2 Korinthiërs/Hoofdstuk 8

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 8 van het Bijbelboek 2 Korinthiërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

2 Kor. 8:1

2 Co 8: 1  Maar wij maken u bekend, broeders, de genade van God die in de gemeenten van Macedonie gegeven is, (TELOS)

Mededeelzaamheid vloeit voort uit ontvangen genade, is een genadegave.

2 Kor. 8:2

2 Cor 8:2  dat onder veel beproeving van verdrukking de overvloed van hun blijdschap en hun diepe armoede overvloedig zijn geweest in de rijkdom van hun liefdadigheid. (TELOS)

Dat is voorwaar een bijzondere genade. Verdrukking + blijdschap & genade + armoede = vrijgevigheid

2 Kor. 8:3-4

2 Co 8:3  Want ik getuig dat zij naar vermogen en boven vermogen, 8:4  uit eigen beweging, ons met veel aandrang smeekten om deze gunst en de gemeenschap in de dienst aan de heiligen. (TELOS)

Wat bijzonder: (1) boven vermogen, (2) veel aandrang. De blijmoedige gevers!

2 Kor. 8:5

2 Co 8:5  En het was niet zoals wij verwachtten, maar zij gaven zichzelf eerst aan de Heer en daarna aan ons door de wil van God, (TELOS)

In de gave gaven zij zichzelf. Maar eerst aan de Heer. Overgave aan Hem (jezelf geven aan Hem), genade van Hem (ontvangen van Hem), jezelf (gaven die je eigenlijk zelf nodig hebt) geven aan anderen.

2 Kor. 8:6

2 Cor 8:6  zodat wij Titus aanspoorden dat hij, zoals hij vroeger begonnen was, zo ook deze genade ook bij u zou voltooien. (TELOS)

Ook de Korinthiers hadden de genade tot liefdadigheid, mededeelzaamheid ontvangen.

2 Kor. 8:7

2 Cor 8:7  Maar zoals u in alles overvloedig bent: in geloof, woord, kennis, alle bereidwilligheid en in uw liefde tot ons, weest ook in deze genade overvloedig. (TELOS)

Ondanks de genade van Boven blijft er een verantwoordelijkheid bij onszelf beneden: “weest overvloedig”.

2 Kor. 8:8

2 Co 8:8  Ik zeg dit niet bij wijze van bevel, maar vanwege de bereidwilligheid van anderen en om de echtheid van uw liefde te beproeven. (TELOS)

Geven niet uit dwang of bevel van anderen. De bereidwilligheid van de Macedoniers gaf Paulus vrijmoedigheid zo aan te moedigen. Geven is praktische liefde.

2 Kor. 8:11

2 Co 8:11  Maar voltooit nu ook het doen, opdat, zoals de bereidheid tot het willen er was, zo ook het voltooien mag zijn naar wat u hebt. (TELOS)

Naar wat u hebt, ‘naar vermogen’. De Macedoniërs gaven zelfs boven vermogen.

2 Kor. 8:12

2Co 8:12 Want als de bereidheid aanwezig is, is men aangenaam naar wat men heeft, niet naar wat men niet heeft. (TELOS)

Een opbrengst boven uw vermogen, zoals dat bij de gemeenten in Macedonië heeft plaats gehad (vs. 4) wordt niet van u geëist. De bereidwillige is aangenaam bij God, als hij nu tot het geven overgaat naar hetgeen hij heeft. Tot dat welgevallig zijn aan God behoort echter niet, dat hij geeft naar hetgeen hij niet heeft, dat hij boven zijn vermogen weldoet.[1]

2Co 9:7 Laat ieder geven naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen; niet met tegenzin of uit dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief. (TELOS)

Misschien is er aangenaamheid naar de evenredigheid van vermogen (wat men heeft) en gave (wat men geeft).

2 Kor. 8:16-17. Bereidwilligheid van Titus

2Co 8:16  Maar God zij dank, die dezelfde bereidwilligheid voor u in het hart van Titus heeft gegeven, 2Co 8:17 want hij heeft de aansporing wel ontvangen, maar zeer bereidwillig is hij uit eigen beweging naar u toe gereisd. (TELOS)

Merk op dat God werkte in het hart van Titus en Titus 'uit eigen beweging' handelde.

Flp 2:13 want het is God die in u werkt, zowel het willen als het werken, om zijn welbehagen. (Telos)

Leiding door God en keuzevrijheid bij de geleiden gaan samen.

2 Kor. 8:18. Meegezonden broeder

2Co 8:18 En wij hebben ook de broeder met hem meegezonden, wiens lof in het evangelie in al de gemeenten verbreid is; (TELOS)

De broeder. Zijn identiteit is onbekend. Hij was door de gemeenten gekozen als een reisgenoot van Paulus en de zijnen (vers 19). Paulus heeft hem in vele dingen dikwijls beproefd (vers 22). Gedacht is onder anderen aan: Trofimus, Lukas en Silas. Door velen is Lukas genoemd.

2 Kor. 8:19

2Co 8:19 en dit niet alleen, maar hij is ook door de gemeenten gekozen als onze reisgenoot met deze genade, die door ons bediend wordt tot heerlijkheid van de Heer Zelf en als bewijs van onze bereidheid,

Deze genade. De gunst van de gaven bestemd voor de arme heiligen te Jeruzalem.

Tot heerlijkheid van de Heer Zelf. De ontvangers van de gaven zullen God erom verheerlijken.

2 Kor. 8:20

2Co 8:20 zodat wij dit voorkomen, dat iemand ons verdacht maakt bij deze overvloed die door ons bediend wordt; (TELOS)

Zodat. Door die broeder mee te zenden.

Verdacht. Dat de broeders die het geld vervoerden het in eigen zak zouden steken.

Voetnoot

  1. In het commentaar is onder wijziging enige tekst ingevoegd uit Karl August Dächsel; F. P. L. C. van Lingen; H. van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op dat vers.