2 Korinthiërs/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 4 van het Bijbelboek 2 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2 Kor. 4:1

2Co 4:1   Daarom, nu wij deze bediening hebben, naardat ons barmhartigheid bewezen is, worden wij niet moedeloos; (Telos)

Deze bediening. Die van het nieuwe verbond, 3:6.

Worden wij niet moedeloos. Ondanks de tegenstand en de verdrukking die ons wedervaren.

Efe 3:13  Daarom vraag ik u niet moedeloos te worden door mijn verdrukkingen voor u, die uw heerlijkheid zijn. (Telos)

2 Kor. 4:2

2Co 4:2  maar wij hebben verworpen de verborgen dingen van de schande, daar wij niet wandelen in sluwheid of het woord van God vervalsen, maar door het openbaren van de waarheid onszelf aan elk menselijk geweten aanbevelen voor Gods aangezicht. (Telos)

De verborgen dingen van de schande. De schandelijke beweegredenen, zoals geldelijk gewin of het ondermijnen van Paulus' gezag en dienst.

Of het woord van God vervalsen.

2Co 2:17  Want wij zijn niet als de velen die het woord van God vervalsen; maar als uit oprechtheid, maar als uit God, spreken wij voor Gods aangezicht in Christus. (Telos)

2 Kor. 4:4 Verblind

2Co 4:4  in wie de god van deze eeuw de gedachten van deze ongelovigen verblind heeft, opdat de lichtglans van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld van God is, hen niet zou bestralen. (Telos)

De god van deze eeuw. D.i. de duivel.

De gedachten van deze ongelovigen verblind heeft. Deze verblinding is tevens een oordeel van God wegens hun ongeloof, hun onbekeerlijkheid.

Joh 12:39  Daarom konden zij niet geloven, omdat Jesaja opnieuw heeft gezegd: Joh 12:40  ‘Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, opdat zij niet met hun ogen zien en met hun hart begrijpen en zich bekeren, en Ik hen gezond maak’. (Telos)

De lichtglans ... hen niet zou bestralen.

2Co 4:6  Want de God die gezegd heeft: ‘Uit duisternis zal licht schijnen’, Die heeft geschenen in onze harten tot de lichtglans van de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus. (Telos)

Het evangelie van de heerlijkheid van Christus. De heerlijkheid van Christus bestaat hierin, dat Hij is God geopenbaard in het vlees en verheerlijkt is vanwege zijn lijden van de dood. Paulus predikte 'Christus Jezus als Heer' (vers 5).

Joh 17:5  en nu, verheerlijk Mij, U, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid die Ik bij U had voordat de wereld was. (Telos)

Heb 2:9  maar wij zien Jezus, die een weinig minder dan de engelen gemaakt was vanwege het lijden van de dood met heerlijkheid en eer gekroond, opdat Hij door de genade van God voor alles de dood smaakte. (Telos)

2 Kor. 4:5

2Co 4:5  Want wij prediken niet onszelf, maar Christus Jezus als Heer, en onszelf als uw slaven om Jezus’ wil. (Telos)

Als uw slaven om Jezus' wil.

2Co 1:24  Niet dat wij heersen over uw geloof, maar wij zijn medewerkers aan uw blijdschap; want door het geloof staat u. (Telos)

1Co 9:19  Want terwijl ik vrij ben van allen, heb ik mij allen tot slaaf gemaakt om er zoveel mogelijk te winnen. (Telos)

Mt 20:25  Jezus nu riep hen bij Zich en zei: U weet, dat de oversten van de volken over hen heersen en de groten gezag over hen voeren. Mt 20:26  Zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienstknecht zijn,  Mt 20:27  en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; (Telos)

2 Kor. 4:7

2Co 4:7  Maar wij hebben deze schat in aarden vaten, opdat de uitnemendheid van de kracht van God is, en niet uit ons: (Telos)

Aarden vaten. 'Vat' in figuurlijke zin wordt ook gebezigd in 2 Tim. 2:20.

2Ti 2:20  In een groot huis nu zijn niet alleen gouden en zilveren vaten, maar ook houten en aarden; en sommigen wel tot eer, maar anderen tot oneer.  2Ti 2:21  Als dan iemand zich van deze vaten reinigt, zal hij een vat zijn tot eer, geheiligd, bruikbaar voor de Meester, tot alle goed werk toebereid. (Telos)

2 Kor. 4:10

2Co 4:10 altijd het sterven van Jezus in het lichaam omdragend, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. (TELOS)

God doet alles meewerken ten goede.

Ro 8:28 Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar zijn voornemen zijn geroepen. (TELOS)

2 Kor. 4:13-14

2Co 4:13 Daar wij nu dezelfde geest van het geloof hebben, volgens wat geschreven staat: ‘Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken’, zo geloven ook wij, daarom spreken wij ook; 2Co 4:14 daar wij weten, dat Hij die <de Heer> Jezus heeft opgewekt, ook ons met Jezus zal opwekken en met u voor Zich stellen. (TELOS)

Opwekken. Vergelijk:

2Co 1:9 … opdat wij geen vertrouwen zouden hebben op onszelf, maar op God die de doden opwekt, (TELOS)

2 Kor. 4:16

2Co 4:16 Daarom worden wij niet moedeloos; maar al raakt ook onze uiterlijke mens in verval, toch wordt onze innerlijke van dag tot dag vernieuwd. (TELOS)

Uiterlijke mens in verval. In dit verband moeten wij denken aan de slagen en verwondingen die Paulus' lichaam waren aangedaan. "In alles verdrukt.... neergeworpen ... altijd het sterven Jezus in het lichaam omdragend ... altijd aan de dood overgegeven ... de dood werkt dus in ons... " (4:8-12).

2 Kor. 4:17

2Co 4:17 Want de kortstondige lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons een uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid; (TELOS)

Verdrukking. Paulus schreef hiervoor dat hij "in alles verdrukt" (4:8) was.

Bewerkt voor ons. God doet alles meewerken ten goede.

Ro 8:28 Maar wij weten dat hun die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, hun die naar zijn voornemen zijn geroepen. (TELOS)

2 Kor. 4:18

2Co 4:18 daar wij ons oog niet richten op de dingen die men ziet, maar op de dingen die men niet ziet; want de dingen die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen die men niet ziet, zijn eeuwig. (TELOS)

Vergelijk:

Col 3:1 Als u nu met Christus opgewekt bent, zoekt dan de dingen die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan Gods rechterhand. Col 3:2 Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn. (TELOS)