2 Korinthiërs/Hoofdstuk 7

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 7 van het Bijbelboek 2 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2 Kor. 7:2

2 Co 7:2   Geeft ons plaats. Wij hebben niemand onrecht aangedaan, niemand te gronde gericht, van niemand ons voordeel gezocht. (TELOS)

Vergelijk met wat in Titus 1 van oudsten wordt gevraagd: rechtvaardig, niet uit op schandelijke winst

2 Kor. 7:3

2 Co 7:3  Ik zeg dit niet tot uw veroordeling; want ik heb al gezegd dat u in onze harten bent, om samen te sterven en samen te leven. (TELOS)

Sterven… leven. Merk op de volgorde. Leven: opstandingsleven, leven in de hemel.

2 Kor. 7:4

2 Co 7:4  Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u, ik heb veel roem over u; ik ben vervuld met troost, ik vloei over van blijdschap bij al onze verdrukking. (TELOS)

Ik heb veel vrijmoedigheid tegenover u. Vrijmoedigheid hebben tegenover iemand: gedachten, gevoelens durven mee te delen.

Veel roem. Veel roem had hij over hen, ondanks hun fouten. Paulus had eerder bij Titus over de Korinthiers geroemd 7:14

2 Kor. 7:9

2Co 7:9 Nu verblijd ik mij, niet omdat u bedroefd bent geworden, maar omdat u bedroefd bent geworden tot bekering toe; want u bent bedroefd geworden in overeenstemming met God, opdat u in niets schade van ons lijdt. (TELOS)

Opdat u in niets schade van ons lijdt. De berisping en vermaning in de vorige brief moesten geen afbreuk van het goede bij de Korinthiërs doen en hen niet verder doen afwijken.

2 Kor. 7:10

2Co 7:10 Want de droefheid in overeenstemming met God bewerkt een onberouwelijke bekering tot behoudenis; maar de droefheid van de wereld bewerkt de dood. (TELOS)

De droefheid van de wereld bewerkt de dood. De droefheid van Judas Iskariot was niet in overeenstemming met God. De verrader beroofde zichzelf van het leven.

Sommige mensen zijn dusdanig bedroefd en wanhopig, dat ze een eind aan hun leven maken. Ze nemen niet de richting naar God, naar het leven, maar naar de dood.

2 Kor. 7:11

2 Cor 7:11  Want zie, juist doordat u bedroefd bent geworden in overeenstemming met God, wat een bereidwilligheid heeft het bij u bewerkt, ja zelfs verontschuldiging, zelfs verontwaardiging, zelfs vrees, zelfs vurig verlangen, zelfs ijver, zelfs bestraffing. In alles hebt u bewezen zelf rein te zijn in deze zaak. (TELOS)

Bestraffing. Namelijk van de incestpleger.

Rein te zijn. Er niet mee in te stemmen, het niet goed te vinden.

1Ti 5:22 Leg niemand snel de handen op en heb geen gemeenschap met de zonden van anderen; houd je rein. (TELOS)

In deze zaak: die van de incest.

2 Kor. 7:12

2Co 7:12  Dus al heb ik u geschreven, het was niet om hem die onrecht had gedaan, ook niet om hem wie onrecht aangedaan was, maar opdat uw bereidwilligheid voor ons openbaar zou worden bij u voor Gods aangezicht. (TELOS)

Die onrecht had gedaan. De broeder die ontucht pleegde met de vrouw van zijn vader.

Wie onrecht aangedaan was. De vader van de ontuchtpleger.