Abimelech

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Abimélech is in de Bijbel de naam van verschillende personen.

De naam betekent "Mijn vader is koning"[1]. De naam verwijst naar:

1. twee Filistijnse vorsten, die te Gerar regeerden. Ze worden in Gen. 20 en 26 zo genoemd.

In het opschrift van Ps. 34 schijnt Achis, de koning van Gath, bedoeld te zijn

2. Achimelech, ook genoemd Abimélech (1 Kron. 18:16; 1 Kron. 24:3). Zie Achimelech voor meer informatie over hem.

3. Een bastaardzoon van de richter Gideon, die na de dood van zijn vader zich als koning opwierp, doch zich slechts drie jaren kon staande honden. Toen stonden de Sichemieten tegen de wrede dwingeland op, die hen weliswaar onderwierp, maar kort daarna evenwel voor Thebet een schandelijke dood vond.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Abimelech' is op 8 april 2018 verwerkt.

Voetnoot

  1. P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866) s.v. Abimelech, echter noemt "Vader des konings" als betekenis.