Baäl

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Baäl is een afgod ten tijde van het oude Israël. Hij werd door de Kanaänieten vereerd. Het woord Baäl betekent 'heer'.

Baälfiguur (14e-12e eeuw) gevonden in Ras Shamra

Baäl is:

  • een mannelijke afgod van de Kanaänieten,
  • de god van de zon,
  • de drager en oorsprong van het natuurlijke leven, vruchtbaarheidsgod
  • de oorlogsgod
  • de god van de bliksem/donder

Baäl is niet de oppergod van een Kanaänietische religie, maar wel een hoogstaande godheid. Hij werd vaak ook als plaatselijke koninggod gezien. 

De Israëlieten verlieten de HEER, de God van hun vaders, en dienden de Baäls:

Ri 2:11 Toen deden de kinderen Israels, dat kwaad was in de ogen des HEEREN, en zij dienden de Baals.
Ri 2:12 En zij verlieten den HEERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na, van de goden der volken, die rondom hen waren, en bogen zich voor die, en zij verwekten den HEERE tot toorn.
Ri 2:13 Want zij verlieten den HEERE, en dienden den Baal en Astharoth.
(SV)

Ri 10:6 Maar de Israëlieten deden opnieuw wat slecht was in de ogen van de HEERE, en dienden de Baäls en de Astartes en de goden van Syrië, de goden van Sidon, de goden van Moab, de goden van de Ammonieten en de goden van de Filistijnen. Zij verlieten de HEERE en dienden Hem niet. (HSV)

In het dal van Hinnom en de plaats Tofeth werden kinderen geofferd aan Baäl: 

Jer 19:2 Ga uit naar het dal Ben-Hinnom, dat [bij] de ingang van de Schervenpoort ligt, en predik daar de woorden die Ik tot u spreek,
Jer 19:3 en zeg: Hoor het woord van de HEERE, koningen van Juda en inwoners van Jeruzalem. Zo zegt de HEERE van de legermachten, de God van Israël: Zie, Ik ga onheil brengen over deze plaats, zodat bij ieder die het hoort, zijn oren zullen tuiten,
Jer 19:4 omdat zij Mij verlaten hebben, deze plaats [van Mij] vervreemd hebben, en reukoffers gebracht hebben aan andere goden, die zij niet gekend hebben, zij, hun vaderen en de koningen van Juda. Zij hebben deze plaats gevuld met bloed van onschuldigen.
Jer 19:5 Zij hebben de hoogten van de Baäl gebouwd om hun kinderen met vuur te verbranden [als] brandoffers voor de Baäl, wat Ik niet geboden en niet gesproken heb, en in Mijn hart niet is opgekomen.
Jer 19:6 Daarom, zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat deze plaats niet meer genoemd zal worden Tofet en het dal Ben-Hinnom, maar Moorddal.

(HSV)