2 Korinthiërs/Hoofdstuk 6

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 6 van het Bijbelboek 2 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2 Kor. 6:2

2Co 6:2 (want Hij zegt: ‘In de aangename tijd heb Ik u verhoord en op de dag van de behoudenis heb Ik u geholpen’: zie, nu is het de welaangename tijd, zie, nu is het de dag van de behoudenis), (TELOS)

De aangename tijd ... de dag van de behoudenis ... de welaangename tijd. Lijken uitdrukkingen te zijn die de bedeling van Gods genade aanduiden. Vergelijk 'het aangename jaar van de Heer' (Luc. 4:19).

Lu 4:18 ‘De Geest van de Heer is op Mij, doordat Hij Mij heeft gezalfd om aan armen het evangelie te verkondigen; Hij heeft Mij gezonden Lu 4:19 om aan gevangenen loslating te prediken en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijlating, om te prediken het aangename jaar van de Heer’. (TELOS)

Toen de oude Simeon de Christus van de Heer had gezien, nam hij het in zijn armen en loofde God en zei:

Lu 2:29  Nu laat U, Heer, uw slaaf in vrede heengaan naar uw woord, Lu 2:30  want mijn ogen hebben uw behoudenis gezien, Lu 2:31  die U bereid hebt voor het aangezicht van alle volken: (Telos)

2 Kor. 6:5

2Co 6:5  in slagen, in gevangenissen, in oproeren, in arbeid, in waken, in vasten; (Telos)

In slagen.

2Co 11:23  Zijn zij dienaars van Christus? -ik spreek als een onzinnige - ik bovenmate. In arbeid zeer overvloedig, in gevangenissen zeer overvloedig, in slagen bovenmatig veel, dikwijls in doodsgevaren.  2Co 11:24  Van de Joden heb ik vijfmaal veertig slagen min een ontvangen, (Telos)

Paulus en Silas kregen vele slagen in Filippi.

Hnd 16:22  En de menigte stond mee tegen hen op; en de praetoren scheurden hun de kleren af en bevalen hen te geselen. Hnd 16:23  En nadat zij hun vele slagen hadden gegeven, wierpen zij hen in de gevangenis en bevalen de gevangenbewaarder hen zorgvuldig te bewaren. (Telos)

In gevangenissen. Paulus heeft gevangen gezeten in Filippi, in Jeruzalem, in Rome.

2Co 11:23  Zijn zij dienaars van Christus? -ik spreek als een onzinnige-ik bovenmate. In arbeid zeer overvloedig, in gevangenissen zeer overvloedig, in slagen bovenmatig veel, dikwijls in doodsgevaren.

In oproeren. Paulus maakte oproeren mee in Filippi (Hand. 16:22), Thessalonika (Hand. 17:6), in Berea (Hand. 17:13), in Efeze (Hand. 19) en in Jeruzalem (Hand. 21:27v)

In arbeid.

2Co 11:27  in arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid; (Telos)

In waken.

2Co 11:27  in arbeid en moeite, in waken dikwijls, in honger en dorst, in vasten dikwijls, in koude en naaktheid; (Telos)

In vasten.

Hnd 14:23  Nadat zij nu voor hen in elke gemeente oudsten hadden gekozen, baden zij met vasten en droegen hen op aan de Heer in Wie zij hadden geloofd. (Telos)

2 Cor. 6:7

2Co 6:7  in het woord van de waarheid, in de kracht van God; door de wapens van de gerechtigheid in de rechterhand en linkerhand; (Telos)

De wapens van de gerechtigheid in de rechterhand en linkerhand. In het volgende vers noemt Paulus twee geestelijke wapens die de gelovige ter hand moet nemen:

Efe 6:16  terwijl u bovenal het schild van het geloof hebt opgenomen, waarmee u al de brandende pijlen van de boze zult kunnen uitblussen. Efe 6:17  En neemt de helm van de behoudenis en het zwaard van de Geest, dat is het woord van God, (Telos)

2 Kor. 6:8

2Co 6:8 door heerlijkheid en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch waarachtigen; (TELOS)

Verleiders. Paulus en de zijnen werden soms als verleiders gezien. De overpriesters en de farizeeën noemden Jezus, de Waarachtige, tegenover Pilatus een verleider.

Mt 27:63 en zeiden: Heer, wij hebben ons herinnerd dat deze verleider, toen Hij nog leefde, heeft gezegd: Na drie dagen word Ik opgewekt. (TELOS)

2 Kor. 6:9

2Co 6:9 als onbekenden en toch bekenden; als stervend, en zie, wij leven; als getuchtigd en toch niet gedood; (TELOS)

Als stervend. Vergelijk:

2Co 4:10 altijd het sterven van Jezus in het lichaam omdragend, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam openbaar wordt. 2Co 4:11 Want wij die leven, worden altijd aan de dood overgegeven om Jezus’ wil, opdat ook het leven van Jezus openbaar wordt in ons sterfelijk vlees. 2Co 4:12 De dood werkt dus in ons, maar het leven in u. (TELOS)

2 Kor. 6:10

2Co 6:10 als bedroefd, maar altijd blij; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend. (TELOS)

Rijk makend. Geestelijk rijk makend, door hen tot de Heiland te leiden, die hen hersteld tot kinderen van God en begiftigd met eeuwig leven en een hemelse erfenis.

Alles bezittend. In Christus.

1Co 3:21 Laat daarom niemand in mensen roemen; want alles is van u: 1Co 3:22 hetzij Paulus, hetzij Apollos, hetzij Kefas, hetzij wereld, hetzij leven, hetzij dood, hetzij tegenwoordige, hetzij toekomstige dingen, alles is van u; (TELOS)

2 Kor. 6:11

2Co 6:11  Onze mond heeft zich voor u ontsloten, Korinthiërs, ons hart staat wijd open. (Telos)

Onze mond heeft zich voor u ontsloten. Hetgeen blijkt uit de stroom van woorden vanaf vers 4.

2 Kor. 6:14 Ongelijk juk

2Co 6:14 Gaat niet met ongelovigen onder een ongelijk juk. Want welk deelgenootschap hebben gerechtigheid en wetteloosheid? Of welke gemeenschap heeft licht met duisternis? (TELOS)

Gaat niet met ongelovigen onder een ongelijk juk. Vergelijk de 'huwelijksvoorwaarde' die Paulus stelt:

1Co 7:39 Een vrouw is verbonden zolang haar man leeft; maar als haar man ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, mits in de Heer. (TELOS)

2 Cor. 6:15

2 Cor 6: 15 15  En welke overeenstemming heeft Christus met Belial? en welk deel heeft een gelovige met een ongelovige? (Telos)

Belial. Een aanduiding van de satan, alleen hier. Zie Belial.