2 Korinthiërs/Hoofdstuk 3

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 3 van het Bijbelboek 2 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Onderwerp en samenvatting

Onderwerp: Oude en Nieuwe Verbond.

Samenvatting: Paulus gaat in op de heerlijkheid van de bediening van de verzoening. Hij vergelijkt het oude en nieuwe verbond en verklaart het ongeloof der Joden.

2 Kor. 3:2-3

2Co 3:2 U bent onze brief, geschreven in onze harten, gekend en gelezen door alle mensen; 2Co 3:3 u, van wie blijkt dat u een brief van Christus bent, door onze bediening opgesteld, geschreven niet met inkt, maar met de Geest van de levende God, niet op stenen tafelen, maar op vlezen tafelen van de harten. (TELOS)

Geschreven ... met de Geest van de levende God ... op vlezen tafelen van de harten. Een van de zegeningen van het nieuwe verbond

Jer 31:31  Ziet, de dagen komen, spreekt de HEERE, dat Ik met het huis van Israël en met het huis van Juda een nieuw verbond zal maken; Jer 31:32  Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb, ten dage als Ik hun hand aangreep, om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij vernietigd hebben, hoewel Ik hen getrouwd had, spreekt de HEERE;  Jer 31:33  Maar dit is het verbond, dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven, en zal die in hun hart schrijven; en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.  Jer 31:34  En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken. (SV)

Eze 36:26  En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwen geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven. Eze 36:27  En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u; en Ik zal maken, dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen, en Mijn rechten zult bewaren en doen. (SV)

De Nederlandse zangeres Anja Schraal wenst een brief van Christus te zijn in het volgende lied.


Lass mich ein Brief sein. Gezongen door Anja Schraal.
Gepubliceerd door Bibelstream::Deutsch op 27 dec. 2009 op Youtube.com.

2 Kor. 3:7

2Co 3:7  (Als nu de bediening van de dood, met letters op stenen gegraveerd, met heerlijkheid ontstond, zodat de zonen van Israël hun ogen niet konden vestigen op het gezicht van Mozes wegens de heerlijkheid van zijn gezicht, die te niet gedaan moest worden; (Telos)

De bediening van de dood. Of 'de bediening van de veroordeling' (vers 9). De wet van Mozes doet zonde kennen, prikkelt de zonde. Wanneer de zonde vrucht draagt, brengt zij de dood voort. Het loon van (de straf op) de zonde is de dood. De bediening van de dood staat tegenover de bediening van de Geest (vers 8), de bediening van de gerechtigheid (vers 9).

Die te niet gedaan moest worden. En dus tijdelijk was. Zie vers 11, 'dat wat te niet gedaan moest worden' tegenover 'wat blijft', vers 13 'wat te niet gedaan moest worden'.

2 Kor. 3:10

2Co 3:10  Immers, wat verheerlijkt was, is in dit opzicht niet verheerlijkt wegens de uitnemende heerlijkheid. (Telos)

Het Oude Verbond begon met heerlijkheid, maar deze heerlijkheid berustte niet op de uitnemende heerlijkheid van de voorziening van het Oude Verbond.

2 Kor. 3:14

2Co 3:14  Maar hun gedachten zijn verhard geworden; want tot op heden blijft dezelfde bedekking bij het lezen van het oude testament, zonder weggenomen te worden, die in Christus te niet gedaan wordt. (Telos)

Hun gedachten zijn verhard geworden.

Ro 11:25  Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israël verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan; (Telos)

Dezelfde bedekking. Een bedekking die de heerlijkheid bedekt. De huidige bedekking is (1) er een bij de Israëlieten zelf, (2) als gevolg van de verharding van hun hart, (3) een bedekking die hun hart bedekt, (4) waardoor de heerlijkheid van Christus voor hen verborgen blijft.

Hnd 28:25  En onder elkaar onenig gingen zij weg, nadat Paulus dit ene woord had gezegd: Terecht heeft de Heilige Geest door de profeet Jesaja tot uw vaderen de woorden gesproken:  Hnd 28:26  ‘Ga tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult u horen en geenszins verstaan, en kijkend zult u kijken en geenszins zien;  Hnd 28:27  want het hart van dit volk is vet geworden en hun oren zijn hardhorend geworden en hun ogen hebben zij gesloten, opdat zij niet misschien met hun ogen zien en met hun oren horen en met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’. (Telos)

Jes 6:8  Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.  Jes 6:9   Toen zeide Hij: Ga henen, en zeg tot dit volk: Horende hoort, maar verstaat niet, en ziende ziet, maar merkt niet.  Jes 6:10  Maak het hart dezes volks vet, en maak hun oren zwaar, en sluit hun ogen, opdat het niet zie met zijn ogen, noch met zijn oren hore, noch met zijn hart versta, noch zich bekere, en Hij het geneze. (SV)

Eze 12:2  Mensenkind! gij woont in het midden van een wederspannig huis, dewelke ogen hebben om te zien, en niet zien, oren hebben om te horen, en niet horen, want zij zijn een wederspannig huis. (SV)

Bij het lezen van het oude testament. Het oude testament was een 'verbond van de letter' (2 Cor. 3:6). Wat gelezen werd was de wet van Mozes, de Torah.

2Co 3:6 die ons ook bekwaam heeft gemaakt als dienaars van het nieuwe verbond, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend. (Telos)

2 Kor. 3:15

2Co 3:15  Maar tot heden toe ligt er, wanneer Mozes wordt gelezen, een bedekking over hun hart; (Telos)

Ze verstaan bij voorbeeld niet dat de offers van het Oude Verbond heenwijzen naar het offer van Jezus Christus.

2 Kor. 3:16

2Co 3:16  maar wanneer het tot [de] Heer zal terugkeren, wordt de bedekking weggenomen.) (Telos)

Zoals bij Saulus van Tarsus is gebeurd.

Tot de Heer zal terugkeren. De bekering en wedergeboorte van Israël. Geheel Israël zal behouden worden (Rom. 9-11).

2 Kor. 3:17

2Co 3:17  De Heer nu is de Geest; waar nu de Geest van de Heer is, is vrijheid. (Telos)

God was in Jezus tegenwoordig, Jezus is tegenwoordig in de Geest. God is Jezus, Jezus is de Geest.

De Heer nu is de Geest. Zie het volgende vers.

Vrijheid. Vrijheid van de macht der zonde, vrij-zijn van de wet.

Ro 8:2  want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en de dood. (Telos)

2 Kor. 3:18

2Co 3:18  Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen, worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer, de Geest. (Telos)

De heerlijkheid van de Heer aanschouwen.

Heb 2:9  maar wij zien Jezus, die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door de genade van God voor alles de dood smaakte.

De Heer, de Geest. De Geest is de Geest van Christus. De Zoon is onderscheiden van de Geest en tegelijk één met de Geest. ⇒ Godheid van Jezus Christus.