2 Samuël

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

2 Samuël is een boek in de Bijbel, in het Oude Testament. Sleutelvers is 2 Sam. 5:12.

2Sa 5:12 En David merkte, dat de HEERE hem tot een koning over Israël bevestigd had, en dat Hij zijn koninkrijk verheven had, om Zijns volks Israëls wil. (SV)

Voor een inleiding tot de beide boeken van Samuël, zie Boeken van Samuël.

Auteur en datering

De boeken 1 Samuël en 2 Samuël vormden oorspronkelijk in de Hebreeuwse versie een geheel. De auteur is onbekend. 1 Samuël 27:6 duidt erop dat het boek geschreven is in de tijd dat Israël verdeeld was in een noordelijk en zuidelijk koninkrijk. Ook kende de auteur sommige gedichten van David, zoals blijkt uit 2 Sam. 1:19-27; 22:2-51 en 23:1-7. Blijkbaar maakte de samensteller van het boek gebruik van andere bronnen, één ervan was  "het boek der oprechten" zie 2 Samuël 1:18.

Geschiedkundige achtergrond

2 Samuël is het vervolg op 1 Samuël en handelt over de 40 jarige regeringsperiode van David als koning over Israël, na de dood van koning Saul.  Door de vele militaire acties van David, wordt Israël tot een sterke natie. De regerinsperiode van David liep ongeveer van 1011 tot 971 voor Christus.

De boodschap van het boek

De voornaamste boodschap is de noodzaak om geduldig te wachten op God tot Hij zijn beloften in vervulling doet gaan. Geduld is een deugd waar je speciale genade voor nodig hebt.

Een tweede belangrijke boodschap handelt over het omgaan met de zonde. Enkele voorbeelden: 1:14-16; in de geschiedenissen over David en zijn zoon Absalom; Davids zonde met Bathseba, hoofsdtuk 11+12; enz.

Opvallende zaken

In dit boek wordt voor de eerste keer in de Bijbel een heerser vergeleken met een herder. Hoofdstuk 5:2.

David beschreef als eerste een koning als "een gezalfde van de Heer," wat aangeeft wat een verheven opvattingen men had van het koningschap.

De gebeurtenis die beschreven wordt in Hoofdstuk 7:1-17 leert ons dat zelfs zaken die op zich goed zijn, voor Gods aangezicht gebracht moeten worden om zijn goedkeuring te ontvangen.

Het boek bevat twee opvallende gelijkenissen, één over de zelfzuchtige man (hoofdstuk 12) en één over de verbannene (hoofdstuk 14:1-20.)

In 2 Samuël 23:2 claimt David dat zijn psalmen ontstonden door goddelijke inspiratie.

Indeling

We kunnen het boek 2 Samuël grofweg in 3 hoofdzaken indelen:

  • Hoofdstuk 1:1-10:19. David wordt tot koning gezalfd over Israël en wordt een machtig  en God vrezend koning, die zijn volk voor gaat in het dienen van  God.
  • Hoofdstuk 11:1-20:26. Davids zonde met Bathseba, zijn berouw, Gods vergevende genade en alle negatieve gevolgen in het koningshuis van David.
  • Hoofdstuk 21:1-24:25. Aanvullende informatie over Davids regering. Liederen van David, de volkstelling en de straf.

Samenvatting

1 Dood van Saul en Jonathan

1:1-12 De nederlaag van de Israëlieten en de dood van Saul en Jonathan aan David geboodschapt

1:13-16 De boodschapper, die zei Saul gedood te hebben, gedood.

1:17-26 Davids klaagzang over Saul en Jonathan

2:1-4 David gaat in Hebron wonen en wordt er tot koning over Juda gezalfd.

2:5-7 David zegent de mannen van Jabes, die Saul begraven hebben

2:8-11 Sauls zoon Isboseth wordt koning over Israël

2:12-32 Strijd tussen Abner en Joab. Abner doodt Joabs broer Asaël.

3:1-5 Davids zes zonen geboren te Hebron.

3:6-12 Abner sterkt zich in het huis van Saul en wil het overleveren aan David.

3:13-17 David eist Michal terug en krijgt haar.

3:18-22 Abner zoekt David op om Israël onder diens gezag te krijgen.

3:22-27 Abner te Hebron door Joab vermoord

3:28-30 Davids vervloekt Joab en diens huis

3:31-39 David heft een weeklacht over Abner aan.

4 Dood van Isboseth

4:1-7 Isboseth vermoord door Baëna en Rechab.

4:8-12 Zij brengen het hoofd van Isboseth naar David, die hen laat doden.

5:1-5 David wordt koning over heel Israël

5:6- David verovert de burg Sion op de Jebusieten, gaat er wonen en noemt haar ‘Davids stad’.

5:13-16 David krijgt meer vrouwen en kinderen

5:17-21 De Filistijnen trekken tegen David op, die daarop God raadpleegt en hen verslaat te Baäl-Perazim.

5:22-25 De Filistijnen trekken opnieuw op en worden door David, die Gods aanwijzing volgt, verslagen.

6 De ark van het verbond overgebracht naar de stad van David

6:1-9 De ark van het verbond wordt opgehaald, maar Uzza sterft terstond na het aanraken van de ark.

6:10-11 De ark in het huis van Obed-Edom, dat God daarom zegent.

6:12-23 De ark in de stad van David gebracht. David springt en huppelt voor de ark heen, waarom Michal hem verwacht en hierom kinderloos blijft.

7:1-3 David wil een huis voor God bouwen.

7:4-17 God antwoordt dat een zoon van David dat zal doen. God belooft dat hij David een huis zal bouwen en dat Davids troon vast zal zijn tot in eeuwigheid.

7:18-29 Davids dankgebed

8:1-14 David onderwerpt de Filistijnen, de Moabieten, de Syriërs, de Edomieten

8:15-18 Davids regering en belangrijke ambtenaren

9:1-13 David bewijst weldadigheid aan Jonathans zoon Mefiboseth

10:1-5 De Ammonitische koning, wiens vader is gestorven, onteert Davids gezanten, die gekomen waren om hem te troosten.

10:6-19 Israël verslaat de Ammonieten en hun helpers de Syriërs.

11: David pleegt overspel met Batseba. Haar man de Hethiet Uria doet hij met medewerking van Joab omkomen in de strijd tegen de Ammonieten.

12:1-14 Door de profeet Nathan veroordeelt God de misdaad van David.

12:15-23 Het kind van David en Bathseba als straf door God gedood.

12:24-25 De geboorte van Salomo, de tweede zoon van David en Bathseba.

12:26-31 Rabba en andere steden van de Ammonieten veroverd.

13:1-22 Amnon, een zoon van David, verkracht Tamar, de zuster van Davids zoon Absalom.

13:23-39 Na twee jaar doodt Absalom zijn halfbroer Amnon en vlucht.

14:1-23 Joab beweegt door tussenkomst van een Tekoïetische vrouw David om Absalom uit Gesur terug te roepen.

14:24-33 Na twee jaar in Jeruzalem te hebben gewoond zonder zijn vader gezien te hebben, dwingt Absalom Joab om een ontmoeting met David mogelijk te maken.

15:1-6 Absalom steelt het hart van de mannen van Israël.

15:7-13 Opstand van Absalom

15:14-18 David vlucht voor Absalom en verlaat Jeruzalem.

15:19-22 Ithai de Gethiet gaat met hem mee.

15:23-29 Op verzoek van David blijven de priesters Zadok en Abjathar in Jeruzalem.

15:30-37 David verzoekt zijn vriend Husaï in Jeruzalem te blijven en inlichtingen te verschaffen.

16:1-4 Ziba verleent David humanitaire hulp, doch belastert Mefiboseth.

16:5-14 Simeï, een nakomeling van Saul, vloekt David en werpt stenen naar hem, wat David verdraagt.

16:15-19 Husaï wendt voor de zijde van Absalom te kiezen

16:20-17:6 Achitofel geeft Absalom raad om David uit te schakelen

17:7-14 Absalom volgt Husaï’s raad op.

17:15-21 Husaï’s raad door David bekend gemaakt

17:22-29 David trekt over de Jordaan naar Mahanaïm.

18:1-5 David trekt niet mee ten strijde en beveelt Absalom te sparen.

18:5-18 Absalom overwonnen en door Joab, een van Davids legeroversten, gedood

18:19-33 David wordt de overwinning geboodschapt, maar hij treurt om de dood van Absalom.

19:1-8 Joab berispt David

19:9-15 Juda verzoekt David terug te keren. 19:15 David gaat terug.

19:16-23 Ontmoeting met Simeï, die David gevloekt had. David spaart hem.

19:24-30 Ontmoeting met Mefiboseth, door Ziba eerder belasterd.

19:31-39 Ontmoeting met Barzillaï, die David had onderhouden.

19:40-43 David komt in Gilgal. Redewist tussen de mannen van Israël en die van Juda.

20:1-22 De Benjaminiet Seba verwekt een opstand en afval van David. Amasa Joab gedood. Seba wordt gedood, waarmee de opstand eindigt.

20:23-26 Belangrijke mannen in Davids koninkrijk.

21:1-14 David stopt een driejarige hongersnood die het gevolg was van Sauls vervolging en doding van de Gibeonieten. Hij verzoent de Gibeonieten door, op hun verzoek, zeven nakomelingen van Saul op te hangen. Hij begraaft hun beenderen en die van Saul en Jonathan in Benjamin.

21:15-22 Verhaal van vier oorlogen van David tegen de Filistijnen, waarin vier Filistijnse reuzen door Davids helden verslagen zijn.

22: Davids lofzang, toen Jahweh hem verlost had van al zijn vijanden inclusief Saul.

23:1-7 De laatste woorden van David: omtrent een rechtvaardige Heerser over de mensen

23:8-39 Davids helden

24 De volkstelling

24:1–9 David laat het volk tellen.

24:10-25 David belijdt zijn zonde. God laat hem kies uit drie straffen, waarvan David de pest kiest. Op de dorsvloer van Arauna houdt de plaag op. David koopt de dorsvloer en bouwt er een altaar, waarop hij offers brengt aan God.