1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 15

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 15 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Kor. 15:6

1Co 15:6 Daarna is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie de meesten tot nu toe in leven, maar sommigen ontslapen zijn. (TELOS)

In deze verzen blijven de vrouwen aan wie Jezus was verschenen, ongenoemd, misschien om de bedenking te vermijden dat het getuigenis van een vrouw niet betrouwbaar is.

1 Kor. 15:7

1Co 15:7 Daarna is Hij verschenen aan Jakobus, daarna aan alle apostelen. (TELOS)

Alle apostelen. Wellicht inclusief Barnabas. Paulus noemt zichzelf een apostel in vers 9.

1 Kor. 15:9

1Co 15:9 Want ik ben de geringste van de apostelen, ik, die niet waard ben een apostel genoemd te worden, omdat ik de gemeente van God heb vervolgd. (TELOS)

Ik ben de geringste van de apostelen. Paulus achtte zichzelf ook de voornaamste zondaar en de allergeringste van alle heiligen:

1Ti 1:15 Het woord is betrouwbaar en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld is gekomen om zondaars te behouden, van wie ik de voornaamste ben. (TELOS)

Efe 3:8 Mij, de allergeringste van alle heiligen, is deze genade gegeven om de onnaspeurlijke rijkdom van Christus onder de volken te verkondigen, (TELOS)

1 Kor. 15:23

1Co 15:23 Maar ieder in zijn eigen orde: Christus als eersteling, daarna die van Christus zijn, bij zijn komst. (TELOS)

Orde. Dit is afdeling, eigenlijk een legerafdeling[1].

Eersteling. Hij is de eerstgeborene uit de doden. Hij kwam als eerste uit het graf. Degenen die na zijn sterven aan het kruis onmiddellijk levend werden, kwamen pas na zijn opstanding uit de graven.

Bij zijn komst. Bij zijn komst wordt een deel van de doden opgewekt, namelijk "die van Christus zijn". Zie 1 Thess. 4

1 Kor. 15:24

1Co 15:24 Daarna is het einde, wanneer Hij het koninkrijk aan God de Vader overgeeft, wanneer Hij alle overheid en alle gezag en kracht te niet gedaan heeft. (TELOS)

Het einde. Dat is na afloop van het duizendjarig vrederijk en na de laatste opstand, waarvan het boek Openbaring spreekt.

1 Kor. 15:25

1Co 15:25 Want Hij moet regeren, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten heeft gelegd. (TELOS)

Hij moet regeren, totdat... Dat is gedurende duizend jaar.

Totdat Hij al zijn vijanden. Zijn laatste vijanden zijn:

  • de opstandigen aan het eind van het duizendjarig vrederijk
  • de onrechtvaardige doden die voor de witte oordeelstroon worden gesteld
  • de dood

1 Kor. 15:29

1Co 15:29 Wat zullen anders zij doen die voor de doden worden gedoopt, als doden helemaal niet opgewekt worden? Waarom worden zij dan voor hen gedoopt? (TELOS)

Van dit vers zijn verschillende uitleggingen gegeven[2].

1. Een verklaring zegt[3] dat het een gewoonte bij de Korinthiërs was waarover ons verder niets bekend is. Paulus laat zich niet uit over de vraag of deze gewoonte toelaatbaar is of niet, maar gebruikt de gewoonte hier alleen als een gelegenheidsargument tegen hen die te Korinthe die zeggen dat er geen opstanding van doden is. 

2. Een andere verklaring zegt dat er gelovigen waren die zich lieten dopen in de plaats van gelovigen die ongedoopt gestorven waren. Sommigen[4] die deze verklaring geven vereenzelvigen die dopelingen met de "sommigen" die zeggen dat er geen opstanding van doden is (1 Cor. 15:12). Als zij, de loochenaars van de opstanding der doden, menen wat ze zeggen, waarom laten zij zich dan dopen ten behoeve van ongedoopt gestorvenen? Deze gewoonte berust op de gedachte dat de doop op magische wijze deel geeft aan het eeuwige leven. Paulus keurt deze gewoonte niet af, hij noemt haar, om een innerlijke tegenstrijdigheid bij de ‘sommigen’ aan te tonen.[4]

3. Een andere verklaring[5] zegt dat het om een heidens gebruik ging waarbij een levende zich in plaats van een overledene, te zijnen bate, opnieuw liet dopen. Dit gebruik heeft zeer waarschijnlijk zijn oorsprong in enige Griekse „mysteriën", waarin iemand zich liet inwijden opdat een dode hiernamaals de daaraan verbonden voorrechten zou verkrijgen. Indien Paulus het had afgekeurd, zou hij het niet als gelegenheidsargument kunnen gebruiken. Hiertegen kan men inbrengen dat Paulus een dergelijk gebruik eerder zou afkeuren dan als argument gebruiken.

4. Een andere verklaring zegt dat gelovigen werden gedoopt op belijdenis van hun geloof. Tot dit geloof behoort de overtuiging dat de doden zullen worden opgewekt. Op deze belijdenis werd gedoopt. Dit is de doop voor de doden. Een tegenwerping tegen deze verklaring is dat Paulus het oog op sommige gelovigen schijnt te hebben. Hij zegt niet "wat zullen wij allen doen die voor de doden zijn gedoopt", maar "wat zullen zij doen die door de doden worden gedoopt".

5. Een andere verklaring duidt 'dopen' in een figuurlijke zin, die ook in deze verzen voorkomt:

Mr 10:38 Jezus echter zei tot hen: U weet niet wat u vraagt. Kunt u de drinkbeker drinken die Ik drink, of met de doop worden gedoopt waarmee Ik word gedoopt? (TELOS)

Mr 10:39 Zij nu zeiden tot Hem: Wij kunnen het. Jezus nu zei tot hen: De drinkbeker die Ik drink, zult u drinken, en met de doop waarmee Ik word gedoopt, zult u worden gedoopt; (TELOS)

Lu 12:50 Ik moet echter met een doop worden gedoopt, en hoe benauwt het Mij, totdat het is volbracht. (TELOS)

Dopen betekent hier: ondergedompeld worden in verdrukking, benauwdheid, eventueel tot de dood toe. De verkondiging van het evangelie en de opstanding uit de doden bracht de apostelen in gevaar. Petrus en Johannes werden in de gevangenis gestopt, de apostel Paulus werd in Athene bespot. Een tegenwerping tegen deze verklaring is dat Paulus een nieuw argument toevoegt dat, volgens die verklaring, hetzelfde moet zijn. "Waarom zijn ook wij ieder uur in gevaar?" (vers 30). "Zij" en "ook wij", het schijnt om verschillende activiteiten te gaan, gedoopt worden voor de doden en dat wat de apostelen deden.

6. Een meer aannemelijke verklaring schijnt deze te zijn: nieuwe gelovigen werden door hun doop tot de gemeente gevoegd en namen zo de plaats van de overleden heiligen in[2]. De gemeente is als een leger dat in de strijd soldaten verliest, waarna anderen hun plaats innemen. Vgl. 15:23 'orde' is eigenlijk legerafdeling. Het dopen voor de doden zou zinloos zijn als er in de toekomst geen doden worden opgewekt. Een tegenwerping tegen deze verklaring is dat zij als argument voor de opstanding van de doden niet voor de hand ligt[6].

1 Kor. 15:30

1Co 15:30 Waarom zijn ook wij ieder uur in gevaar? (Telos)

In gevaar. Zie de ontzagwekkende opnoeming van allerlei gevaren waaraan Paulus is blootgesteld in 2 Cor. 11:36v.

1 Kor. 15:32

1Co 15:32 Als ik, naar de mens gesproken, in Efeze tegen wilde dieren heb gevochten, wat baat het mij? Als er geen doden worden opgewekt, laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. (Telos)

Tegen wilde dieren gevochten. 'Naar de mens gesproken', duidt erop dat hij niet letterlijk tegen wilde dieren (leeuwen, tijgers e.d.) heeft gevochten, maar tegen beestachtig woeste lieden.

1 Kor. 15:33

1Co 15:33 Dwaalt niet! Verkeerde omgang bederft goede zeden. (Telos)

Verkeerde omgang. Omgang met (hier) dwaalleraars, valse apostelen.

1 Kor. 15:44

1Co 15:44 er wordt een ziellijk lichaam gezaaid, er wordt een geestelijk lichaam opgewekt. Als er een ziellijk lichaam is, dan is er ook een geestelijk lichaam.

Ziellijk. Of, naar het Grieks, 'psychisch'. 'Natuurlijk' is minder juist, daar Paulus in het vervolg een onderscheid maakt tussen ziel en geest. De eerste mens was een levende ziel, de tweede mens is een levendmakende geest geworden.

1 Kor. 15:48 Stoffelijke(n), hemelse(n)

1Co 15:48 Zoals de stoffelijke is, zo zijn ook de stoffelijken; en zoals de Hemelse is, zo zijn ook de hemelsen. (Telos)

De stoffelijke. De eerste mens, Adam, was stoffelijk, geformeerd uit het stof der aarde.

Zo zijn ook de stoffelijken. Wij, zijn nakomelingen, zijn eveneens stoffelijk.

De Hemelse. De opgewekte en verheerlijkte mens Jezus Christus.

Zo zijn ook de hemelsen. De mensen die in Hem hebben geloofd en verheerlijkt zijn gelijk Hij.

1Jo 3:2 Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Wij weten dat als Hij geopenbaard zal zijn, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is. (Telos)

1 Kor. 15:50

1Co 15:50 Maar dit zeg ik, broeders, dat vlees en bloed Gods koninkrijk niet kunnen beërven, en de vergankelijkheid beërft de onvergankelijkheid niet. (TELOS)

Dit schijnt moeilijk te rijmen met ...

Mt 25:34 Dan zal de koning zeggen tot hen die aan zijn rechterhand zijn: Komt, gezegenden van mijn Vader, beërft het koninkrijk dat u bereid is van de grondlegging van de wereld af; (TELOS)

... als we ervan uitgaan dat de schapen het aardse Vrederijk ingaan. Een oplossing van de moeilijkheid is deze: Paulus spreekt over Gods koninkrijk als een rijk dat hemel en aarde omvat. Willen wij dat koninkrijk bezitten en daarin werkzaam zijn, dan moeten wij veranderen, een nieuw, geestelijk, lichaam krijgen. De Heer Jezus spreekt in Matth. 25 over het beërven van het aardse deel van het koninkrijk van God. De aarde is slechts een stip in het heelal. Zij die het aardse deel ingaan, gaan dat in hun stoffelijke lichaam in.

2Co 5:1 Want wij weten, dat als onze aardse tent waarin wij wonen, afgebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, een eeuwig huis, in de hemelen. (TELOS)

1 Kor. 15:58

1Co 15:58  Daarom, mijn geliefde broeders, weest standvastig, onbeweeglijk, altijd overvloedig in het werk van de Heer, daar u weet, dat uw arbeid niet vergeefs is in de Heer. (TELOS)

Weest standvastig, onbeweeglijk. Vergelijk:

1Co 16:13 Waakt, staat vast in het geloof, weest mannelijk, weest sterk! (TELOS)

Voetnoten

  1. Telos-vertaling, voetnoot.
  2. 2,0 2,1 Gerard Kramer, 'Voor de doden gedoopt', in: Rechtstreeks, jaargang 3, nr. 2 februari 2006 (pdf-document op OudeSporen.nl). De schrijver is classicus en heeft meegewerkt aan de TELOS-vertaling van het Nieuwe Testament. Een opsomming van verschillende verklaringen geeft ook John Gill's Expositor, commentaar bij 1 Cor. 15:29.
  3. Groot Nieuws Bijbel, aantekening bij 1 Cor. 15:29. Vergelijk de aantekening in de Willibrordvertaling (1995):"Zinspeling op een ons onbekend gebruik van de Korintische christenen. Paulus spreekt zich niet uit over de waarde ervan, maar benut het voor een argumentum ad hominem." 
  4. 4,0 4,1 Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar bij 1 Cor. 15:29.
  5. Aantekening van de Leidse Vertaling.
  6. John Gill's Expositor, in het commentaar bij 1 Cor. 15:29 zegt: "Others imagine, that he intends such as were baptized, and added to the church, and so filled up the places of them that were dead; but the reason from hence proving the resurrection of the dead is not very obvious."