1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 4 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Kor. 4:1. Hoe Paulus c.s. te beschouwen.

1Co 4:1  Laat men ons zo beschouwen: als dienaren van Christus en rentmeesters van de verborgenheden van God. (TELOS)

Laat men ons zo beschouwen. Een inhoudelijk vervolg op de vorige verzen. De Korinthiërs stelden Paulus, Apollos en Petrus op een voetstuk. De beschouwing van de Korinthiërs moest, gezien hun partijschappen, worden bijgesteld.

1Co 3:5 Wat is dan Apollos, en wat is Paulus? Dienstknechten door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heer aan ieder heeft gegeven. 1Co 3:6 Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft de groei gegeven. 1Co 3:7 Dus is noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God die de groei geeft. (TELOS)

Vergelijk de reactie van Petrus op het huldebetoon door de Romeinse hoofdman Cornelius:

Hnd 10:25 Toen het nu gebeurde dat Petrus binnenkwam ging Cornelius hem tegemoet, viel aan zijn voeten en huldigde hem. Hnd 10:26 Petrus echter richtte hem op en zei: Sta op, ik ben zelf ook een mens. (TELOS)

Vergelijk de reactie van de engel op Johannes, die hem twee maal te voet viel:

Opb 19:10 En ik viel voor zijn voeten neer om hem te aanbidden; en hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders die het getuigenis van Jezus hebben; aanbid God! Want het getuigenis van Jezus is de geest van de profetie. (TELOS)

Opb 22:8 En ik, Johannes, ben het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik ze hoorde en zag, viel ik neer om te aanbidden voor de voeten van de engel die mij deze dingen toonde. Opb 22:9 En hij zei tot mij: Zie toe, doe dit niet; ik ben een medeslaaf van u en van uw broeders, de profeten, en van hen die de woorden van dit boek bewaren; aanbid God! (TELOS)

Rentmeesters. Zij waren slechts rentmeesters, geen bezitters, bedenkers, uitvinders van Gods wijsheid. Een rentmeester beheert het goed van een ander. Paulus en de zijnen hadden de verborgenheden van God in beheer ontvangen.

Verborgenheden van God. Dingen die God alleen weet.

1Co 2:9 maar zoals geschreven staat: ‘Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben’. (TELOS)

1 Kor. 4:2

1Co 4:2 Verder wordt hier van de rentmeesters vereist, dat men trouw wordt bevonden. (TELOS)

Trouw. Aan de opdrachtgever, de eigenaar.

1Co 7:25 Aangaande de maagden nu heb ik geen bevel van de Heer; maar ik geef mijn mening als iemand die barmhartigheid van de Heer gekregen heeft om trouw te zijn. (TELOS)

1 Kor. 4:5

1Co 4:5 Oordeelt daarom niets voor de tijd, totdat de Heer komt, die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen en de raadslagen van de harten openbaar zal maken; en dan zal ieder zijn lof ontvangen van God. (TELOS)

Oordeelt daarom niets voor de tijd, tot de Heer komt. Wanneer de Heer komt, zal Hij ons tot Zich nemen, ons voor zijn rechterstoel stellen en ons beoordelen.

2Co 5:10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat ieder ontvangt wat in het lichaam is gedaan, naardat hij heeft bedreven, hetzij goed hetzij kwaad. (TELOS)

Ro 14:10 Maar u, waarom oordeelt u uw broeder? Of ook u, waarom minacht u uw broeder? Want wij zullen allen voor de rechterstoel van God gesteld worden; (TELOS)

Die ook wat in de duisternis verborgen is, aan het licht zal brengen.

1Co 3:13 ieders werk zal openbaar worden. Want de dag zal het aan het licht brengen, omdat deze in vuur geopenbaard wordt, en hoe ieders werk is, dat zal het vuur beproeven. (TELOS)

De raadslagen van de harten openbaar zal maken. De overleggingen, de drijfveren achter ons doen en laten.

Ieder zijn lof ontvangen van God. Om wat in Zijn ogen lofwaardig is.

1 Kor. 4:6

1Co 4:6 Dit nu, broeders, heb ik ter wille van u toegepast op mijzelf en Apollos, opdat u in ons leert niet te denken boven wat er geschreven staat; opdat u zich niet opblaast de een voor de een en tegen de ander. (TELOS)

Ter wille van u toegepast op mijzelf en Apollos. Zoals Paulus nederig sprak over zichzelf en andere dienstknechten van God, zo moesten de Korinthiërs leren hoe ze over zichzelf moesten denken. Hun zelfroem (vers 7), opgeblazenheid en twist moesten verdwijnen.

1 Kor. 4:8

1Co 4:8 Reeds bent u verzadigd, reeds bent u rijk geworden, zonder ons hebt u geregeerd; en ik zou wel willen dat u regeerde, opdat ook wij met u regeerden. (TELOS)

Reeds bent u. Alsof hun toekomst in heerlijkheid, wanneer ze hun hemels erfdeel zullen genieten en met Christus zullen regeren, al was aangebroken.

Hebt u geregeerd. Alsof zij al met Christus mede regeerden.

Dat u regeerde. Met Christus, in Zijn koninkrijk.

1 Kor. 4:9

1Co 4:9 Want ik meen dat God ons, de apostelen, als laatsten heeft gesteld, als ten dode gedoemden; want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld en voor engelen en voor mensen. (TELOS)

Als laatsten ... als ten dode gedoemden. Zij, gezanten van Christus, die zijn voetstappen drukten, hebben het zwaar te verduren gehad. Op Johannes na zijn zij waarschijnlijk allen de marteldood gestorven. Paulus is in Rome onthoofd. Hun trouw tot in de dood bevestigt de waarheid van het evangelie, dat Jezus uit de dood is opgestaan en aan hen is verschenen.

Schouwspel geworden voor de wereld. De wereld zag hun optreden aan. Letterlijk een schouwspel zijn christenen geworden in de arena te Rome, waar zij voor de ogen van de menigte op de tribune aan de wilde dieren werden prijsgegeven.

1 Kor. 4:21

1Co 4:21 Wat wilt u? Moet ik met de roede naar u toe komen, of in liefde en een geest van zachtmoedigheid? (TELOS)

Met de roede naar u toe komen. Gelijk een vader die zijn kinderen moet kastijden.

Spr 3:12 Want de HEERE kastijdt dengene, dien Hij liefheeft, ja, gelijk een vader den zoon, [in] [denwelken] hij een welbehagen heeft. (SV)