Babylon

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Babylon of Babel was de beroemdste, door Nimrod gebouwde stad van het oude Mesopotamië, de hoofdstad van het oude Babylonische rijk. Door Babel stroomde de rivier Eufraat, die de stad in twee helften deelde. Tegenwoordig heet de plaats Hillah.

Babel (Oude Testament)

'Babylon' is de Griekse vorm van het Hebreeuwse 'Babel'. 

De naam Babel betekent in het Hebreeuws 'verwarring'. De naam is ontleend aan de spraakverwarring die God teweegbracht toen de mensheid - nog één volk en één van spraak - een stad en een hoge toren bouwde en zich een naam wilde maken, om te voorkomen dat men over de hele aarde verstrooid zou raken, hoewel God Noach en de zijnen bevolen had de aarde te vervullen.

Ge 11:4 En zij zeiden: Kom, laten wij voor ons een stad bouwen, en een toren waarvan de top in de hemel reikt, en laten we voor ons een naam maken, anders worden wij over heel de aarde verspreid! Ge 11:5 Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren, Ge 11:6 en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn. Ge 11:7 Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen. Ge 11:8 Zo verspreidde de HEERE hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad. Ge 11:9 Daarom gaf men haar de naam Babel; want daar verwarde de HEERE de taal van heel de aarde, en vandaar verspreidde de HEERE hen over heel de aarde. (HSV)

De oude Griekse vertaling van het Oude Testament (Septuagint) vertaalt het Hebreeuwse woord Babel door een Grieks woord voor “verwarring”. De Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus merkt op dat de Hebreeën verwarring “Babel” noemen[1]. Misschien is de naam ‘Babel’ gegeven door de zonen van Heber[1], de vader van de Hebreeën of Israëlieten. 

De oudst bekende buitenbijbelse naam voor Babel is de Soemerische naam ká-dingir-ki (gewoonlijk geschreven ká-dingir-ra, d.i. 'poort van God', 'Godspoort')[2], misschien een vertaling van de meer gebruikelijke Babylonische naam Babili, d.i. 'Godspoort', 'Poort van God'. 

Toverijen. Een kenmerk van Babel was toverij. In haar werden "vele toverijen" gevonden.

Jes 47:12 Blijf maar bij uw bezweringen en uw vele toverijen, waarmee u zich vermoeid hebt vanaf uw jeugd. Misschien kunt u er baat bij hebben, misschien zult u zich sterk maken. (HSV)

Nieuwe Testament

Nieuwe Testament. Babylon  komt in het Nieuwe Testament voor in Hand. 7 : 43 in een aanhaling uit het Oude Testament (Amos 5 : 26, 27). Verder in (wellicht) overdrachtelijke zin in Openb. 14: 8; 16: 19; 17 : 5;  18 : 2, 10, 21. Zie hieronder de paragraaf Apocalyptische Babylon

Petrus. De apostel Petrus noemt Babylon in zijn eerste brief: 

1 Pe 5:12 Door Silvanus, die naar ik meen voor u een trouwe broeder is, heb ik in het kort geschreven om u te vermanen en te betuigen, dat dit de ware genade van God is waarin u moet staan. 1Pe 5:13 U groet de medeuitverkorene in Babylon, en mijn zoon Markus. (TELOS)

Sommige uitlegger menen dat in dit vers sprake is van de letterlijke stad Babylon, waar ten tijde van Petrus veel joden woonden[3]. Andere uitleggers zien er een codewoord of figuurlijke aanduiding voor Rome in, de hoofdstad van het Romeinse rijk. „De medeuitverkorene" is de gemeente aldaar[4]. Dan schreef dus Petrus de brief uit Rome. 

Openbaring van Johannes. In het laatste bijbelboek, de Openbaring van Johannes, komt een stad genaamd Babylon voor. Zie de paragraaf Apocalyptische Babylon.

Tegenwoordige Babylon

Babylon in Irak. De Iraakse dictator Saddam Hussein (1937-2006) startte de bouw van een moderne stad Babylon, ongeveer 80 km ten zuiden van Bagdad.

Apocalyptische Babylon

In het laatste bijbelboek Openbaring van Johannes komt een grote, sterke en weelderige stad voor genaamd Babylon. Zij wordt eerst afgeschilderd als een hoer. Ze wordt genoemd in Openb. 14: 8; 16: 19; 17 : 5;  18 : 2, 10, 21. Zij is een religieuze, politieke en economische macht. Haar grote zonden zijn (1) haar hoererij, waarmee zij de aarde heeft verdorven en (2) de moord op Gods slaven.

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken. (TELOS)

Stad

Dat de vrouw een stad symboliseert, zegt de verklaring door een engel:  

Opb 17:18 En de vrouw die u hebt gezien, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde. (TELOS)

De vrouw is bekleed en versierd, de stad die zij voorstelt, eveneens.

Opb 17:4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken en versierd met goud en edelgesteente en parels, en had een gouden drinkbeker in haar hand, vol gruwelen en de onreinheden van haar hoererij. (TELOS)

Opb 18:16 en zeggen: Wee, wee, de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken en versierd met goud, edelgesteente en parels; want in één uur is die zo grote rijkdom verwoest. (TELOS)

De beschrijving van haar ondergang, met woorden als 'gevallen, gevallen' en 'woonplaats' (Opb. 18:2) duidt op een woonplaats.

Opb 18:2 En hij riep met krachtige stem de woorden: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is een woonplaats van demonen en een bewaarplaats van elke onreine geest en een bewaarplaats van elke onreine en gehate vogel geworden. (TELOS)

Grote stad

Het Babylon van de eindtijd is een stad, een grote stad. Voor de mensen is zij bovenal een grote stad, niet in de eerste plaats een hoer, zoals zij dat kennelijk in geestelijk opzicht is.

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. (TELOS)

Opb 17:5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde. (TELOS)

Opb 17:18 En de vrouw die u hebt gezien, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde. (TELOS)

Opb 18:2 En hij riep met krachtige stem de woorden: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, en het is een woonplaats van demonen en een bewaarplaats van elke onreine geest en een bewaarplaats van elke onreine en gehate vogel geworden. (TELOS)

De koningen van de aarde spreken van "de grote stad, Babylon".

Opb 18:10 terwijl zij uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan en zeggen: Wee, wee de grote stad, Babylon, de sterke stad; want in een uur is uw oordeel gekomen. (TELOS)

De kooplieden van de aarde laten zich in gelijke bewoordingen uit:

Opb 18:16 en zeggen: Wee, wee, de grote stad, ... want in één uur is die zo grote rijkdom verwoest. (TELOS)

De mensen op zee zeggen zelfs "Welke stad was aan die grote stad gelijk?"

Opb 18:17 En iedere stuurman en iedere zeereiziger en de zeelieden en allen die op zee hun werk hebben, bleven in de verte staan Opb 18:18 en terwijl zij de rook van haar brand zagen, riepen zij de woorden: Welke [stad] was aan die grote stad gelijk? (...) Opb 18:19 ... Wee, wee de grote stad, ....(TELOS)

De stad was dus (in hun ogen) een unieke stad. Ook een engel spreekt van "de grote stad Babylon".

Opb 18:21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen en wierp die in de zee en zei: Zo zal de grote stad Babylon met geweld neergeworpen worden en zij zal geenszins meer gevonden worden. (TELOS)

Vergelijk:

Da 4:30 Sprak de koning, en zeide: Is dit niet het grote Babel, dat ik gebouwd heb tot een huis des koninkrijks, door de sterkte mijner macht, en ter ere mijner heerlijkheid! (SV)

Sterke stad

De grote stad Babylon is ook een sterke stad.

Opb 18:10 terwijl zij uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan en zeggen: Wee, wee de grote stad, Babylon, de sterke stad; want in één uur is uw oordeel gekomen. (TELOS)

Haar zonden

De zonden van Babylon zijn hoererij en ongerechtigheden. Haar zonden, haar zondige werken zijn vele, ze vormen een hemelhoge stapel.

Opb 18:4 En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Gaat uit van haar, mijn volk, opdat u met haar zonden geen gemeenschap hebt en opdat u van haar plagen niet ontvangt; Opb 18:5 want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel en God heeft Zich haar ongerechtigheden herinnerd. Opb 18:6 Vergeldt haar zoals ook zij vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel naar haar werken; mengt haar dubbel in de drinkbeker die zij gemengd heeft. (TELOS)

Haar hoererij wordt tesamen met haar bloedschuld genoemd:

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken. (TELOS)

Om haar hoererij wordt zij een hoer, ja, "de grote hoer" (Opb. 17:1) genoemd.

Grote hoer

Babylon is een vrouw gelijk, en wel een grote hoer. Opb. 17:1-6.

Opb 17:1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit, Opb 17:2 met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij. (TELOS)

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken. (TELOS)

Zij wordt groot genoemd, wellicht omdat zij met zeer velen gehoereerd heeft en/of omdat zij een grote stad is.

Zij wordt zelfs 'de moeder van de hoeren' genoemd:

Opb 17:5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde. (TELOS)

De afgoderij begon wellicht in Babylon.

Hoererij.

Opb 17:4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken en versierd met goud en edelgesteente en parels, en had een gouden drinkbeker in haar hand, vol gruwelen en de onreinheden van haar hoererij. (TELOS)

De gruwelen zijn vermoedelijk gruwelen van afgoderij, afgodische hoererij. Het zijn gruwelen in Gods oog, niet in haar oog.

Drank. Zij vindt welbehagen in haar hoererij. Ze drinkt er als het ware van.

Opb 17:4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken en versierd met goud en edelgesteente en parels, en had een gouden drinkbeker in haar hand, vol gruwelen en de onreinheden van haar hoererij. (TELOS)

Zij houdt de beker niet voor zich alleen. Zij laten anderen, ja, "alle naties" daarvan drinken.

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. (TELOS)

Opb 17:2 met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij. (TELOS)

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Grimmigheid. Haar hoererij heeft een grimmig karakter.

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. (TELOS)

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Met wie zij hoereert. Het zijn in het bijzonder de koningen van de aarde die met haar gehoereerd hebben. Opb. 17:2; 18:3, 19.

Opb 17:2 met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, ... (TELOS)

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Opb 18:9 En de koningen van de aarde die met haar gehoereerd en weelderig geleefd hebben, ... (TELOS)

Maar zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.

Opb 17:1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit, Opb 17:2 met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij. (TELOS)

Gevolg, invloed. Ze heeft de aarde verdorven met haar hoererij.

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, ... (TELOS)

Zij wordt de genoemd 'de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde'. Zij is de oorsprong, met haar is het begonnen.

Opb 17:5 En op haar voorhoofd was een naam geschreven: Verborgenheid, het grote Babylon, de moeder van de hoeren en van de gruwelen van de aarde. (TELOS)

Andere hoerachtige steden. Ook andere steden zijn in de Bijbel vergeleken met een hoer: Tyrus, Ninevé, Jeruzalem. Zie artikel Hoer.

Haar koningschap

De grote hoer en grote stad Babylon heeft het koningschap over de koningen van de aarde.

Opb 17:18 En de vrouw die u hebt gezien, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde. (TELOS)

In haar hart zegt zij:

Opb 18:7 ... Want zij zegt in haar hart: Ik zit als koningin en ben geen weduwe en zal helemaal geen rouw zien. (TELOS)

Weduwe

In haar hart zegt zij:

Opb 18:7 ... Want zij zegt in haar hart: Ik zit als koningin en ben geen weduwe en zal helemaal geen rouw zien. (TELOS)

Vermoedelijk is zij in feite een weduwe, maar zij voelt zich geenszins een weduwe en leeft geenszins als weduwe. Een weduwe draagt rouw over het verlies van haar man. Zij draagt geen rouw. Zij heeft zoveel om van te genieten, zij krijgt zoveel aandacht en bezoek! Er is een grote afval van God geweest, maar zij voelt niet dat zij van God weg is, dat zij van Hem los is, dat zij zonder Hem leeft.

Wereldwijde invloed

De grote hoer Babylon zit op vele wateren.

Opb 17:1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit, Opb 17:2 met wie de koningen van de aarde gehoereerd hebben, en zij die de aarde bewonen zijn dronken geworden van de wijn van haar hoererij.'' (TELOS)

De engel verklaart uit de betekenis van de vele wateren:

Opb 17:15 En hij zei tot mij: de wateren die u hebt gezien, waarop de hoer zit, zijn volken en menigten en naties en talen. (TELOS)

Haar invloed is dus wereldwijd, hetgeen ook uit de volgende verzen blijkt:

Opb 14:8 En een andere, een tweede engel volgde en zei: Gevallen, gevallen is het grote Babylon, dat van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij alle naties heeft laten drinken. (TELOS)

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken. (TELOS)

In een woestijn

De vrouw is in een woestijn.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

De woestijn is een zinnebeeld van de wereld, dat geestelijk gezien een dor en woest land is. Men kan 'stad' en 'woestijn' ook letterlijk verstaan.

Op het beest

De vrouw zit op vele wateren, doch is in bijzonder gezeten op het beest uit de zee. Daarmee is zij het innigst verbonden.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Op zeven bergen

De vrouw zit op een beest met zeven koppen. Een engel heeft de betekenis van de zeven koppen verklaard:

Opb 17:9 Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. (TELOS)

De zeven koppen stellen zeven bergen voor. De stad Rome was gebouwd op zeven bergen. Dit is uit alle oude schrijvers genoeg bekend[5]. De zeven bergen waren de berg Capitolinus, Palatinus, Coelius, Aventinus, Esquilinus, Viminalis en Quirinalis. Rome wordt bij enige oude schrijvers de zevenbergse stad genoemd[5].

Acht koningen (zeven bergen en het beest)

De zeven bergen stellen volgens de engel ook koningen voor. De vrouw is verbonden met 7 + 1 = 8 koningen.

Opb 17:10 Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn gevallen, de ene is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. Opb 17:11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste, en het is uit de zeven en gaat ten verderve. (TELOS)

Tien koningen (horens)

De zeven koningen (bergen) zijn in de tijd na elkaar geweest. De tien horens zijn koningen die gelijktijdig regeren (Opb. 17:12v). God gebruikt ze in het oordeel over de vrouw. Ze waren de vrouw welgezind, ze waren althans innig met haar verbonden, maar hun houding slaat om in haat.

Opb 17:16 En de tien horens die u hebt gezien en het beest, dezen zullen de hoer haten en haar eenzaam en naakt maken, en haar vlees eten en haar met vuur verbranden. (TELOS)

Heerlijkheid en weelde

Ze is weelderig gekleed en opgesmukt. Ze was bekleed met fijn linnen, purper en scharlaken. Versierd was zij met goud, edelgesteente en parels.

Opb 17:4 En de vrouw was bekleed met purper en scharlaken en versierd met goud en edelgesteente en parels, en had een gouden drinkbeker in haar hand, vol gruwelen en de onreinheden van haar hoererij. (TELOS)

Opb 18:16 ... de grote stad, die bekleed was met fijn linnen, purper en scharlaken en versierd met goud, edelgesteente en parels; .... die zo grote rijkdom .... (TELOS)

Purper en scharlaken zijn koninklijke kleuren. De vrouw bezit dan ook immers het koningschap over de koningen van de aarde.

Opb 17:18 En de vrouw die u hebt gezien, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde. (TELOS)

Opb 18:9 En de koningen van de aarde die met haar gehoereerd en weelderig geleefd hebben, ... (TELOS)

Zij heeft zichzelf verheerlijkt.

Opb 18:7 Naarmate zij zichzelf verheerlijkt heeft en weelderig geleefd heeft, geeft haar zoveel pijniging en rouw. Want zij zegt in haar hart: Ik zit als koningin en ben geen weduwe en zal helemaal geen rouw zien.

Vergelijk:

Opb 18:14 En de vruchten die de begeerte van uw ziel waren, zijn van u geweken en al het glansrijke en blinkende is voor u verloren en men zal het geenszins meer vinden. (TELOS)

Haar weelde, rijkdom is groot en maakt, door de handel, de kooplieden rijk.

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Opb 18:15 De kooplieden in deze dingen, die door haar rijk geworden zijn, ... (TELOS)

Opb 18:19 ... de grote stad, waarin allen die hun schepen op zee hadden, door haar kostbaarheid rijk werden... (TELOS).

Koophandel

Babylon koopt veel in. Wanneer de stad gevallen is, zullen "de kooplieden van de aarde" om haar treuren. Zij was een grote afnemer van hun producten!

Opb 18:11 En de kooplieden van de aarde wenen en treuren over haar, omdat niemand hun koopwaar meer koopt: Opb 18:12 koopwaar van goud, van zilver, van edelgesteente en van parels; van fijn linnen, van purper, van zijde en van scharlaken; allerlei welriekend hout, allerlei ivoren voorwerpen en allerlei voorwerpen van zeer kostbaar hout; van koper, van ijzer en van marmer; Opb 18:13 kaneel, specerij, reukwerken, balsem, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe; lastdieren en schapen; van paarden en wagens; van lichamen en zielen van mensen. (TELOS)

Zelfs lichamen en zielen van mensen worden verhandeld! Haar weelde, rijkdom is groot en maakt, door haar inkoop, de kooplieden rijk. Door haar worden zij rijk.

Opb 18:3 Want van de wijn van de grimmigheid van haar hoererij hebben alle naties gedronken en de koningen van de aarde hebben met haar gehoereerd en de kooplieden van de aarde zijn rijk geworden door de macht van haar weelde. (TELOS)

Opb 18:15 De kooplieden in deze dingen, die door haar rijk geworden zijn, zullen uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan, terwijl zij wenen en treuren (TELOS)

Ook de vervoerders over zee werden rijk door de koophandel met de stad.

Opb 18:19 ... de grote stad, waarin allen die hun schepen op zee hadden, door haar kostbaarheid rijk werden... (TELOS).

Ongerechtigheid, moord

De zondige werken van Babylon zijn haar hoererij en haar ongerechtigheden. Van haar ongerechtigheden worden in het bijzonder haar moorden genoemd. Zij is moorddadig.

Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. En toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering. (TELOS)

Opb 18:24 En in haar werd gevonden het bloed van profeten en heiligen en van allen die op de aarde geslacht zijn. (TELOS)

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken. (TELOS)

Vergelijk:

Jer 51:49 Zoals Babel geweest is tot een val voor de dodelijk gewonden van Israël, zo zullen in Babel de dodelijk gewonden van heel de aarde vallen. (HSV)

Haar moorden zal zij als vergelding hebben opgevat.

Opb 18:6 Vergeldt haar zoals ook zij vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel naar haar werken; mengt haar dubbel in de drinkbeker die zij gemengd heeft. (TELOS)

Zij schijnt, gezien haar dronkenschap, behagen te hebben gehad in de dood van de heiligen:

Opb 17:6 En ik zag de vrouw dronken van het bloed van de heiligen en van het bloed van de getuigen van Jezus. En toen ik haar zag, verwonderde ik mij met grote verwondering. (TELOS)

Opmerkelijk is dat kooplieden met Babylon handelen in onder meer "lichamen en zielen van mensen". Lichamen en zielen van mensen als "koopwaar" (Opb. 18:11, 12).

Opb 18:13 kaneel, specerij, reukwerken, balsem, wierook, wijn, olie, meelbloem en tarwe; lastdieren en schapen; van paarden en wagens; van lichamen en zielen van mensen. (TELOS)

Omdat heiligen, apostelen en profeten onrecht van haar geleden hebben, hebben zij een rechtszaak tegen Babylon.

Opb 18:20 Wees vrolijk over haar, hemel, en u, heiligen en apostelen en profeten, omdat God uw rechtszaak tegen haar berecht heeft. (TELOS)

Oordeel over Babylon

Heiligen, apostelen en profeten hebben een rechtszaak tegen Babylon. Zij hebben onrecht geleden van haar.

Opb 18:20 Wees vrolijk over haar, hemel, en u, heiligen en apostelen en profeten, omdat God uw rechtszaak tegen haar berecht heeft. (TELOS)

God is de opperste rechter in deze rechtzaak. Het oordeel over de stad wordt uitdrukkelijk genoemd in Opb. 16:19 en 17:1.

Opb 17:1 En een van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij en zei: Kom, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer die op vele wateren zit, (TELOS)

Opb 19:2 Want waarachtig en rechtvaardig zijn zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde heeft verdorven met haar hoererij, en Hij heeft het bloed van zijn slaven van haar hand gewroken. (TELOS)

Gods oordeel en wraak wordt voltrokken door de mannen (koningen) met wie zij gehoereerd heeft. De tien horens (koningen) zullen haar te gronde richten. Het beest, dat haar gedragen heeft, zal zich tegen haar keren.

Opb 17:16 En de tien horens die u hebt gezien en het beest, dezen zullen de hoer haten en haar eenzaam en naakt maken, en haar vlees eten en haar met vuur verbranden. Opb 17:17 Want God heeft in hun harten gegeven zijn bedoeling uit te voeren en het met enerlei bedoeling uit te voeren en hun koninkrijk aan het beest te geven, totdat de woorden van God vervuld zullen zijn. (TELOS)

Opb 18:5 want haar zonden zijn opgestapeld tot aan de hemel en God heeft Zich haar ongerechtigheden herinnerd. Opb 18:6 Vergeldt haar zoals ook zij vergolden heeft, en verdubbelt haar dubbel naar haar werken; mengt haar dubbel in de drinkbeker die zij gemengd heeft. Opb 18:7 Naarmate zij zichzelf verheerlijkt heeft en weelderig geleefd heeft, geeft haar zoveel pijniging en rouw. Want zij zegt in haar hart: Ik zit als koningin en ben geen weduwe en zal helemaal geen rouw zien. Opb 18:8 Daarom zullen haar plagen op een dag komen: dood en rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden; want sterk is de Heer, God, die haar geoordeeld heeft. Opb 18:9 En de koningen van de aarde die met haar gehoereerd en weelderig geleefd hebben, zullen over haar wenen en weeklagen, wanneer zij de rook van haar brand zien, Opb 18:10 terwijl zij uit vrees voor haar pijniging in de verte blijven staan en zeggen: Wee, wee de grote stad, Babylon, de sterke stad; want in een uur is uw oordeel gekomen. (TELOS)

Eenzaamheid. Babylon zal eenzaam worden. Deze eenzaamheid is het tegendeel van haar druk verkeer.

Naaktheid. Zij was weelderig gekleed, maar zij zal nu ontbloot worden.

Gegeten. Haar vlees zal worden gegeten: ze zal geplunderd, beroofd worden. Vergelijk:

Opb 18:14 En de vruchten die de begeerte van uw ziel waren, zijn van u geweken en al het glansrijke en blinkende is voor u verloren en men zal het geenszins meer vinden. (TELOS)

Verbrand. De stad zal met vuur worden verbrand. De rook van haar brand zal door velen worden gezien, door de koningen der aarde (18:9), de mensen op zee (18:18).

Pijn. Zij zal pijniging lijden (18:7, 10).

Rouw. Zij zal rouw dragen (18: 7, 8).

Snel uitgevoerd oordeel. Het oordeel over Babylon zal snel worden uitgevoerd.

Opb 18:8 Daarom zullen haar plagen op één dag komen: dood en rouw en honger, en met vuur zal zij verbrand worden; want sterk is de Heer, God, die haar geoordeeld heeft. (TELOS)

Opb 18:19 ... want in één uur is zij verwoest. (TELOS)

Verdwijning. De stad zal van de aardbodem verdwijnen, zij zal niet meer gevonden worden.

Opb 18:21 En een sterke engel hief een steen op als een grote molensteen en wierp die in de zee en zei: Zo zal de grote stad Babylon met geweld neergeworpen worden en zij zal geenszins meer gevonden worden. (TELOS)

Eeuwig oordeel. Haar oordeel zal tot in alle eeuwigheid gezien worden.

Opb 19:3 En voor de tweede maal zeiden zij: Halleluja! En haar rook stijgt op tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Het oordeel in Opb. 17 en 18. Het oordeel in deze beide hoofdstukken is één oordeel dat in één uur zal worden uitgevoerd.

Een andere opvatting[6] ziet een opeenvolging van fasen. Opb. 18 zou een latere fase beschrijven, de toestand die resulteert na het oordeel in hoofdstuk 17. Gronden voor deze mening zijn: (1) het "hierna" in 18:1 en (2) "deze zullen haar haten" in 17:16. Het wenen en weeklagen van de koningen in hoofdstuk 18 heeft later plaatsgevonden; in hoofdstuk 10 hebben zij haar gehaat en ten val gebracht.

Tegen de laatste tijdrekenkundige tweedeling kan men inbrengen, dat de tien koningen onderscheiden moeten worden van 'de koningen van de aarde', welke zijn de overige koningen die getalsmatig ver in de meerderheid zijn. Het gaat om één oordeel, niet een oordeel in twee etappen. Hoofdstuk 17 handelt over het oordeel over Babylon religieus overspelige vrouw, het hoofdstuk legt dáárop de nadruk; terwijl hoofdstuk 18 het oordeel over Babylon als politieke, economische en culturele macht tekent.

Identificatie

De vraag wie of wat Babylon is in de wereld van heden dan wel morgen, is een van de lastigste vragen uit het laatste Bijbelboek. Er zijn dan ook verschillende verklaringen geopperd.

'Rome'. Veel uitleggers denken bij 'Babylon' aan de stad Rome. Voor deze gedachten zijn meerdere gronden:

  1. Babylon zit op zeven bergen, de stad Rome is gebouwd op zeven heuvels.
  2. Babylon schijnt aan zee te liggen. Rome ligt niet aan zee, maar wel vlakbij zee. De belangrijkste havenstad van het oude Rome was Ostia Antica. De stad was een handels- en tevens marinehaven. Ostia Antica lag vroeger aan zee, maar ligt tegenwoordig door verzanding van de Tyrreense zee enkele kilometers tussen Rome en de zee in.
  3. Babylon heeft het koningschap over de koningen der aarde. Het oude Rome had als regeringszetel van het Romeinse rijk het koningschap over de koningen van de toenmalig bekende wereld.
  4. Babylon is een rijke stad. Rome was een rijke stad.
  5. Babylon maakt zich schuldig aan de dood van de heiligen. Rome, het Romeinse rijk, deed dat ook.
  6. Babylon pleegt hoererij. In Rome was veel hoererij te vinden. De heersers kregen in de loop van de tijd een goddelijke status.

'Valse kerk'. Volgens veel uitleggers verwijst 'Babylon' naar de stad Rome, waar de Rooms-Katholieke Kerk thans haar hoofdzetel heeft, en de valse kerk van de eindtijd, de afvallige christenheid. Zijn het 'welvaartsevangelie' en de 'Kingdom now'-theologie misschien voorafschaduwingen van deze kenmerken van Babylon: rijkdom, politieke macht?

'Romeinse rijk'. Een veel voorkomende verklaring is dat de naam 'Babylon' een bedekte aanduiding is voor Rome of voor de Romeinse wereldmacht. In de tijd dat de Openbaring geschreven werd, was Rome de zetel van de Romeinse keizers. De Romeinse wereldmacht begon zich op het eind van de eerste eeuw tegen de gemeente van Jezus Christus te keren. Gelijk in het Oude Testament Babel of Babylon de anti-goddelijke kracht is, die het volk van God en het theocratische rijk van Juda bestrijdt, werd Rome dat onder de regering van keizer Nero (54—68) en van Domitianus  (81—96).  

'Herbouwde Babylon'. Sommige Bijbeluitleggers denken dat de stad Babylon in de Openbaring het herbouwde Babylon is, dat weer rijk en machtig zal worden. 

Tekening van Clarence Larkin.

Meer informatie

Alexander Hislop, The Two Babylons (1853). Download (pdf-formaat) van Idolphin.org. De auteur betoogt dat de Roomskatholieke kerk een voortzetting is van de religie van Babel. Het boek is omstreden, zie The Two Babylons.

Bron

Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk (Kampen: Kok, 1925-1931) s.v. Babylon. Hieruit is op 9 juli 2016 tekst genomen en verwerkt.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 Aldus John Gill bij Gen. 11:9
  2. Bromiley, Geoffrey  W., The International Standard Bible Encyclopedia, Revised. Wm. B. Eerdmans, 1988; 2002, S. 1:385
  3. Easton's Revised Bible Dictionary s.v. Babylon
  4. Christelijke Encyclopaedie voor het Nederlandsche Volk (Kampen: Kok, 1925-1931) s.v. Babylon.
  5. 5,0 5,1 Aldus de kanttekenaar bij de Statenvertaling.
  6. Vermeld (maar niet geleerd) op de Bijbelstudieconferentie over het boek Openbaring in Voorburg, 19-20 okt. 2017.