Ahazia (koning van Israël)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ahazia, ook geschreven Achazja, was de zoon en opvolger van Achab, koning van Israël. Hij regeerde korte tijd, van het jaar 853 tot 852[1] vóór Chr. Hij deed wat slecht was in de ogen van God. We lezen over deze koning in onder meer 1 Kon. 22:50-54; 2 Kon 1.

Hij was een zoon van Achab en Izebel[2].

Omri
koning van Israël
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Asa
koning van Juda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Achab
koning van Israël
 
Izebel
 
 
 
 
 
Josafat
koning van Juda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Ahazia
koning van Israël
 
Joram
koning van Israël
 
Athalia
 
Joram
koning van Juda
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joseba
 
Ahazia
koning van Juda
 
Zibja
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Joas
koning van Juda

1Kon 22:51 (22-52) Ahazia, de zoon van Achab, werd koning over Israël in Samaria in het zeventiende jaar van Josafat, de koning van Juda, en regeerde twee jaar over Israël. (HSV)

Het zeventiende jaar is vermoedelijk gerekend na een 3-jarig mederegentschap van Josafat met diens vader Asa in zijn laatste levensjaren.

950 - 850 v.C. < Israël 900 - 800 v.C.[3] > 850 - 750 v.C.
JoahazJoas (koning van Juda)AthaliaAhazia (koning van Juda)JehuHazaëlJoram (koning van Juda)Joram (koning van Israël)Ahazia (koning van Israël)BenhadadJosafatAchabOmriZimriElaBenhadadBaësaAsa

Het tienstammenrijk Israël verkeerde onder Ahazia's bestuur, door de nederlaag van zijn vader Achab, in geen gunstige toestand, daar men voor de Syriërs vreesde en de Moabieten na Achabs dood afvielen (2 Kon. 1:1). Met Josafat, de koning van Juda, was Ahazia in vriendschappelijke betrekking. Evenzeer was hij Achab gelijk in neiging en liefde voor de afgoderij.

1Kon 22:52 (22-53) Hij deed wat slecht was in de ogen van de HEERE. Hij ging namelijk in de weg van zijn vader en in de weg van zijn moeder, in de weg van Jerobeam, de zoon van Nebat, die Israël deed zondigen. 1Kon 22:53 (22-54) Hij diende de Baäl en boog zich voor hem neer, en verwekte de HEERE, de God van Israël, tot toorn, overeenkomstig alles wat zijn vader gedaan had. (HSV)

Na een bijna tweejarige regering stierf hij aan een noodlottige val (2 Kon. 1).

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Ahazia' is op 18 aug. 2017 verwerkt.

Voetnoot

  1. Jaartallen volgens Stichting De Oude Wereld (later opgegaan in het Logos Instituut). P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866), s.v. Ahazia, noemt de periode 897 tot 896 v.Chr.
  2. Hij wandelde in de verkeerde weg van zijn moeder, leren we uit 2 Kon. 22:53. Zij is waarschijnlijk Izebel.
  3. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).