1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 2 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Kor. 2:1

1Co 2:1  En toen ik bij u kwam, broeders, kwam ik niet met uitnemendheid van woorden of wijsheid u het getuigenis van God verkondigen. (TELOS)

Met uitnemendheid van woorden of wijsheid. Zo traden de Griekse wijzen en redetwisters op. Welbespraaktheid was een groot goed in Griekenland.

1 Kor. 2:2

1Co 2:2 Want ik had mij voorgenomen niets onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. (TELOS)

Niets ... dan Jezus Christus. Verderop zegt Paulus dat Jezus Christus het enige fundament van de gemeente is.

1Co 3:11 Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er ligt, dat is Jezus Christus. (TELOS)

Ook in Athene, dat Paulus tevoren bezocht had, had hij Christus gepredikt.

Hnd 17:30 Met voorbijzien dan van de tijden der onwetendheid beveelt God nu aan de mensen, dat zij zich allen overal moeten bekeren, Hnd 17:31 omdat Hij een dag heeft bepaald, waarop Hij het aardrijk in gerechtigheid zal oordelen door een man die Hij daartoe heeft bestemd, waarvan Hij aan allen zekerheid heeft gegeven door Hem uit de doden op te wekken. (TELOS)

Jezus Christus, en Die gekruisigd. Paulus noemt deze boodschap "het woord van het kruis" (1:18). Jezus Christus, en Die gekruisigd is de kern van het evangelie. Hij, de kruiseling, stierf om onze zonden te verzoenen! Aan het kruis is het gebeurd! Daar ben ik, zondaar, medegekruisigd in Hem. Daar vond de oude mens zijn einde. Daar rekende God met hem af.

1 Kor. 2:3

1Co 2:3 En ik was bij u in zwakheid, in vrees en in veel beven; (TELOS)

Dat was Paulus in zichzelf. Maar Gods genade stelde hem in staat om zijn dienst te doen.

In vrees en in veel beven. Vergelijk:

Flp 2:12 Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; (TELOS)

1 Kor. 2:4

1Co 2:4 en mijn woord en mijn prediking bestond niet in overredende woorden van wijsheid, maar in betoon van de Geest en van kracht, (TELOS)

Niet in overredende woorden van wijsheid. Hij trad niet op als een Griekse wijze of redetwister.

In betoon van Geest en kracht. Paulus, een zwak vat, liet iets van Gods Geest en Gods kracht zien.

1 Kor. 2:5

1Co 2:5 opdat uw geloof niet zou zijn in wijsheid van mensen, maar in de kracht van God. (TELOS)

Uw geloof ... in de kracht van God. In God, wiens kracht werkte door Paulus en zijn prediking. Vergelijk:

Heb 2:3 hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, Heb 2:4 terwijl God bovendien meegetuigde zowel door tekenen als wonderen en allerlei krachten en uitdelingen van de Heilige Geest naar zijn wil. (TELOS)

1 Kor. 2:6

1Co 2:6 Maar wij spreken wijsheid onder de volmaakten; maar een wijsheid niet van deze wereld, ook niet van de oversten van deze wereld, die te niet gedaan worden; (TELOS)

Wijsheid. De wijsheid, de gedachten van God (vers 7), die door de Geest geopenbaard zijn.

De volmaakten. Dat zijn, blijkens het tekstverband, waarschijnlijk de geestelijken, die "het denken van Christus" hebben (1 Kor. 2:16). Zij kunnen de wijsheid van God, Zijn wonderbaar heilsplan, verstaan; het is hun geen dwaasheid.

1Co 2:14 Maar de natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen, omdat het geestelijk beoordeeld wordt. 1Co 2:15 Maar wie geestelijk is, beoordeelt alle dingen, maar hijzelf wordt door niemand beoordeeld. 1Co 2:16 Want ‘wie heeft het denken van de Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten?’ Maar wij hebben het denken van Christus. 1Co 3:1 En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot geestelijken, maar als tot vleselijken, als tot kleine kinderen in Christus. 1Co 3:2 Ik voedde u met melk, niet met vast voedsel, want dat kon u niet verdragen, ja, dat kunt u ook nu nog niet; 1Co 3:3 want u bent nog vleselijk. Want als er jaloersheid en twist onder u is, bent u dan niet vleselijk en wandelt u niet naar de mens? (TELOS)

De gelovigen zijn weliswaar in Christus volmaakt, maar een vleselijke gezindheid blijft mogelijk en staat (meer) kennis van God in de weg.

Flp 3:15 Voor zover wij dan volmaakt zijn, laten wij zo gezind zijn; en als u anders gezind bent, God zal u ook dat openbaren. (TELOS)

1 Kor. 2:7

1Co 2:7 maar wij spreken Gods wijsheid in verborgenheid, de bedekte wijsheid, die God voor alle eeuwen heeft voorbestemd tot onze heerlijkheid, (TELOS)

In verborgenheid. Kan betekenen: "in besloten kring", in de beslotenheid van de gemeenschap der heiligen. Vergelijk:

Mt 7:6 Geeft het heilige niet aan de honden en werpt uw parels niet voor de varkens; opdat zij ze niet misschien met hun poten vertrappen en zich omkeren en u verscheuren. (TELOS)

Waarschijnlijker is dat "spreken ... in verborgenheid" te verstaan zij als het meedelen van geestelijke dingen door geestelijke woorden, woorden van de Geest, die de natuurlijke mens niet kan begrijpen, niet aanneemt en voor dwaasheid houdt.

1Co 2:13 Hiervan spreken wij ook, niet met woorden door menselijke wijsheid geleerd, maar met woorden door de Geest geleerd, terwijl wij geestelijke dingen door geestelijke woorden meedelen. 1Co 2:14 Maar de natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen, omdat het geestelijk beoordeeld wordt. 1Co 2:15 Maar wie geestelijk is, beoordeelt alle dingen, maar hijzelf wordt door niemand beoordeeld. (TELOS)

Of, minder waarschijnlijk, wij moeten "in verborgenheid" met betrekking tot de wijsheid zelf, omdat het om een wijsheid gaat die alleen door de Geest geopenbaard en geestelijk verstaan wordt. Deze wijsheid komt uit het verborgen innerlijk van God (vers 11), dat alleen door de Geest onderzocht en gekend wordt. En als wij die Geest ontvangen hebben, kunnen wij de wijsheid van God kennen, "opdat wij weten de dingen die ons door God geschonken zijn" (vers 12).

De bedekte wijsheid. De eens verborgen, bedekte wijsheid van God, doch die thans geopenbaard is (vgl. vers 9-10).

Voor alle eeuwen ... voorbestemd tot onze heerlijkheid. Wij zijn in Christus "uitverkoren voor de grondlegging van de wereld".

Efe 1:4 zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde, (TELOS)

1 Kor. 2:9

1Co 2:9 maar zoals geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’. (TELOS)

Zoals geschreven staat. Vergelijk:

Jes 64:4 Ja, van oude tijden af heeft men het niet gehoord, men heeft het niet ter ore genomen en geen oog heeft het gezien, behalve U, o God, wat Hij doen zal voor wie op Hem wacht. (HSV)

1 Kor. 2:10

1Co 2:10 Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest; want de Geest onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. (TELOS)

Onderzoekt. NBG51-vertaling: "doorzoekt". Leidse vertaling, Naardense vertaling: "doorvorst". Nieuwe Bijbelvertaling (2004): "doorgrondt".

1 Kor. 2:14

1Co 2:14 Maar de natuurlijke mens neemt niet aan wat van de Geest van God is, want het is hem dwaasheid, en hij kan het niet begrijpen, omdat het geestelijk beoordeeld wordt. (TELOS)

Natuurlijke mens. Letterlijk "ziellijke mens", de mens beheerst door de ziel, de psyche. Van hem onderscheiden is de geestelijke mens, de mens die beheerst of geleid wordt door de Geest van God die in hem woont.

Spr 29:7 De rechtvaardige neemt kennis van de rechtzaak der armen; [maar] de goddeloze begrijpt de wetenschap niet. (SV)

Spr 29:7 Een rechtvaardige neemt kennis van de rechtszaak van de armen, maar een goddeloze heeft geen enkel inzicht. (HSV)

De Herziene Statenvertaling (HSV) tekent aan dat er letterlijk staat: "begrijpt kennis niet".

1 Kor. 2:15

1Co 2:15 Maar wie geestelijk is, beoordeelt alle dingen, maar hijzelf wordt door niemand beoordeeld. (TELOS)

Hij zelf wordt door niemand beoordeeld. Vergelijk

Joh 3:8 De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat; zo is ieder die uit de Geest geboren is. (TELOS)

1 Kor. 2:16

1Co 2:16 Want ‘wie heeft het denken van de Heer gekend, dat hij Hem zou onderrichten?’ Maar wij hebben het denken van Christus. (TELOS)

Wij hebben het denken van Christus. De Geest van Christus woont in de gelovigen, door Hem zijn zij bekend met de wijsheid, de gedachten van God en van Christus en kunnen zij die verstaan.

Paulus had niet het denken van satan, maar hij onderkende soms de gedachten van deze tegenstander:

2Co 2:10 Wie u nu iets vergeeft, ik ook; want ook ik, wat ik heb vergeven-als ik iets heb vergeven, dan is het ter wille van u in het aangezicht van Christus, opdat de satan op ons geen voordeel zou behalen, 2Co 2:11 want zijn gedachten zijn ons niet onbekend. (TELOS)