Abel-Beth-Maächa

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Abel-Beth-Maächa (= plaats van het huis der bedrukking), ook geschreven Abel Beth-Maächa, was oudtijds een aanzienlijke en versterkte stad in de stam Naftali.

Ligging van Abel-Beh-Maächa, op deze Engelstalige kaart genoemd Abel Beth Maachah

In de Hebreeuwse uitspraak ligt de klemtoon op de onderstreepte lettergrepen: Abel-Beth-Maächa. Zij wordt slechts "Abel" genoemd in 2 Sam. 20: 18. Ook "Abel-Majim" (2 Kron. 16:4), wellicht in de betekenis van "een grazíge waterachtige plaats".

Zij wordt genoemd in 2 Sam. 20: 14-15; 1 Kon. 15: 20; 2 Kon. 15: 29.

Zij lag aan de noordelijke grens van het land Kanaän.

Kennelijk om haar aanzienlijkheid wordt zij "een moeder in Israël" genoemd, 2 Sam. 20: 19.

2Sa 20:18 ... In vroeger tijden zei men gewoonlijk: Laten ze het beslist in Abel vragen. Zo handelde men een kwestie af. (HSV)

De stad werd door Joab belegerd, omdat de oproerkraaier Seba daarin gevlucht was.

2Sa 20:14 En hij toog heen door alle stammen van Israël, naar Abel, te weten, Beth-Maächa, en het ganse Berim; en zij verzamelden zich, en kwamen hem ook na. 2Sa 20:15 En zij kwamen en belegerden hem in Abel Beth-Maächa, en zij wierpen een wal op tegen de stad, dat hij aan den buitenmuur stond; en al het volk, dat met Joab was, verdorven den muur, om dien neder te vellen. (SV)

Een wijze burgeres redde de stad door overeenstemming met Joab te bereiken: de stad zou gespaard worden als Seba zou worden uitgeleverd. Seba werd in de stad onthoofd en zijn hoofd werd Joab toegeworpen (2 Sam. 20:22).

Bron

S.J. van Ronkel, Woordenboek der eigennamen, naar hunne eerste spelling en oorspronkelijke uitspraak met eene korte beschrijving de personen, landen en plaatsen, in het Oude Testament voorkomende, en voor het grootste gedeelte ook etymologisch behandeld. (Groningen: M. Smit, 1835) s.v. Abel-Beth-Maächa. Hieruit is op 9 mrt. 2013 tekst genomen en verwerkt. Van Ronkel was hoofdonderwijzer aan een Joodse school en beëdigd vertaler.