1 Timotheüs/Hoofdstuk 2

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb

1 Timotheüs:


Hoofdstuk 2 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

Paulus vermaant allereerst dat gebeden en gedankt wordt voor alle mensen, opdat, naar Gods wil, gelovigen rustig kunnen leven en mensen behouden worden (1-7). Mannen moeten bidden zonder dat ze onderling toorn en twist hebben (8). Vrouwen moeten zich waardig en bescheiden kleden, met goede werken (9-10). Leren of heersen over een man komt hen niet toe, want zij zijn vatbaarder voor dwalingen (11-14). Laten zij zich, tot hun eigen bewaring, toeleggen op het baren en grootbrengen van kinderen, in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid (15).

1 Tim. 2:2

1Ti 2:2  voor koningen en alle hooggeplaatsten, opdat wij een rustig en stil leven leiden in alle godsvrucht en eerbaarheid. (Telos)

Godsvrucht. Vgl. vers 10, "vrouwen die belijden godvrezend te zijn".

Eerbaarheid. In gedrag (zonder toorn en twist, vers 8), ook in kleding, zie vers 9.

1 Tim. 2:4

1Ti 2:4  die wil dat alle mensen behouden worden en tot kennis van de waarheid komen. (Telos)

Wie bidt voor de behoudenis van mensen (1-2), werkt mee aan het evangelie.

1 Tim. 2:6

1Ti 2:6  die Zichzelf gegeven heeft tot een losprijs voor allen, volgens het getuigenis op zijn eigen tijd; (Telos)

Tot een losprijs voor allen. Want God, onze Heiland, wil dat alle mensen behouden worden (vers 4). Dat Jezus zich aldus gegeven heeft, heeft niet tot gevolg dat allen behouden worden, wel dat allen behouden kunnen worden.

2Th 2:10  ... hen die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet hebben aangenomen om behouden te worden. (Telos)

1 Tim. 2:7

1Ti 2:7  waartoe ik gesteld ben als prediker en apostel - ik zeg de waarheid, ik lieg niet -,als leraar van de volken in geloof en waarheid. (Telos)

Waartoe ik gesteld ben enz. Zie 1:12.

1 Tim. 2:8

1Ti 2:8 Ik wil dan dat mannen in elke plaats bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist. (Telos)

Bidden. Zie vers 1. Paulus zegt niet dat in elke plaats slechts de mannen bidden. Evenmin als hij in het volgende wil zeggen dat slechts vrouwen zich waardig hebben te kleden.

Heilige handen. De nadruk ligt op 'heilige'. Vergelijk:

2Co 13:12 Groet elkaar met een heilige kus. (Telos)

1 Tim. 2:9

1Ti 2:9  Evenzo dat ook vrouwen zich tooien in waardige kleding met bescheidenheid en ingetogenheid, niet met haarvlechten en goud of parels of kostbare kleding; (Telos)

Ingetogenheid. Zie ook vers 15.

Zie Eerbare kleding.

1 Tim. 2:11

1Ti 2:11  Een vrouw moet zich stil, in alle onderdanigheid laten leren; (Telos)

1 Cor 14: 34 zoals in alle gemeenten van de heiligen. Laten de vrouwen zwijgen in de gemeenten; want het is hun niet geoorloofd te spreken, maar laten zij onderdanig zijn, zoals ook de wet zegt. 1Co 14:35  En als zij iets willen leren, laten zij thuis hun eigen mannen vragen; want het is schandelijk voor een vrouw te spreken in de gemeente.(Telos)

Stil. Zie ook vers 12. In vers 2 is sprake van 'een rustig en stil leven leiden' door gelovigen.

In alle onderdanigheid. Onderdanig-zijn staat tegenover heersen (vers 12).

1 Tim. 2:13

1Ti 2:13  Want Adam is eerst geformeerd, daarna Eva; (Telos)

Deze scheppingsvolgorde heeft een scheppingsorde tot gevolg: de man is het hoofd van zijn vrouw.

1 Tim. 2:14

1Ti 2:14  en Adam werd niet verleid, maar de vrouw werd verleid en viel in overtreding. (Telos)

Dat is de tweede reden voor het leerverbod voor vrouwen ten opzichte van mannen. Vrouwen zijn in het algemeen vatbaarder voor dwaling dan mannen. Dat ook mannen kunnen dwalen, maakt het vorige hoofdstuk duidelijk. Paulus noemt zelfs twee mannen die dwaalden, Hymenéüs en Alexander (1:20).

Werd verleid en viel in overtreding. Na dwaling en misleiding in het denken volgt vaak overtreding in het doen.

1 Tim. 2:15

1Ti 2:15  Maar zij zal bewaard blijven tijdens het ter wereld brengen van kinderen, als zij blijven in geloof, liefde en heiliging, met ingetogenheid. (Telos)

Zij zal ... zij blijven. Het eerste zij heeft betrekking op de vrouw in collectieve zin, de tweede 'zij' op de afzonderlijke vrouwen, niet op kinderen.

Bewaard blijven. Dit staat in tegenstelling tot het voorgaande, "viel in overtreding".

Tijdens het ter wereld brengen van kinderen. In ruime zin te nemen: baren en grootbrengen van kinderen. Tegenover de leeractiviteit in de gemeente, welke de vrouw verboden wordt, stelt de apostel het baren, verzorgen en grootbrengen van kinderen als de haar passende activiteit. Moeder-zijn is een aardse bestemming van de vrouw.

Blijven in geloof. En zich niet laat misleiden of verleiden, als de eerste vrouw Eva. Helaas hebben sommigen, onder wie Hymenéüs en Alexander, het geloof niet behouden (1:19-20).

Geloof, liefde. Twee hoofddeugden.

Liefde. De liefde is praalt niet (1 Cor. 13:5), dus ook niet met "goud, parels en kostbare kleding" (vers 9).

Heiliging. Leven voor God, in afzondering van wereldse wijzen van doen, waaronder een oneerbare wijze van kleden. En de mannen moeten "bidden met opheffing van heilige handen, zonder toorn en twist" (vers 8).

Ingetogenheid. Zie vers 9.