2 Korinthiërs/Hoofdstuk 11

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Oude Testament: Ge Ex Le De Jo Ri Ru 1Sa 2Sa 1Ko 2Ko 1Kr 2Kr Ezr Ne Es Job Ps Sp Pr Hgl Jes Jer Kla Eze Da Hos Joë Am Ob Jon Mi Na Hab Zef Hag Za Mal
Nieuwe Testament: Mat Mar Luk Joh Hand Rom 1Kor 2Kor Gal Ef Flp Col 1Th 2Th 1Tim 2Tim Tit Flm Heb Jak 1Petr 2Petr 1Joh 2Joh 3Joh Jud Opb

2 Korinthiërs:


Hoofdstuk 11 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

1 Kor. 11:1

2Co 11:1  Och, mocht u een weinig onwijsheid van mij verdragen. Ja, verdraagt mij ook! (Telos)

Onwijsheid van mij verdragen.

2Co 11:16  Nogmaals zeg ik: Laat niemand menen dat ik onwijs ben; of anders, neemt mij aan zelfs als een onwijze, opdat ook ik een beetje mag roemen. 2Co 11:17  Wat ik spreek, spreek ik niet naar de Heer, maar als in onwijsheid, in dit vertrouwen te mogen roemen. (Telos)

Verdraagt mij ook! De Korinthiërs verdroegen anderen, zie vers 4 en:

2Co 11:19  U verdraagt immers graag de onwijzen, daar u wijs bent. 2Co 11:20 Want u verdraagt het, als iemand u in slavernij brengt, als iemand u opeet, als iemand van u neemt, als iemand zich verheft, als iemand u in het gezicht slaat. (Telos)

2 Kor. 11:2

2Co 11:2  Want ik ben naijverig over u met een naijver van God; want ik heb u aan een man verloofd om u als een reine maagd voor Christus te stellen. (Telos)

Naijverig. Want Paulus kan het niet verdragen dat de gemeente van Christus werd afgetrokken en een andere man (leer, leraar) zou aanhangen.

Als een reine maagd. Die zich niet met een ander man heeft bevlekt.

2 Kor. 11:3

2Co 11:3  Maar ik vrees dat wellicht, zoals de slang Eva verleidde door haar sluwheid, uw gedachten bedorven en afgeweken zijn van de eenvoudigheid en de reinheid jegens Christus. (Telos)

Eva. Paulus stelt de gemeente voor als een vrouw (vers 2). Zij werd echter verleid, evenals eertijds Eva.

Verleidde door haar sluwheid. Dat is de sluwheid van de satan (vgl. 11:14-15), 'de oude slang' (Opb. 12:9; 20:2), die zich van het dier bediende, dat indertijd de listigste van alle velddieren was. De Korinthiërs werden verleid door een of meer valse apostelen (11:13-15), die een andere Jezus, een andersoortige geest, een andersoortig evangelie brachten (vers 4). Zoals de slang een ander woord bracht dan God. Ook de slang bracht 'goed nieuws' (Gen. 3:4-5).

Ge 3:1  De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? ... Ge 3:4  Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Ge 3:5  Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. (Telos)

Uw gedachten bedorven en afgeweken zijn. Dat gebeurde bij onze oermoeder Eva.

2 Cor. 11:4

2Co 11:4  Want als degene die komt een andere Jezus predikt die wij niet gepredikt hebben, of als u een andersoortige geest ontvangt die u niet hebt ontvangen, of een andersoortig evangelie dat u niet hebt aangenomen, dan zou u het heel goed verdragen. (Telos)

Als degene die komt. Een valse apostel van Christus, een bedrieglijke arbeider.

2Co 11:13  Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. 2Co 11:14  En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht. 2Co 11:15  Het is dus niets bijzonders als ook zijn dienaars zich voordoen als dienaars van de gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken. (Telos)

2 Kor. 11:6

2Co 11:6  Maar al ben ik ook een ‘onkundige’ in het spreken, in de kennis ben ik het toch niet; maar in elk opzicht hebben wij die in alle dingen onder u openbaar gemaakt. (Telos)

Een 'onkundige' in het spreken. Paulus' spreken werd geminacht.

2Co 10:10  Want de brieven, zegt men, zijn wel gewichtig en krachtig, maar zijn persoonlijk optreden is zwak en zijn spreken verachtelijk. (Telos)

1Co 1:17 Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus niet krachteloos zou worden. (Telos)

1Co 2:1  En toen ik bij u kwam, broeders, kwam ik niet met uitnemendheid van woorden of wijsheid u het getuigenis van God verkondigen. 1Co 2:2  Want ik had mij voorgenomen niets onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. 1Co 2:3  En ik was bij u in zwakheid, in vrees en in veel beven; (Telos)

1Co 2:13  Hiervan spreken wij ook, niet met woorden door menselijke wijsheid geleerd, maar met woorden door de Geest geleerd, terwijl wij geestelijke dingen door geestelijke woorden meedelen. (Telos)

2 Kor. 11:9

2Co 11:9  (want in mijn gebrek voorzagen de broeders die van Macedonie kwamen); en ik heb mijzelf in elk opzicht ervoor gewacht u te belasten, en zal mij ervoor  wachten. (Telos)

Die van Macedonië kwamen. De gemeente was ontstaan tijdens de tweede zendingsreis van de apostel, nadat hij in het noordelijk gelegen Macedonië was geweest. Paulus schreef de brief vanuit Macedonïe tijdens zijn derde zendingsreis.

Tweede zendingsreis van de apostel Paulus (Hand. 15:36-18:22), volgend op een eerste en gevolgd door een derde.

Route: Antiochië (Syrië)SyriëCiliciëDerbeLystraFrygië, GalatiëMysiëTroasSamothráceMacedoniëNeápolisFilippiAmfipolisApolloniaThessaloníkaBeréaAtheneKorintheKenchreeënEfezeCaesarea (Maritima)JeruzalemAntiochië (Syrië)

Ligging van Macedonië en Korinthe (in Achaje).

2 Kor. 11:10

2Co 11:10  De waarheid van Christus is in mij, dat deze roem in mij niet zal worden verhinderd in de streken van Achaje. (Telos)

Achaje. De Griekse provincie ten zuiden van de provincie Macedonië. Zie kaart hierboven.

2 Kor. 11:16

2Co 11:16  Nogmaals zeg ik: Laat niemand menen dat ik onwijs ben; of anders, neemt mij aan zelfs als een onwijze, opdat ook ik een beetje mag roemen. (Telos)

Neem mij aan zelfs als een onwijze.

2Co 11:1  Och, mocht u een weinig onwijsheid van mij verdragen. Ja, verdraagt mij ook! (Telos)

Opdat ook ik een beetje mag roemen. Zie vers 18. In de verzen 5-10 roemt hij een beetje.

2 Kor. 11:17

2Co 11:17  Wat ik spreek, spreek ik niet naar de Heer, maar als in onwijsheid, in dit vertrouwen te mogen roemen. (Telos)

Spreek ik niet naar de Heer. Hij roemde niet uit Christus, wel in Christus. Wat hij nu sprak, sprak hij uit zichzelf, niet als boodschap van de Heer. Desondanks vond de Heer. de Geest het nodig om deze woorden op te nemen in de Schrift.

2 Kor. 11:18

2Co 11:18  Omdat velen naar het vlees roemen, zal ook ik roemen. (Telos)

Naar het vlees roemen. Naar hun afkomst, opleiding, welsprekendheid, inkomsten.

Zal ook ik roemen. In de verzen 5-10 roemt hij.

2 Kor. 11:20

2Co 11:20 Want u verdraagt het, als iemand u in slavernij brengt, als iemand u opeet, als iemand van u neemt, als iemand zich verheft, als iemand u in het gezicht slaat. (Telos)

Als iemand u in het gezicht slaat. Streng en vernederend aanpakt. Misschien dat de valse apostelen het letterlijk deden.

2 Kor. 11:23

2Co 11:23 Zijn zij dienaars van Christus? - ik spreek als een onzinnige - ik bovenmate. In arbeid zeer overvloedig, in gevangenissen zeer overvloedig, in slagen bovenmatig veel, dikwijls in doodsgevaren. (Telos)

Ik bovenmate. Vergelijk:

1Co 15:10 Maar door de genade van God ben ik wat ik ben; en zijn genade aan mij is niet vergeefs geweest, maar ik heb overvloediger gearbeid dan zij allen; maar niet ik, maar de genade van God met mij. (Telos)

2 Kor. 11:29

2Co 11:29 Wie is zwak, en ik ben niet zwak? Wie vindt aanleiding tot vallen, en ik brand niet? (Telos)

Aanleiding tot vallen. Aanstoot, ergernis, waaraan men zich stoot en hierdoor ten val komt, d.w.z. zondigt.

En ik brand niet. Van sterke begeerte, hartstocht, die Paulus dreigde mee te slepen en zelfbeheersing van hem eiste. Het woord 'branden' wordt hier in overdrachtelijke zin gebruikt. Hetzelfde Griekse woord komt voor in:

1Co 7:9 Maar als zij zich niet kunnen onthouden, laten zij trouwen; want het is beter te trouwen dan van begeerte te branden. (Telos)