood en de scheuring van het rijk onder zijn zoon Rehabeam.

Hoofdstuk 12:25-22:54. De neergang van Israël, het verval tot afgoderij en zijn gevolgen. Het optreden van de profeet Elia.

Samenvatting

Een uitgebreide samenvatting is te vinden op 1 Koningen/Samenvatting.

Opmerkelijke zaken

In hoofdstuk 1:50 en 2:28 wordt voor het eerst melding gemaakt van het gebruik van de horens van het altaar als schuilplaats.

Uit 1 Koningen 5:3-5[17-19] blijkt dat de God van David door Salomo ook wordt genoemd: "mijn God".

Uit hoofdstuk 5:3-5[17-19] en 8:27-30  blijkt duidelijk dat de tempel niet gebouwd was als een huis voor God, maar als een plaats voor "de naam van de Heer." (Zie Deut. 12:2-14) Immers de hemel der hemelen kan zijn grootheid niet omvatten. Hierin verschilde de tempel van God van de tempels van de afgoden.

In 1 Koningen 6:1 wordt de tempelbouw gedateerd op 480 jaar na de uittocht uit Egypte. In werkelijkheid was het echter 573 jaar na de uittocht. Dit was voor vele geleerden een struikelblok. Maar ernstige bijbelonderzoekers kwamen tot de ontdekking dat dit precies de periode van 12 maal 40 jaar van de Richterentijd was, een tijd waarvan staat beschreven dat "gedurende die jaren Israël zonder koning en zonder God leefde, maar onderdrukt werden door de vijand." De jaren waarin Israël leefde buiten Gods regering worden dus blijkbaar door God niet geteld.

In hoofdstuk 8:54 wordt voor het eerst als gebedshouding het "knielen" genoemd. Voordien was staan tijdens het gebed gebruikelijk (1 Sam. 1:26).

Commentaar en onderwerpen

Op de volgende pagina's worden passages uit het boek 1 Koningen becommentarieerd en onderwerpen behandeld:

Meer weten

H. Rossier, De val van het koningschap; een overdenking over 1 en 2 Koningen. Uitgeverij: Uit het Woord der Waarheid, zonder jaar. Omvang: 208 blz.