1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 1 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

In dit hoofdstuk dankt Paulus om de heiligen in Korinthe. Onder hen ontbreekt hen genadegaven en zij verwachten de Heer Jezus. Hij vermaan hen eensgezind te zijn en keurt partijschappen af. De Grieken zoeken wijsheid, maar de ware wijsheid is van God in Christus geopenbaard, vooral aan de geringen in de wereld.

1 Kor. 1:1. Afzenders

1Co 1:1  Paulus, geroepen apostel van Christus Jezus door de wil van God, en Sosthenes, de broeder, (TELOS)

Geroepen apostel. Paulus is zich steeds zijn roeping bewust geweest. De Heer riep hem bij zijn bekering.

Sosthenes. De naam betekent 'redder van zijn volk'. Hij is de medeschrijver van de brief. Zie artikel Sosthenes.

1 Kor. 1:2. Geadresseerden

1Co 1:2 aan de gemeente van God die in Korinthe is, aan de geheiligden in Christus Jezus, geroepen heiligen, met allen, in elke plaats, die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, zowel hun als onze Heer: (TELOS)

Korinthe. Over deze heidense stad, zie Korinthe (stad).

Geheiligden in Christus Jezus. Ondanks de wantoestanden in de gemeente, waarover de brief handelt, - of juist om die wantoestanden - spreekt Paulus de gelovigen aan als 'geheiligden'. Dat waren zij! God had hen geroepen en geheiligd, afgezonderd en bestemd om voor Hem en uit Hem te leven.

Geroepen heiligen. Evenals Paulus (vers 1) waren ook zij door God geroepen bij hun bekering. De Geest had tot hun hart en geweten gesproken en zij hadden hun geloof op de Heer Jezus gesteld.

Met allen enz. De brief is dus ook gericht aan gelovigen elders. Het schrijven is ook voor ons van belang!

De naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen. In het gebed mogen wij ons tot de Heer Jezus richten. Dat is mogelijk omdat Jezus een goddelijke persoon is, de Zoon van God. Hij is alomtegenwoordig, alhorend, alziend. Deze vermogens heeft een engel niet. Over het aanroepen van de Heer Jezus, zie Bidden.

Zowel hun als onze Heer. Wij gelovigen, waar wij ook wonen, hebben één en dezelfde Heer.

1 Kor. 1:3. Zegenwens

1Co 1:3 genade zij u en vrede van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus. (TELOS)

Van de Heer Jezus Christus. Ook dit, zijn vermogen om alleen genade en vrede te geven, is een bewijs van zijn goddelijkheid.

1 Kor. 1:7. Genoeg gaven. Verwachting

1Co 1:7 zodat het u aan geen genadegave ontbreekt, terwijl u de openbaring van onze Heer Jezus Christus verwacht, (TELOS)

Aan geen genadegave ontbreek. Vergelijk:

Efe 4:7 Maar aan ieder van ons is de genade gegeven naar de maat van de gave van Christus. Efe 4:8 Daarom zegt Hij: ‘Opgevaren naar de hoge heeft Hij de gevangenschap gevangen genomen en heeft de mensen gaven gegeven’. (TELOS)

Verderop in de brief gaat in op de gaven van de Geest, waarvan het spreken in talen bij Korinthiërs in hoog aanzien was.

1 Kor. 1:10. Eenheid

1Co 1:10  Maar ik vermaan u, broeders, door de naam van onze Heer Jezus Christus, dat u allen hetzelfde spreekt en dat er onder u geen scheuringen zijn; maar dat u vast aaneengesloten bent, een van denken en een van bedoeling. (TELOS)

Een van denken. In elk geval door (1) dezelfde gerichtheid op en gehoorzaamheid aan God en Christus, en (2) in althans hoofdzaken dezelfde overtuiging te hebben. Sommigen te Korinthe, zo blijkt later in de brief, ontkenden dat er een opstanding van de doden is (1 Cor. 15).

Flp 2:2 maakt dan mijn blijdschap volkomen door hetzelfde te bedenken, terwijl u dezelfde liefde hebt, eenstemmig bent, het ene bedenkt. Flp 2:3 Doet niets uit partijzucht of uit ijdele roem, maar laat elk in nederigheid de ander uitnemender achten dan zichzelf; (TELOS)

1Kor. 1:12. Partijschappen

1Co 1:12 Ik bedoel dit, dat ieder van u zegt: Ik ben van Paulus, ik van Apollos, ik van Kefas, en ik van Christus. (TELOS)

Zo ontstonden partijschappen.

2Co 12:20 Want ik vrees dat, als ik kom, ik u niet zo vind als ik wens en ik door u zo gevonden word als u niet wenst; dat er twist, jaloersheid, toorn, partijzucht, kwaadsprekerijen, lasteringen, verwaandheden, verwarringen zijn; (Telos)

Paulus herhaalt hun namen in deze volgorde later in hoofdstuk 3:

1Co 3:22 hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas, hetzij wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomstige dingen, alles is van u; (TELOS)

1 Kor. 1:18. Woord van het kruis.

1Co 1:18 Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het kracht van God. (TELOS)

Woord van het kruis. Vergelijk:

1Co 1:23 maar wij prediken Christus, de Gekruisigde, voor Joden een aanleiding tot vallen en voor volken een dwaasheid, (TELOS)

Kracht van God. Vergelijk:

1Co 1:24 maar voor de geroepenen zelf, zowel Joden als Grieken, Christus, de kracht van God en de wijsheid van God; (TELOS)

Het evangelie raakt tot in harten en gewetens van mensen, bevrijdt hen, verandert hun levens en behoudt hen.

1 Kor. 1:19. Gods beleid.

1Co 1:19 Want er staat geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen doen vergaan, en het inzicht van de verstandigen te niet doen’. (TELOS)

Vergaan, te niet doen. Dit blijkt uit twee dingen: (1) de wijsheid schiet hopeloos te kort in het kennen van God, (2) de ware kennis van God houdt zij zelfs voor dwaasheid.

De woorden wijzen ook op Gods beleid. Vergelijk:

1Co 3:19 Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor God. Want er staat geschreven’: Die de wijzen vangt in hun sluwheid’; (TELOS)

1 Kor. 1:20. De wijsheid van de wereld tot dwaasheid gemaakt

1Co 1:20 Waar is de wijze? Waar de schriftgeleerde? Waar de redetwister van deze eeuw? Heeft God niet de wijsheid van de wereld tot dwaasheid gemaakt? (TELOS)

Eerst wordt de wijze genoemd, de wijze Griek, dan de schriftgeleerde, de geleerde Jood. Redetwist, debat, kwam onder de Grieken veel voor.

Tot dwaasheid gemaakt. De wijsheid van de wereld is tot dwaasheid gemaakt en daarmee vergaan, te niet gedaan (vers 19). Doordat de wereld in haar wijsheid de wijsheid van God, geopenbaard door de Heer Jezus en meegedeeld in de leer van apostelen en profeten, kortom 'het woord van het kruis', voor dwaasheid houdt, is zijzelf dwaas geworden.

1 Kor. 1:21.

1Co 1:21 Want daar in de wijsheid van God de wereld niet door de wijsheid tot kennis van God is gekomen, heeft het God behaagd door de dwaasheid van de prediking te behouden hen die geloven. (TELOS)

In de wijsheid van God. In Gods wijs beleid, in Zijn wijze raad.

Door de dwaasheid van de prediking. Door het gepredikte woord, dat de wereld voor dwaasheid houdt.

Die geloven. Al schiet de menselijke wijsheid ook hopelijk tekort, geloven kunnen wij wel; het woord van God kunnen wij in geloof, in vertrouwen op Hem aannemen.

1 Kor. 1:22. Wat Joden en Grieken zoeken

1Co 1:22 Immers, Joden begeren tekenen en Grieken zoeken wijsheid, (TELOS)

Joden begeren tekenen. Om een bewijs te hebben dat de spreker van God komt. De Heer Jezus deed voor de ogen van de Joden vele tekenen, maar zij verwierpen hem. Johannes de Doper deed geen tekenen.

Grieken zoeken wijsheid. Gelijk gebleken is in hun geschiedenis, waarin allerlei wijsgeren (filosofen) optreden, waarvan de bekendste zijn Socrates, Plato, Aristoteles.

1 Kor. 1:23. Hoe Christus ontvangen wordt

1Co 1:23 maar wij prediken Christus, de Gekruisigde, voor Joden een aanleiding tot vallen en voor volken een dwaasheid, (TELOS)

Wij prediken Christus, de Gekruisigde. Vers 18 spreekt van "het woord van het kruis"

Een aanleiding tot vallen. Een struikelblok. Zij struikelen over hem en komen ten val, wanneer zij de Heer Jezus verwerpen.

Voor volken een dwaasheid. De volken houden "het woord van het kruis" (vers 18) voor dwaasheid.

1 Kor. 1:24

1Co 1:24 maar voor de geroepenen zelf, zowel Joden als Grieken, Christus, de kracht van God en de wijsheid van God; (TELOS)

De geroepenen. Degenen die door God geroepen zijn via de prediking van het evangelie en aan Zijn woord gehoor en geloof geven.

De kracht van God. Vergelijk:

1Co 1:18 Want het woord van het kruis is voor hen die verloren gaan, dwaasheid; maar voor ons die behouden worden, is het kracht van God. (TELOS)

Zie commentaar bij vers 18.

1 Kor. 1:25

1Co 1:25 want het dwaze van God is wijzer dan de mensen en het zwakke van God is sterker dan de mensen. (TELOS)

Het dwaze van God. Wat in de ogen van de wereld dwaas is.

Het zwakke van God. De Heer Jezus is in zwakheid gekruisigd. Een kruiseling is een zwakke, een krachteloze.

2Co 13:4 Hij is immers in zwakheid gekruisigd, maar leeft door Gods kracht; en wij zijn immers zwak in Hem, maar zullen met Hem leven door Gods kracht jegens u); (TELOS)

1 Kor. 1:27

1Co 1:27 maar het dwaze van de wereld heeft God uitverkoren om de wijzen te beschamen, 1Co 1:28 en het zwakke van de wereld heeft God uitverkoren om het sterke te beschamen,  (TELOS) 

Het dwaze van de wereld. De mensen die in de ogen van de wereld dwaas zijn: ongeleerd, ongeletterd, gelovigen aan het evangelie.

Het zwakke van de wereld. "Niet vele machtigen" (naar de maatstaf van de wereld) waren de gelovigen in Korinthe.