1 Kronieken/Commentaar/Hoofdstuk 17

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

1 Kronieken:


Hoofdstuk 17 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Kron. 17:5

1Kr 17:5 Want Ik heb in geen huis gewoond van dien dag af, dat Ik Israël heb opgevoerd tot dezen dag toe; maar Ik ben gegaan van tent tot tent, en van tabernakel [tot] [tabernakel]. (SV)

Huis. Hebr. bayith. BEdoeld wordt een vast, stenen of cederen huis. Vgl. vers 1:

1Kr 17:1 Het geschiedde nu, als David in zijn huis woonde, dat David tot Nathan, den profeet, zeide: Zie, ik woon in een cederen huis, maar de ark des verbonds des HEEREN onder gordijnen. (SV)

Van tent tot tent, en van tabernakel. "Tent" is de vertaling van het Hebreeuwse "ohel" (= tent) en "tabernakel" van het Hebreeuwse "miskan" (= woning). De tabernakel was de verplaatsbare tentwoning van God in de woestijn en ook tijdelijk in het Beloofde Land. De Naardense vertaling van dit vers:

1Kr 17:5 want ik heb nooit in een huis gezeteld, vanaf de dag dat ik Israël deed opklimmen tot op deze dag,- en ben gebleven ‘van tent tot tent en van woning tot woning’;

De Heer Jezus trok ook rond, zonder vaste woonplaats.

Mt 8:20 En Jezus zei tot hem: De vossen hebben holen en de vogels van de hemel nesten; maar de Zoon des mensen heeft geen plaats waar Hij zijn hoofd kan neerleggen. (TELOS)

Zijn omwandeling in het land Israël was als het ware een woestijntocht. Er was geen vrucht voor hem. Zijn leven eindigde op een barre plaats, aan het kruis, met dorst.