Beest uit de zee

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Beest uit de zee is dé grote man, de door velen vereerde leider in de eindtijd. Johannes ziet hem in een gezicht verbeeld als een beest dat uit de zee opkomt. Het Beest stelt ook een koninkrijk voor. Het Beest uit de zee wordt verheerlijkt door het Beest uit de aarde, d.i. een valse profeet en wonderdoener.

Beest

De leider wordt voorgesteld als een beest, als een wezen dat geen zedelijke verbinding met God heeft[1]. Dit doet denken aan Nebukadnezer, de koning van Babel, het gouden hoofd in het statenbeeld, die vernederd werd tot een beest.

In het gezicht ziet Johannes een beest dat kenmerken van verschillende beesten heeft:

  • een luipaard gelijk
  • zijn poten als die van een beer
  • zijn muil als die van een leeuw

Opb 13:2 En het beest dat ik zag was aan een luipaard gelijk, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag. (TELOS)

Van een ander (verschrikkelijk) beest, namelijk de Draak, d.i. de duivel, krijgt hij macht, troon en groot gezag (Opb. 13:2). Het Beest uit de zee heeft een medegenoot in een ander Beest, het Beest uit de aarde, Opb. 13:11v. Er is dus een bond van drie beesten: het Beest uit de zee, de Draak en het Beest uit de aarde.

Het Beest staat ook voor een koninkrijk. Johannes ziet later een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat tien horens heeft.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Uit de verklaring door een engel blijkt dat het om een koninkrijk of unie van koninkrijken gaat.

Mens

Uit zijn gedragingen blijkt dat we moeten denken aan een mens, zij het iemand die in Gods ogen beestachtig is. Dat het een mens is, blijkt ook uit het gegeven, dat het merkteken, dat de mensen zullen krijgen, bestaat uit een naam van het beest of uit het getal van de naam, en het getal van de naam "is het getal van een mens" (Opb. 13:18).

Opb 13:18 Hier is de wijsheid. Wie verstand heeft, laat die het getal van het beest berekenen, want het is het getal van een mens, en zijn getal is zeshonderdzesenzestig. (TELOS)

Het Beest is de achtste koning in een opeenvolging van koningen van het rijk.

Opb 17:10 Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn gevallen, de ene is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. Opb 17:11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste, en het is uit de zeven en gaat ten verderve. (TELOS)

Koninkrijk

Het Beest symboliseert niet alleen een mens, maar ook zijn koninkrijk. Van de troon van het beest is ook sprake in Opb. 16:10.

Opb 16:10 En de vijfde goot zijn schaal uit op de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd; en zij kauwden hun tongen van pijn (TELOS)

Het Beest komt naar voren als een koninkrijk in het gezicht van de Grote Hoer en het Beest, Opb. 17.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Het rijk van het Beest is er kennelijk in het verleden geweest, dan een tijd niet meer en dan weer wel.

Opb 17:8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet en zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan; en zij die op de aarde wonen, van wie de naam van de grondlegging van de wereld af niet geschreven is in het boek van het leven, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was en niet is en zal zijn. (...) Opb 17:11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste, en het is uit de zeven en gaat ten verderve. (TELOS)

In dat koninkrijk spelen opeenvolgend in de tijd 8 (7+1) koningen een rol, en tegelijkertijd 11 (10+1) koningen, Opb. 17:10-12.

Opb 17:16 En de tien horens die u hebt gezien en het beest, dezen zullen de hoer haten en haar eenzaam en naakt maken, en haar vlees eten en haar met vuur verbranden. (TELOS)

Oorsprong

Het Beest komt op uit de zee, Opb. 13:1.

Opb 13:1 En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering. (TELOS)

Hoewel het beest oprijst uit de zee, is het geen zeemonster, geen zeedier, maar veeleer een landdier: een combinatie van een luipaard, beer en leeuw. 

De zee is in het gezicht van Johannes een zinnebeeld van de rusteloze volkerenwereld.

Het koninkrijk van het Beest stijgt op uit de afgrond:

Opb 17:8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet en zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan; en zij die op de aarde wonen, van wie de naam van de grondlegging van de wereld af niet geschreven is in het boek van het leven, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was en niet is en zal zijn. (TELOS)

De oorsprong is tweeërlei: menselijk (volkerenzee) en demonisch (afgrond).

Herrijzenis

Het beest was ( Opb. 17:8, 11) en is niet (17:8, 11) en zal zijn, 17:8. Het heeft bestaan, is ondergegaan, is er niet meer en zal herrijzen. Dit is een herrijzenis, want het was, is niet en zal zijn. Het beest herrijst uit de volkerenzee en uit de afgrond en uit de zeven voorafgaande koningen (koninkrijken).

Opb 17:8 Het beest dat u gezien hebt, was en is niet en zal uit de afgrond opstijgen en ten verderve gaan; en zij die op de aarde wonen, van wie de naam van de grondlegging van de wereld af niet geschreven is in het boek van het leven, zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was en niet is en zal zijn. (TELOS)

Opb 17:11 En het beest dat was en niet is, is ook zelf de achtste, en het is uit de zeven en gaat ten verderve.

De mensen zullen zich verwonderen als zij het beest zien dat het was en niet is en zijn zal, 17:8. De verwondering geldt ook de levend wording van een der koppen, waarschijnlijk de zevende, die dodelijk gewond was. Er is dus een dubbele verwondering: over de herrijzenis van het rijk en over de levendwording van een dodelijk gewonde kop.

Dood en weer levend

Een van de zeven koppen wordt "als tot de dood geslagen", loopt een "dodelijke wond" (Opb. 13:3, 12) op. De wond wordt geslagen met een zwaard, "de wond van het zwaard" zegt Opb. 13:14. Het schijnt dat de kop wordt gedood, gegeven dat het daarna "weer leefde" (Opb. 13:14). De wond wordt echter wonderbaarlijk genezen. Het gevolg is dat de hele aarde, de hele mensenwereld, het beest met verbazing achterna gaat.

Opb 13:3 En ik zag een van zijn koppen als tot de dood geslagen, en zijn dodelijke wond werd genezen; en de hele aarde ging met verbazing het beest achterna. (TELOS)

Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)

Opb 13:14 En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken. (TELOS)

Tien horens

Het Beest heeft 10 horens, Opb 13:1, 17:3. Op zijn hoorns zijn 10 diademen, 13:1.

Opb 13:1 En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering. (TELOS)

Johannes ziet later een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat tien horens had.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

De tien horens stellen tien koningen voor.

Opb 17:12 En de tien horens die u hebt gezien, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar een uur gezag als koningen ontvangen met het beest. (TELOS)

Ze hebben nog geen koninkrijk ontvangen, 17:12. Ze ontvangen één uur gezag als koningen met het beest, 17:12. De 10 koningen hebben enerlei bedoeling en geven hun macht en gezag aan het beest, 17:13. Deze zullen oorlog voeren tegen het Lam, 17:14. De tien horens doen denken aan de tien horens van het gruwelijke beest dat de profeet Daniël zag:

Da 7:7 Daarna keek ik toe in de nachtvisioenen, en zie, het vierde dier was schrikwekkend, gruwelijk, en uitzonderlijk sterk. Het had grote ijzeren tanden. Het at en verbrijzelde, en de rest vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van al de dieren die ervóór geweest waren. En het had tien horens. (HSV)

Da 7:24 En de tien horens duiden aan dat uit dat koninkrijk tien koningen zullen opstaan, en na hen zal een ander opstaan. Die zal verschillen van die er eerder geweest waren. Drie koningen zal hij vernederen. (HSV)

Zeven koppen

Het Beest heeft zeven koppen, Opb. 13:1; 17: 3.

Opb 13:1 En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering. (TELOS)

Johannes ziet later een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat zeven koppen had.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Een engel verklaart de betekenis van de zeven koppen:

Opb 17:9 Hier is het verstand dat wijsheid heeft: de zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw zit. Opb 17:10 Ook zijn het zeven koningen: vijf zijn gevallen, de ene is er, de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven. (TELOS)

De 7 koppen zijn 7 bergen, 17:9. Op die bergen zit de vrouw, 17:9. Ook zijn het zeven koningen, 17:10. Vijf koningen van die zeven zijn gevallen, de ene is er en de andere is nog niet gekomen, 17:10. De zevende koning zal een korte tijd blijven, 17:10. Het beest is zelf de achtste koning, 17:11. Het is uit de zeven koningen.

Scharlakenrood

Het beest is scharlakenrood.

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

De grote draak is vuurrood (Opb. 12).

In de woestijn

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

Het Beest heeft zijn verblijf in de woestijn, dat is in de wereld, die in geestelijke en zedelijk opzicht een dorre en woeste plaats is.

Macht en gezag

De draak, d.i. de duivel, de overste van deze wereld, geeft hem "zijn macht en zijn troon en groot gezag".

Opb 13:2 En het beest dat ik zag was aan een luipaard gelijk, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag. Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS)

Hem wordt gezag gegeven om te handelen.

Opb 13:5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak; en hem werd gezag gegeven om te handelen, tweeenveertig maanden. (TELOS)

Tien personen in of verbonden met het rijk van het Beest zullen "gezag als koningen ontvangen met het beest" (Opb. 17:12).

Opb 17:12 En de tien horens die u hebt gezien, zijn tien koningen, die nog geen koninkrijk ontvangen hebben, maar een uur gezag als koningen ontvangen met het beest. (TELOS)

Zij geven echter hun macht en gezag, ja, hun koninkrijk, aan het Beest.

Opb 17:13 Dezen hebben enerlei bedoeling en geven hun macht en gezag aan het beest. (TELOS)

Opb 17:17 Want God heeft in hun harten gegeven zijn bedoeling uit te voeren en het met enerlei bedoeling uit te voeren en hun koninkrijk aan het beest te geven, totdat de woorden van God vervuld zullen zijn. (TELOS)

De Beest ontvangt gezag "over elk geslacht en volk en taal en natie", Opb. 13:7.

Opb 13:7 En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie. (TELOS)

Het Beest schijnt oppermachtig, onoverwinnelijk: "wie kan er oorlog tegen voeren?" (Opb. 13:4)

Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS)

Hij heeft een compagnon, het Beest uit de aarde (zie hieronder), die al het gezag van het eerste Beest uitoefent in diens tegenwoordigheid.

Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)

Duivels

Het Beest uit de zee staat onder invloed van de duivel. De draak, d.i. de duivel, de overste van deze wereld, geeft hem "zijn macht en zijn troon en groot gezag".

Opb 13:2 En het beest dat ik zag was aan een luipaard gelijk, en zijn poten waren als die van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn macht en zijn troon en groot gezag. (TELOS)

Uit de mond van het beest ziet Johannes later een onreine geest komen.

Opb 16:13 En ik zag uit de mond van de draak en uit de mond van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen als kikkers; (TELOS)

Dat God de regie houdt en ook werkt, blijkt uit het volgende vers:

Opb 17:17 Want God heeft in hun harten gegeven zijn bedoeling uit te voeren en het met enerlei bedoeling uit te voeren en hun koninkrijk aan het beest te geven, totdat de woorden van God vervuld zullen zijn. (TELOS)

Lasteraar

Op zijn (zeven) koppen heeft hij namen van lastering, Opb. 13:1 vgl. 17:3.

Opb 13:1 En ik zag uit de zee een beest opstijgen, dat tien horens en zeven koppen had en op zijn horens tien diademen en op zijn koppen namen van lastering. (TELOS)

Hij krijgt een mond die lasteringen spreekt, Opb. 13:5. Hij lastert tegen (1) God en zijn tabernakel en (2) hen die in de hemel wonen.

Opb 13:5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak; en hem werd gezag gegeven om te handelen, tweeenveertig maanden. Opb 13:6 En hij opende zijn mond tot lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn tabernakel en hen die in de hemel wonen. (TELOS)

Johannes ziet later een vrouw zitten op een scharlakenrood beest "dat vol namen van laster was".

Opb 17:3 En hij voerde mij weg in de geest naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest dat vol namen van laster was en zeven koppen en tien horens had. (TELOS)

De toekomstige koning van Israël (de Antichrist) zal 'tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken':

Da 11:36 Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren. (HSV)

Grootspraak

Hij krijgt een mond die "grote dingen en lasteringen" spreekt, Opb. 13:5.

Opb 13:5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak; en hem werd gezag gegeven om te handelen, tweeenveertig maanden. (TELOS)

Ook de kleine hoorn van het vierde beest, dat Daniël zag, had een mond vol grootspraak.

Da 7:8 Terwijl ik op de horens bleef letten, zie, een andere, kleine, horen rees daartussen op. Drie van de eerdere horens werden voor hem uitgerukt. En zie, in die horen waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. (...) Da 7:11 Toen keek ik, vanwege het geluid van de grote woorden die de horen sprak. Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven.(HSV)

Da 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (HSV)

Ook de toekomstige koning van Israël (de Antichrist) zal 'tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken':

Da 11:36 Die koning zal handelen naar eigen goeddunken. Hij zal zich verheffen en zich groot maken boven elke god. Hij zal tegen de God der goden wonderlijke dingen spreken. Hij zal voorspoedig zijn tot de gramschap voltrokken is. Want wat vast besloten is, zal gebeuren. (HSV)

Aanbidding

De afval van God bereikt het toppunt in de aanbidding van de satan, van het Beest en van zijn beeld.

Aanbidding van de satan

Omdat de Draak het gezag aan het beest had gegeven, wordt hij, de duivel, aangebeden.

Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS)

Aanbidding van het Beest

De mensen aanbidden het Beest, dat zonder gelijk en oppermachtig is en dat hen imponeert.

Opb 13:4 En zij aanbaden de draak, omdat hij het gezag aan het beest had gegeven, en zij aanbaden het beest en zeiden: Wie is aan het beest gelijk, en wie kan er oorlog tegen voeren? (TELOS)

Allen die op de aarde wonen zullen hem aanbidden (Opb. 13:8, 12), behalve de heiligen (Opb. 13:7-8).

Opb 13:8 En allen die op de aarde wonen, zullen hem aanbidden, ieder wiens naam, van de grondlegging van de wereld af, niet geschreven staat in het boek van het leven van het Lam dat geslacht is. (TELOS)

De aanbidding van het Beest uit de zee wordt bewerkt door het Beest uit de aarde, een valse profeet

Opb 13:12 En het oefent al het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid; en het maakt dat de aarde en zij die erop wonen, het eerste beest aanbidden, van wie de dodelijke wond genezen was. (TELOS)

Wanneer Jesaja in hoofdstuk 2 van zijn boek profeteert van de Dag van Jahweh, zegt hij dat mensen met hun afgoderij en hoogheden vernederd zullen worden. In dat verband zegt hij:

Jes 2:22  Laat gijlieden dan af van den mens, wiens adem in zijn neus is, want waarin is hij te achten? (SV)

God zal de mens, ook al schijnt hij een hoogtepunt te hebben bereikt in het Beest, vernederen en zijn geringheid ten opzicht van zijn Maker doen uitkomen.

Aanbidding van het beeld van het Beest

De valse profeet draagt de mensen op een beeld voor het Beest te maken.

Opb 13:14 En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken. (TELOS)

Het beeld ontvangt van de valse profeet adem en kan spreken. Ook het beeld wordt aangebeden.

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. (...) (TELOS)

Opb 20:4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. (TELOS)

De aanbidding van het Beest en zijn beeld is een groot kwaad. De aanbidders zullen door God gestraft worden.

Opb 14:9 En een andere, een derde engel volgde hen en zei met luider stem: Als iemand het beest en zijn beeld aanbidt en op zijn voorhoofd of zijn hand het merkteken ontvangt, Opb 14:10 die zal ook drinken van de wijn van Gods grimmigheid, die ongemengd is ingeschonken in de drinkbeker van zijn toorn; en hij zal gepijnigd worden met vuur en zwavel ten aanschouwen van de heilige engelen en het Lam. Opb 14:11 En de rook van hun pijniging stijgt op tot in alle eeuwigheid; en zij hebben dag en nacht geen rust, zij die het beest en zijn beeld aanbidden, en ieder die het merkteken van zijn naam ontvangt. (TELOS)

Opb 16:2 En de eerste ging weg en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een kwaadaardige en boze zweer aan de mensen die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden. (TELOS)

Handelingstijd

Hij ontvang gezag om 42 maanden = 3,5 jaren te handelen.

Opb 13:5 En hem werd een mond gegeven die grote dingen en lasteringen sprak; en hem werd gezag gegeven om te handelen, tweeenveertig maanden. (TELOS)

Vergelijk wat gezegd wordt van de elfde koning die Daniël zag:

Da 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (HSV)

Op het Beest de Grote Hoer

Op het beest zit een vrouw, een hoer, 17:3.

Het koninkrijk van het Beest wordt aanvankelijk beheerst door een Grote Hoer - een stad gebouwd op zeven bergen, die het koningschap heeft over de koningen van de aarde Opb. 17.

Opb 17:18 En de vrouw die u hebt gezien, is de grote stad die het koningschap heeft over de koningen van de aarde. (TELOS)

Later zullen de koningen van het rijk van het Beest en het Beest zelf haar haten, beroven, met haar afrekenen.

Opb 17:16 En de tien horens die u hebt gezien en het beest, dezen zullen de hoer haten en haar eenzaam en naakt maken, en haar vlees eten en haar met vuur verbranden. (TELOS)

Oorlog tegen de heiligen en het Lam

Het beest zal oorlog voeren tegen de heiligen en hen overwinnen.

Opb 13:7 En hem werd gegeven oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen; en hem werd gezag gegeven over elk geslacht en volk en taal en natie. (TELOS)

De begeerte om de heiligen te beoorlogen komt van de draak, die oorlog voert tegen de heiligen.

Opb 12:17 En de draak werd toornig op de vrouw en hij ging weg om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, hen die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben; (12-18) en hij ging op het zand van de zee staan. (TELOS)

Tot deze oorlog gebruikt hij zijn werktuigen het beest uit de zee en het beest uit de aarde.

Vele heiligen zullen als martelaren sterven.

Opb 20:4 En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven; en ik zag de zielen van hen die om het getuigenis van Jezus en om het woord van God onthoofd waren, en die het beest of zijn beeld niet hadden aangebeden en niet het merkteken aan hun voorhoofd en aan hun hand ontvangen hadden; en zij werden levend en regeerden met Christus duizend jaren. (TELOS)

Vergelijk:

Opb 13:15 En het werd hem gegeven aan het beeld van het beest adem te geven, opdat het beeld van het beest ook zou spreken en maken dat allen die het beeld van het beest niet aanbaden, gedood zouden worden. (TELOS)

Vergelijk wat gezegd wordt van de elfde koning die Daniël zag:

Da 7:25 Woorden tegen de Allerhoogste zal hij spreken, de heiligen van de Allerhoogste zal hij te gronde richten. Hij zal erop uit zijn bepaalde tijden en de wet te veranderen, en zij zullen in zijn hand worden overgegeven voor een tijd, tijden en een halve tijd. (HSV)

God bemoedigt de lijdende heiligen met de belofte van wedervergelding aan hun vijanden.

Opb 13:10 Als iemand in gevangenschap leidt, dan gaat hij in gevangenschap; als iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen. (TELOS)

Hun nederlaag is in Gods ogen een overwinning, daar zij volhard hebben in hun geloof in de Heer Jezus en hun weigering om het beest en zijn beeld te aanbidden en het merkteken van het beest te ontvangen.

Opb 15:2 En ik zag als een glazen zee met vuur gemengd, en hen die de overwinning behaald hadden over het beest en over zijn beeld en over het getal van zijn naam, op de glazen zee staan met harpen van God. (TELOS)

De koningen van het rijk van het Beest zullen met het Beest oorlog voeren tegen het Lam.

Opb 17:14 Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, en het Lam zal hen overwinnen - want Hij is Heer van de heren en Koning van de koningen - en zij die met Hem zijn, geroepenen en uitverkorenen en getrouwen. (TELOS)

Opb 19:19 En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Hem die op het paard zat en tegen zijn leger. (TELOS)

Compagnon

Het Beest uit de zee heeft een medegenoot in een ander Beest, het Beest uit de aarde, Opb. 13:11v. Deze oefent het gezag van het eerste beest uit in diens tegenwoordigheid en doet ook grote tekenen in diens tegenwoordigheid. Door de tekenen misleidt hij de mensen, die het merkteken van het beest aannamen. En hij draagt de mensen op een beeld voor het beest te maken.

Opb 13:14 En het misleidt hen die op de aarde wonen, door de tekenen die hem gegeven zijn te doen in tegenwoordigheid van het beest, en het zegt tot hen die op de aarde wonen, dat zij voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer leefde, een beeld moesten maken. (TELOS)

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. (...) (TELOS)

Verdoemenis

Het Beest wordt tenslotte gegrepen en in de hel geworpen.

Opb 19:20 En het beest werd gegrepen en met hem de valse profeet die de tekenen in diens tegenwoordigheid had gedaan, waardoor hij hen misleidde die het merkteken van het beest ontvingen en die zijn beeld aanbaden. Levend werden deze twee geworpen in de poel van vuur die van zwavel brandt. (TELOS)

Het schijnt dat zij de eerste mensen zijn die - nog vóór de duivel - in de hel worden geworpen.

Opb 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Belangrijke informatie

Wat Johannes heeft gezien en ons heeft meegedeeld aangaande het Beest uit de zee, is belangrijk voor de heiligen die in de tijd van het Beest op aarde zullen leven en zullen weigeren om het Beest te aanbidden. Zij zullen de machthebber herkennen als het Beest uit het laatste Bijbelboek. God versterkt hen met de belofte van wedervergelding aan hun vijanden.

Opb 13:9 Als iemand een oor heeft, laat hij horen. Opb 13:10 Als iemand in gevangenschap leidt, dan gaat hij in gevangenschap; als iemand met het zwaard zal doden, dan moet hij met het zwaard gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de heiligen. (TELOS)

Verklaring

Het rijk van het Beest schijnt het Romeinse rijk te zijn[2]. Het Beest is het hoofd van dat rijk. Hij is een heiden, het Beest uit de aarde is een Jood, de Antichrist, de valse koning van Israël[2]. De Grote Hoer is de Rooms-katholieke kerk en Rome, dat gebouwd is op zeven heuvels. De dodelijke wond is volgens sommigen[2] de ondergang van het West-Romeinse rijk met de val van Rome in 476 na Chr. De zeven koppen van het Beest zijn mogelijk zeven opeenvolgende regeringsvormen[2]. De laatste was de keizerlijke regeringsvorm[2]. Deze zal worden hersteld, tot verbazing van de wereld[2]. De handelingstijd van het beest - 3,5 jaar - is de tijd van de Grote Verdrukking[2].

Voetnoten

  1. A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Beats.
  2. 2,0 2,1 2,2 2,3 2,4 2,5 2,6 W.J. Ouweneel, De openbaring van Jezus Christus; bijbelstudies over het boek Openbaring. Deel 2: hoofdstuk 8 -22 (Vaassen: Medema, 1990) duidt het rijk van het Beest als het herstelde Romeinse rijk.