Bedriegen

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bedriegen is met opzet misleiden. Bedriegen heeft het bijbegrip dat de misleiding gepaard gaat met schennis van vertrouwen.

De tweede betekenis van het woord is: ontrouw zijn aan, als in „zijn vrouw bedriegen".

Synoniemen. Woorden met bijna dezelfde betekenis zijn bedotten, beethebben, beetnemen, bij de neus nemen, foppen, misleiden en verschalken. Ze hebben gemeen de betekenis: dwaling veroorzaken, veroorzaken dat het onware voor waar wordt gehouden.

Misleiden zegt letterlijk: op de verkeerde weg brengen en daardoor dwaling veroorzaken; het wordt steeds figuurlijk gebruikt. Voorbeeld: "Door het klatergoud liet de jongen zich misleiden; hij dacht een gouden ring gekregen te hebben en bemerkte later, dat het slechts een koperen was." Het blinkende klatergoud had hem op een dwaalspoor gebracht; hij meende met goud te doen te hebben en zag eerst later zijn dwaling in. De Griekse kunstenaar Zeuxis wist de natuur zo getrouw na te bootsen, dat de vogels op zijn geschilderde druiven kwamen afvliegen.

Bedotten duidt, evenals beethebben, beetnemen, bij de neus nemen, foppen en verschalken aan, dat er list of slimheid is aangewend, om de dwaling te doen ontstaan. Zij sluiten dus gelijk bedriegen altijd opzet in, iets wat bij misleiden niet noodzakelijk het geval behoeft te wezen. Daar zij echter ook van onschuldige misleidingen gebezigd worden, die geen nadeel berokkenen, wat inzonderheid met foppen het geval is, hebben zij een minder hatelijke betekenis dan bedriegen. Foppen heeft weliswaar dezelfde grondgedachte als bedriegen, maar wordt alleen van onschuldige handelingen gebezigd; bovendien is het bijna uitsluitend tot de spreektaal beperkt. Als ik mijn makker een steentje in de hand stop, in plaats van bijvoorbeeld een appel, dan fop ik hem. Vandaar ook: fopspeen.

Verschalken heeft de bijbetekenis dat een list wordt aangewend. Het wordt vooral gebezigd, waar van twee partijen, die ondersteld worden elkaar te bestrijden, de een de andere in een hinderlaag lokt, haar met list een of ander voordeel zoekt af te winnen, haar door een list tracht te overwinnen of te verzwakken. „De vogelaar verschalkt de kwartels". Hij spant een net met lokaas om hen te vangen. „De jagers verschalken het wild".

Bedotten en beet nemen betekenen meer, iemand in dwaling brengen ten einde zich vrolijk over hem te maken, of om er voordeel van te trekken. Beethebben betekent hetzelfde, maar veronderstelt, dat men zijn doel al bereikt heeft, terwijl bij den neus nemen, meestal voorkomend met het versterkende lelijk, te kennen geeft dat degene, die bij de neus genomen is òf een bespottelijk figuur maakt, óf in hevige mate bedrogen is.

In de Bijbel komen we meerdere gevallen van bedriegen tegen. Enkele worden hierna genoemd.

Eerste geval. Het eerste geval van bedrog in de geschiedenis van de mensheid is dat van de slang in de hof van Eden. Het was bedrog dat tot de zondeval van de mens leidde.

Ge 3:13  En de HEERE God zei tot de vrouw: Wat is dit, dat je gedaan hebt? En de vrouw zei: De slang heeft mij bedrogen, en ik heb gegeten. (CP[1])

Ezau bedrogen. Ezau voelde zich bedrogen, omdat zijn broer Jakob zijn vader bedrogen had en zodoende het eerstgeboorterecht van Ezau had weggenomen. Ezau zei tot zijn vader Izak:

Ge 27:36  En hij zeide: Noemt men hem niet terecht Jakob, omdat hij mij nu al tweemaal bedrogen heeft? Mijn eerstgeboorterecht heeft hij weggenomen, en zie, nu heeft hij mijn zegen weggenomen. En hij zeide: Hebt gij voor mij geen zegen overgehouden? (NBG51)

Jakob zelf werd later bedrogen door zijn oom Laban. Hij meende Rachel als bruid te hebben gekregen, maar het bleek de volgende morgen haar zus Lea te zijn. De bedrieger werd zelf bedrogen!

Ge 29:25  Maar des morgens, zie, het was Lea. Toen zeide hij tot Laban: Wat hebt gij mij daar gedaan? Heb ik niet om Rachel bij u gediend, waarom hebt gij mij dan bedrogen? (NBG51)

Tegen Lea en Rachel zou hij later zeggen:

Ge 31:7  Maar uw vader heeft mij bedrogen en mijn loon tienmaal veranderd, doch God heeft hem niet toegelaten mij te benadelen. (NBG51)

De inwoners van Gibeon logen tegen Jozua over hun herkomst en werden gespaard.

Joz 9:22  Daarna ontbood Jozua hen en sprak tot hen: Waarom hebt gij ons bedrogen door te zeggen: wij wonen zeer ver van u verwijderd, terwijl gij in ons midden woont? (NBG51)

Delila voelde zich driemaal bedrogen omdat Simson steeds gelogen had over zijn buitengewone kracht.

Ri 16:10  Delila zeide tot Simson: Zie, gij hebt mij bedrogen en mij leugens verteld. Zeg mij nu toch, waarmee gij gebonden kunt worden. (...) Ri 16:15  Zij zeide tot hem: Hoe kunt gij zeggen: Ik heb u lief, terwijl uw hart mij niet toebehoort? Nu hebt gij mij reeds driemaal bedrogen en mij niet verteld, waardoor uw kracht zo groot is. (NBG51)

Ananias bedroog door te liegen over de verkoop van zijn land.

Hnd 5:3  Maar Petrus zeide: Ananias, waarom heeft de satan uw hart vervuld om de Heilige Geest te bedriegen en iets achter te houden van de opbrengst van het stuk land? Hnd 5:4  Als het onverkocht gebleven was, bleef het dan niet van u, en was, na de verkoop, de opbrengst niet te uwer beschikking? Hoe kondt gij aan deze daad in uw hart plaats geven? Gij hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God. (Telos)

Bronnen

VanDale.nl, s.v. Bedriegen, Geraadpleegd op 13 feb. 2020.

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. Bedriegen — bedotten — beethebben — beetnemen — bij den neus nemen — foppen — misleiden — verschalken. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 13 feb. 2020.

Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922), s.v. 105. Bedriegen — misleiden — verschalken — foppen. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 13 feb. 2020.

Voetnoot

  1. Vertaling door Christipedia, uitgaande van de Statenvertaling