2 Koningen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

2 Koningen of Het tweede boek der Koningen is het twaalfde boek in de Bijbel. Oorspronkelijk vormde het één geheel met 1 Koningen en is het het vierde boek in de Nebiïm. Het beschrijft de tijd van de tweedeling van het Rijk van Israël, vanaf de regering van koning Achazja en koning Joram, tot aan de ballingschap van het Noordelijke Israël door Assyrië en het Zuidelijke Juda door Babylonië.

Sleutelverzen zijn 2 Koningen 1:17; 10:10; 17:7-9,22,23 en 24:2.

Boodschap

Het woord van God gaat in vervulling, zowel tot een zegen voor de rechtvaardigen als tot een vloek voor de zondaars (Zie Deut. 28). God vergeeft veel, maar mensen kunnen niet maar doorgaan met zondigen. Het bijbelse principe: "vormt geen ongelijk span met ongelovigen," komt sterk naar voren, b.v. in de vriendschap tussen de gelovige koning Josafat van Juda en de afgodische koning Achab van Israël. met alle gevolgen van dien.

Auteur, datering en geschiedkundige achtergrond

Zie hiervoor de inleiding op 1 Koningen, waarmee dit boek oorspronkelijk één geheel vormde. Door de vertalers van de Septuagint ( Het OT in het Grieks) werd de indeling gemaakt in twee boeken.

2 Koningen beschrijft de regeringsperioden van de koningen van Israël en Juda vanaf de koningen Achazja en Joram tot aan  de ondergang van beide rijken. Het behelst een periode van ca. 300 jaar. De profeten spelen in dit geheel een grote rol, in 2 Koningen wordt vooral veel verteld over Elisa, de profeet en opvolger van Elia, die een bediening had in Israël over een periode van 66 jaar. Er wordt een verslag gegeven van 14 wonderen die Elisa verrichtte tijdens zijn optreden.

Indeling

Het boek 2 Koningen is globaal te verdelen in de volgende vier delen:

2 Kon. 1-2:18 behandelt het slot van de bediening van de profeet Elia en zijn opname in de hemel.

2 Kon. 2:19-13:21 gaan over over het optreden van Elisa als profeet en over Gods toorn over de ongehoorzame goddelozen koningen van Juda en Israël.

2 Kon. 13:22-17 gaat over Gods geduld met Israël en Juda, maar uiteindelijk komt de straf voor Israël in de vorm van ballingschap naar Assyrië.

2 Kon. 18-25 gaat over de laatste periode van van de dynastie van David in Juda, enkele goede koningen en enkele slechte, en het eindigt met de wegvoering van volk en vorst naar Babylonië.

Samenvatting

Voor een samenvatting van dit Bijbelboek per hoofdstuk, zie:

Enkele bijzonderheden

Genezing van Naäman de Syriër in de Jordaan - 2 Kon.5

Dit boek beschrijft de situaties die leidden tot de ondergang van Israël (het noordelijke 10-stammenrijk) en hun wegvoering in ballingschap naar Assyrië en de ondergang van Juda, (het zuidelijke 2-stammenrijk), de verwoesting van de Tempel en de wegvoering naar Babylon.

Israël kende 19 koningen, waarvan niet een God in waarheid diende. Juda kende 19 koningen en 1 koningin,  8 van hen dienden in getrouwheid de God van Israël.

Eén van de beste koningen van Juda, Hizkia, was de vader van de meest slechte koning van Juda, Manasse. In 2 Koningen komt 36 keer de term "Man van God" voor, meer dan in welk ander bijbelboek dan ook. 

De zin: "hij deed wat kwaad was in de ogen van de Heer," komt 21 keer voor. Gelukkig komen we ook de zin tegen: "hij deed wat recht was in de ogen van de Heer," helaas maar 8 keer.

De term: "het woord van de Heer," en equivalenten daarvan komen 24 keer voor.

In 2 Kon. 2:9 vraagt Elisa aan Elia: "Laat een dubbel deel van uw geest op mij zijn." Zijn wens wordt vervuld; er worden in 1 en 2 Koningen 7 wonderen beschreven door Elia's hand, en 14 door Elisa.

Commentaar en onderwerpen

Op de volgende pagina's worden passages uit het boek 2 Koningen becommentarieerd en onderwerpen behandeld:

Meer weten

H. Rossier, De val van het koningschap; een overdenking over 1 en 2 Koningen. Uitgeverij: Uit het Woord der Waarheid, zonder jaar. Omvang: 208 blz.