1 Korinthiërs/Commentaar/Hoofdstuk 8

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 8 van het Bijbelboek 1 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Kor. 8:1

1Co 8:1 Wat nu de afgodenoffers betreft, wij weten-(want wij hebben allen kennis; de kennis blaast op, maar de liefde bouwt op. (TELOS)

Wij hebben allen kennis. Immers, "wij weten dat een afgod niets is in de wereld, en dat er geen God is dan Eén." (vers. 4). Het "allen" wordt genuanceerd in vers 7, "de kennis is niet in allen". Zij die zwak in hun geweten zijn inzake het eten van voedsel dat voor de afgoden was bestemd (vers 7) hebben de kennis niet (vgl. vers 10).

Blaast op. We kunnen ons licht verheven achten boven de onwetende, hem bijvoorbeeld 'bekrompen' vinden, omdat wij moeite heeft met iets waarmee wij geen moeite hebben.

1 Kor. 8:7

1Co 8:7 Maar de kennis is niet in allen; maar sommigen, tot nu toe in hun geweten niet vrij van de afgod, eten het als afgodenoffer, en hun geweten, omdat het zwak is, wordt bevlekt. (TELOS)

Niet in allen. In het algemeen gesproken weten wij, gelovigen in Christus, dat er slechts één God is en dat een afgod niets is (vers 4). Er zijn er echter die nog een of meer afgoden vrezen.

Bevlekt. Ze doen iets dat tegen hun geweten ingaat en krijgen daardoor een schuldgevoel ("ik heb een afgodenoffer gegeten").

1 Kor. 8:9

1Co 8:9 Maar kijkt u uit, dat dit recht van u niet misschien een struikelblok wordt voor de zwakken. (TELOS)

Struikelblok. Een aanleiding tot vallen (vers 13): iets doen tegen zijn geweten in.

1 Kor. 8:13

1Co 8:13 Daarom, als voedsel mijn broeder een aanleiding tot vallen geeft, zal ik in eeuwigheid geen vlees eten, om mijn broeder geen aanleiding tot vallen te geven. (TELOS)

Aanleiding tot vallen. Ofwel een struikelblok (vers 9).