1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 10

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 10 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

In de verzen 7-10 worden de volgende zonden vermeld:

  • afgodendienst
  • hoererij
  • verzoeken van God
  • murmureren

1 Kor. 10:7

1Co 10:7 Wordt ook geen afgodendienaars zoals sommigen van hen, zoals geschreven staat: ‘Het volk ging zitten om te eten en te drinken, en zij stonden op om te spelen’. (TELOS)

Paulus verwijst naar het gebeuren in Ex. 32. De Israëlieten werden afgodendienaars door te buigen door een gegoten kalf en offerande te doen en deel te nemen aan de daarop volgende feestelijkheden.

Ex 32:4 ... en hij maakte een gegoten kalf daaruit. Toen zeiden zij: Dit zijn uw goden, Israël! die u uit Egypteland opgevoerd hebben. Ex 32:5 Als Aäron dat zag, zo bouwde hij een altaar voor hetzelve; en Aäron riep uit, en zeide: Morgen zal den HEERE een feest zijn! Ex 32:6 En zij stonden des anderen daags vroeg op, en offerden brandoffer, en brachten dankoffer daartoe; en het volk zat neder om te eten en te drinken; daarna stonden zij op, om te spelen. Ex 32:7 Toen sprak de HEERE tot Mozes: Ga heen, klim af! want uw volk, dat gij uit Egypteland opgevoerd hebt, heeft het verdorven. Ex 32:8 En zij zijn haast afgeweken van den weg, dien Ik hun geboden had, zij hebben zich een gegoten kalf gemaakt; en zij hebben zich voor hetzelve gebogen, en hebben het offerande gedaan, en gezegd: Dit zijn uw goden, Israël, die u uit Egypteland opgevoerd hebben. (SV)

1 Kor. 10:8

1Co 10:8 Laten wij ook niet hoereren, zoals sommigen van hen hoereerden, en er vielen er op een dag drieëntwintigduizend. (TELOS)

Zoals sommigen van hen hoereerden.

Paulus verwijst naar het gebeuren in Num. 25. Israël bevlekte zich te Sittim, kort voor de intocht in het Beloofde Land, door ontucht met Moabitische vrouwen en deelneming aan de heidense offermaaltijden.

Nu 25:1 En Israël verbleef te Sittim, en het volk begon te hoereren met de dochteren der Moabieten. Nu 25:2 En zij nodigden het volk tot de slachtofferen harer goden; en het volk at, en boog zich voor haar goden. Nu 25:3 Als nu Israël zich koppelde aan Baäl-peor, ontstak de toorn des HEEREN tegen Israël. Nu 25:4 En de HEERE zeide tot Mozes: Neem al de hoofden des volks, en hang ze den HEERE tegen de zon, zo zal de hittigheid van des HEEREN toorn gekeerd worden van Israël. Nu 25:5 Toen zeide Mozes tot de rechters van Israël: Een iedere dode zijn mannen, die zich aan Baäl-peor gekoppeld hebben! (...) Nu 25:9 Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vier en twintig duizend. (TELOS)

Drieëntwintigduizend. Degenen nu, die aan de plaag stierven, waren vierentwintig duizend (Num. 25:9); 23.000 nam de plaag zelf weg, een duizend vielen door het zwaard van de rechters[1]

1 Kor. 10:9

1Co 10:9 Laten wij ook Christus niet verzoeken, zoals sommigen van hen Hem verzochten en door de slangen omkwamen. (TELOS)

Paulus verwijst naar een gebeurtenis in Num. 21. Het volk klaagde over de omstandigheden en walgde van het manna, dat een zinnebeeld is van geestelijk voedsel.

Nu 21:5 En het volk sprak tegen God en tegen Mozes: Waarom hebt gijlieden ons doen optrekken uit Egypte, opdat wij sterven zouden in de woestijn? Want hier is geen brood, ook geen water, en onze ziel walgt over dit zeer lichte brood. Nu 21:6 Toen zond de HEERE vurige slangen onder het volk, die beten het volk; en er stierf veel volks van Israël. (SV)

1 Kor. 10:10

1Co 10:10 Moppert ook niet, zoals sommigen van hen mopperden en door de verderver omkwamen. (TELOS)

Zoals sommigen van hen mopperden. De Israëlieten hebben in de woestijn menigmaal tegen God gemurmureerd, wanneer hun iets ontbrak, of wanneer zij niet tevreden waren met de weldaden, die God hun deed; maar hier wordt inzonderheid gezien op de geschiedenissen, toen zij vlees begeerden en daarover van God met verscheidene plagen geslagen werden; en toen Korach met zijn medestanders tegen Mozes en Aäron murmureerden en door Gods oordeel omkwamen. 

Ex 17:2 Toen twistte het volk met Mozes, en zeide: Geeft gijlieden ons water, dat wij drinken! Mozes dan zeide tot hen: Wat twist gij met mij? Waarom verzoekt gij den HEERE? (SV)

Nu 11:4 En het gemene volk, dat in het midden van hen was, werd met lust bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom, en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven? (SV)

Nu 11:33 Dat vlees was nog tussen hun tanden, eer het gekauwd was, zo ontstak de toorn des HEEREN tegen het volk, en de HEERE sloeg het volk met een zeer grote plaag. (SV)

Ex 16:2 En de ganse vergadering der kinderen Israëls murmureerde tegen Mozes en tegen Aäron, in de woestijn. (SV)

Door de verderver omkwamen. De verderver wordt in deze geschiedenissen zelf niet uitdrukkelijk genoemd, maar wordt door Paulus daarbij gevoegd, òf om de strengheid van God zelf in deze straffen hierdoor te verstaan, òf een engel, dien God tot dat verderf heeft gebruikt, gelijk Hij gedaan heeft om de uittocht uit Egypte af te dwingen (Ex 12:23) en om het Assyrische leger, dat Jeruzalem belegerde en bedreigde, uit te schakelen (Jes. 37:36)[2]

1 Kor. 10:13

1Co 10:13 U heeft geen verzoeking getroffen dan menselijke; en God is getrouw, die niet zal toelaten dat u verzocht wordt boven wat u kunt verdragen; maar met de verzoeking zal Hij ook de uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen. (TELOS)

Geen verzoeking ... dan menselijke. Verzoekingen die uit de sociale omgeving op ons komen, als bijvoorbeeld afgodendienst, hoererij, vervolging. Paulus denkt, gegeven het volgende vers, blijkbaar vooral aan afgodendienst.

Uitkomst geven, zodat u ze kunt verdragen. Zodat u onverwonnen en ongedeerd kunt uittreden en niet ten val zult komen. God belooft ons niet dat de verzoekingen, terwijl wij in het vlees leven, voor altijd een einde zullen nemen, maar wel dit, dat wij met Zijn hulp zonder schade voor onze ziel door alle verzoekingen zullen heenkomen[3].

2Pe 2:9 dan weet de Heer godvrezenden uit de verzoeking te redden, maar onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel om gestraft te worden; (TELOS)

1 Kor. 10:14

1Co 10:14 Daarom, mijn geliefden, ontvlucht de afgodendienst. (TELOS)

Ontvlucht. Bij een grote kans om te zondigen moet je weggaan, wegvluchten. Afgodendienst is kennelijk een sterke verzoeking. Vergelijk de verzoeking waaraan Jozef werd blootgesteld, waarvoor hij vluchtte.

1 Kor. 10:15

1Co 10:15  Ik spreek als tot verstandigen; beoordeelt u wat ik zeg. (TELOS)

Verstandigen. Een heilige moet niet slechts blind geloven, hij moet ook zijn verstand gebruiken, zijn oordeelsvermogen, zijn redeneervermogen.

1 Kor. 10:16

1Co 10:16 De drinkbeker der zegening die wij zegenen, is die niet de gemeenschap van het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap van het lichaam van Christus? (TELOS)

De drinkbeker der zegening die wij zegenen. Ook te vertalen "de drinkbeker der lofzegging waarvoor wij loven". Wij loven God, in welke zin wij Hem zegenen (= wel van Hem spreken), om de verlossing door Jezus' bloed.

Efe 1:7 in Wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade,

De gemeenschap van ... Wat de gelovigen gemeenschappelijk hebben, waaraan zij samen deel hebben.

Elk van hen is gereinigd en verlost door het bloed van Christus. Elk van hen is een lid van het lichaam van Christus. En voor elk hunner heeft Christus zijn lichaam overgegeven en daarin hun zonden gedragen. Zij zijn één brood, één lichaam.

1Co 10:17 Want wij, de velen, zijn een brood, een lichaam; want wij allen nemen deel aan het ene brood. (TELOS)

Brood dat wij breken. Het avondmaal, waarop Paulus doelt, wordt ook wel 'broodbreking' genoemd.

1 Kor. 10:17

1Co 10:17 Want wij, de velen, zijn één brood, één lichaam; want wij allen nemen deel aan het ene brood. (TELOS)

Wij ... zijn één brood. Het brood van het avondmaal symboliseert (1) het fysieke lichaam van Christus, dat hij voor ons overgaf aan het kruis, (2) het gemeentelijk lichaam van Christus: de gelovigen tesamen. De laatste betekenis staat nu voorop.

1 Kor. 10:18

1Co 10:18 Kijkt u naar Israel naar het vlees. Hebben niet zij die offers eten, gemeenschap met het altaar? (TELOS)

De offers, die gebracht zijn op het altaar en aan God zijn gewijd en waarvan vervolgens gegeten wordt.

1 Kor. 10:19

1Co 10:19 Wat wil ik hiermee dan zeggen? Dat een afgodenoffer iets is of dat een afgod iets is? (TELOS)

Vergelijk:

1Co 8:4 wat dan het eten van de afgodenoffers betreft, wij weten dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen God is dan Een.

1 Kor. 10:20

1Co 10:20 Nee, maar dat wat de volken offeren, zij dat aan de demonen offeren en niet aan God; en ik wil niet, dat u gemeenschap hebt met de demonen. (TELOS)

De afgoden hebben geen bestaan in de werkelijkheid, al zijn er nog zoveel beelden van hen te zien. Achter de verdichte afgoden zitten echter boze geesten, die werkelijk bestaan.

1 Kor. 10:21

1Co 10:21 U kunt niet de drinkbeker van de Heer drinken en de drinkbeker van de demonen; u kunt niet deelnemen aan de tafel van de Heer en aan de tafel van de demonen. (TELOS)

U kunt niet op zondag het avondmaal vieren en op maandag deelnemen aan een heidense offermaaltijd.

1 Kor. 10:22

1Co 10:22 Of willen wij de Heer tot jaloersheid verwekken? Zijn wij soms sterker dan Hij? (TELOS)

Zijn wij soms sterker dan Hij? Zijn wij sterker dan Hij, dat wij Zijn straf daarvoor van ons zouden kunnen afwenden?[4]

1 Kor. 10:23

1Co 10:23  Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig; alles is geoorloofd, maar niet alles bouwt op. (TELOS)

Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig. In hoofdstuk 6 gebruikt Paulus dezelfde woorden, daar in verband met zijn waarschuwing tegen hoererij.

1 Cor. 6:12 Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig; alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten overheersen. (TELOS)

Niet alles bouwt op. Handelen tegen het geweten van de medegelovige bouwt niet op, maar breekt af.

1 Kor. 10:24. Altruistisch.

1Co 10:24 Laat niemand het zijne zoeken, maar dat van de ander. (TELOS)

1 Kor. 10:25

1Co 10:25 Eet alles wat op de vleesmarkt wordt verkocht, zonder te onderzoeken om het geweten. (TELOS)

Eet alles wat op de vleesmarkt wordt verkocht. Op de vleesmarkt kan ook vlees worden verkocht dat aan de goden is geofferd geweest.

Paulus heeft, tussen haakjes, geen vegetaristisch standpunt. Vlees eten is toegestaan.

1 Kor. 10:26

1Co 10:26 Want ‘de aarde en de volheid is van de Heer’. (TELOS)

De volheid. De schepselen (planten, dieren) zijn door Hem en van Hem.

1 Kor. 10:28. 'Godenoffer!'

1Co 10:28 Maar als iemand tot u zegt: Dit is godenoffer, eet het dan niet ter wille van hem die u dat te kennen geeft en van het geweten. (TELOS)

Godenoffer. Of gewijd offervlees.

1 Kor. 10:29

1Co 10:29 Ik bedoel echter niet uw eigen geweten, maar dat van de ander; want waarom wordt mijn vrijheid door het geweten van een ander geoordeeld? (TELOS)

Geoordeeld. Het geweten van een ander kan mijn eten van offervlees, waartoe ik vrij meen te zijn, veroordelen als kwaad.

1 Kor. 10:31. Tot heerlijkheid van God.

1Co 10:31 Hetzij dan dat u eet, hetzij dat u drinkt, hetzij dat u iets anders doet, doet het alles tot heerlijkheid van God. (TELOS)

Tot heerlijkheid van God. God danken voor het voedsel verheerlijkt hem.

1 Kor. 10:32. Geen struikelblok.

1Co 10:32 Weest geen struikelblok voor Joden en voor Grieken en voor de gemeente van God; (TELOS)

We moeten dus ook rekening houden met het geweten van niet-gelovigen.

1 Kor. 10:33

1Co 10:33 evenals ook ik in alles allen behaag, niet om mijn eigen voordeel te zoeken, maar dat van de velen, opdat zij behouden worden. (TELOS)

Vergelijk:

1Co 10:24 Laat niemand het zijne zoeken, maar dat van de ander. (TELOS)

Paulus kom allen tegemoet, hij past zich aan. Hij wordt de Joden een Jood, de Grieken een Griek.

Voetnoten

  1. Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Num. 25:9. Tekst hiervan is overgenomen.
  2. Kanttekeningen op de Statenvertaling van 1 Cor. 10:10. Tekst hiervan is verwerkt.
  3. Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op 1 Cor. 10:13. Enige tekst hiervan is overgenomen op 15 feb. 2018.
  4. Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op 1 Cor. 10:22. Enige tekst hiervan is overgenomen op 15 feb. 2018.