1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 13

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 13 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Dit hoofdstuk is een intermezzo in de behandeling van de geestelijke gaven en handelt over de liefde, “een nog uitnemender weg” (12:31). 

1 Kor. 13:1

1Co 13:1 Als ik in de talen van de mensen en van de engelen spreek, maar ik heb geen liefde, dan ben ik klinkend koper of een schelle cimbaal geworden. (TELOS)

Het spreken in vreemde talen die men niet geleerd had, was een opzienbarende, gewilde geestesgave in de gemeente te Korinthe en wordt daarom als eerste genoemd.

1 Kor. 13:4

1Co 13:4  De liefde is lankmoedig, is goedertieren; de liefde is niet jaloers; de liefde praalt niet, is niet opgeblazen, (Telos)

Niet jaloers ... niet opgeblazen.

2Co 12:20 Want ik vrees dat, als ik kom, ik u niet zo vind als ik wens en ik door u zo gevonden word als u niet wenst; dat er twist, jaloersheid, toorn, partijzucht, kwaadsprekerijen, lasteringen, verwaandheden, verwarringen zijn; (Telos)

1 Kor. 13:5

1Co 13:5 handelt niet onwelvoeglijk, zoekt niet haar eigen belang, wordt niet verbitterd, rekent het kwade niet toe, (TELOS)

Onwelvoeglijk. Denk aan de misstanden aldaar bij het gebruik van het avondmaal.

Ook waren er gelovigen die recht zocht tegen elkaar, bij ongelovigen.

1 Kor. 13:8

1Co 13:8  De liefde vergaat nooit; maar hetzij profetieen, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden. (TELOS)

Kennis, zij zal te niet gedaan worden. De kennis, d.i. onze huidige gebrekkige kennis, zal te niet worden gedaan.

1 Kor. 13:12

1Co 13:12 Want wij kijken nu door een spiegel, wazig, maar dan van aangezicht tot aangezicht, nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben. (TELOS)

Door een spiegel, wazig.

Dan zal ik kennen zoals ik ook gekend ben. Dan zal ik mijzelf en God beter kennen, kennen zoals ik ook gekend ben door God.

1Co 8:3 maar als iemand God liefheeft, dan is hij door Hem gekend