Behoudenis

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Behoudenis kan betekenen[1]:

  1. instandhouding, redding;
  2. (in ’t bijzonder) zaligheid.

Paulus zei tegen de bemanning van het schip dat dreigde onder te gaan:

Hnd 27:34 Daarom spoor ik u aan voedsel te nemen, want dit dient tot uw behoudenis; want van niemand van u zal een haar van het hoofd verloren gaan. (TELOS)

Hier wordt 'behoudenis' gebruikt in de eerste betekenis.

Tegenwoordige en toekomstige behoudenis

De Schrift spreekt van behoudenis als een tegenwoordige en een toekomstige toestand. Van tegenwoordige behoudenis spreekt:

Lu 19:9 Jezus nu zei tot hem: Vandaag is aan dit huis behoudenis ten deel gevallen, omdat ook deze een zoon van Abraham is. (TELOS)

Meestal wordt van de behoudenis gesproken als een toekomstig heil dat wij zullen ontvangen.

Ro 13:11 En dit te meer omdat wij de tijd kennen, dat het uur voor u al daar is om uit de slaap te ontwaken; want de behoudenis is ons nu nader dan toen wij tot geloof kwamen. (TELOS)

De "hoop van de behoudenis" (1 Thess. 5:8) is gericht op de behoudenis die wij zullen verkrijgen.

1Th 5:8 Maar laten wij die van de dag zijn, nuchter zijn, terwijl wij het borstharnas van het geloof en de liefde aangedaan hebben, en als helm de hoop van de behoudenis; 1Th 5:9 want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de behoudenis door onze Heer Jezus Christus, (TELOS)

Heb 1:14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die tot dienst uitgezonden worden ter wille van hen die de behoudenis zullen beërven? (TELOS)

De gelovigen worden bewaard tot de toekomstige behoudenis.

1Pe 1:5 die in de kracht van God door het geloof bewaard wordt tot de behoudenis, die gereed is om in de laatste tijd geopenbaard te worden. (TELOS)

1Pe 1:9 terwijl u het einde van uw geloof ontvangt, de behoudenis van uw zielen. (TELOS)

De Heer Jezus leidt ons heen tot die toekomstige behoudenis.

Heb 2:10 Want het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te leiden, de overste leidsman van hun behoudenis door lijden volmaakte. (TELOS)

Opb 12:10 En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is de behoudenis gekomen en de kracht en het koninkrijk van onze God en het gezag van zijn Christus; want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht voor onze God aanklaagde, is neergeworpen. (TELOS)

De volgende illustratie kan een en ander nog duidelijker maken. Een drenkeling wordt uit zee in de reddingsboot getrokken. Hij is gered, behouden. De zee is echter ruw en hij is nog niet aan land. Behouden aan land komen ligt in het verschiet. Hij is behouden (in de boot) en zal behouden worden (veilig aan land komen).

Heilszekerheid

Hoe kun je zeker zijn van je behoudenis, van het heil dat je in Christus hebt ontvangen? Eens gered, altijd gered? Wanneer iemand is gered, is hij of zij dan voor altijd gered? Wanneer mensen Christus leren kennen als hun Verlosser, dan worden ze in een relatie met God gebracht die garandeert dat hun verlossing voor altijd is veilig gesteld. Talrijke passages in de Schrift verkondigen dit feit.

(a) Romeinen 8:30 verkondigt:

Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

Dit vers vertelt ons dat vanaf het moment dat God ons heeft gekozen het al zo is alsof we in Zijn aanwezigheid in de hemel geroemd worden. Er is niets dat een gelovige belet om op een dag verheerlijkt te worden omdat God dit in de hemel al heeft voorbestemd. Zodra iemand is gerechtvaardigd, is zijn verlossing gegarandeerd – hij is zo veilig alsof hij al in de hemel is verheerlijkt. (b) Paulus stelt in Romeinen 8:33-34 twee cruciale vragen:

"Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons "

Wie zal een beschuldiging uiten tegen God’s gekozen mensen? Niemand, want Christus is onze advocaat. Wie zal ons veroordelen? Niemand, want Christus, Hij die voor ons stierf, is degene die veroordeelt. Onze Verlosser is zowel de advocaat als de rechter.

(c) Gelovigen zijn wedergeboren (vernieuwd) wanneer zij geloven (Johannes 3:3; Titus 3:5). Een Christen zou alleen zijn verlossing kunnen verliezen als hij “on-vernieuwd” zou worden. De Bijbel geeft ons bewijs voor het feit dat de nieuwe geboorte niet ongedaan kan worden gemaakt.

(d) De heilige Geest woont in alle gelovigen (Johannes 14:17; Romeinen 8:9) en doopt alle gelovigen in het Lichaam van Christus (1 Korintiërs 12:13). Een gelovige zou alleen “ongered” kunnen worden als de Geest zijn of haar lichaam zou “on-bewonen” en hij van het Lichaam van Christus losgekoppeld zou worden.

(e) Johannes 3:15 stelt dat eenieder die in Jezus Christus gelooft “eeuwig leven heeft”. Als je vandaag in Christus gelooft en het eeuwige leven hebt, maar het morgen verliest, dan was het eigenlijk helemaal niet “eeuwig”. Als je dus je verlossing zou verliezen, dan zouden de beloften van eeuwig leven in de Bijbel vals zijn.

(f) De Schrift zelf verwoordt het meest sluitende argument aldus:

“Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer" (Romeinen 8:38-39).

Onthoud dat dezelfde God die je gered heeft dezelfde God is die je zal behouden. Zodra we gered zijn, zijn we voor altijd gered. Onze verlossing is zonder twijfel voor eeuwig verzekerd!

Behoudenis bewerken

Gelovigen worden vermaand hun eigen behoudenis te bewerken.

Flp 2:12 Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaamd hebt, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veel meer in mijn afwezigheid, bewerkt uw eigen behoudenis met vrees en beven; (TELOS)

Flp 2:12 Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, (HSV)

De gedachte kan niet zijn dat wij op grond van onze eigen goede werken behouden worden. De Schrift leert ons dat wij behouden worden op grond van genade, niet op grond van werken (der wet). De Schrift leert eveneens dat genade geen vrijbrief is om te zondigen. Onze praktijk, ons doen en laten, dient in overeenstemming te zijn met onze behoudenis. Petrus spreekt van "opgroeien tot behoudenis".

1Pe 2:2 Verlangt als pasgeboren kinderen naar de redelijke, onvervalste melk, opdat u daardoor opgroeit tot behoudenis; (TELOS)

Een concreet geval kan dat illustreren. In de gemeente van Korinthe was een gelovige man die seksuele omgang had met "de vrouw van zijn vader" (1 Cor. 5:1). Paulus vermaant de gemeente de hoereerder weg te doen uit de gemeente, want een beetje zuurdeeg, dat gedoogt wordt, doorzuurt het hele deeg. Hij zegt dan ook:

1Co 5:7 Zuivert het oude zuurdeeg uit, opdat u een nieuw deeg bent; u bent immers ongezuurd. Want ook ons pascha, Christus, is geslacht. 1Co 5:8 Laten wij daarom feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid. (TELOS)

Hij zegt dat de gemeente ongezuurd is. Dat is de ene kant. Aan de andere kant moeten ze er ook naar handelen en zorgen dat zij praktisch ongezuurd zijn. Stand (positie in Christus) en (praktische) toestand dienen onderling overeen te stemmen, waarbij de stand (positie) het uitgangspunt is.

Bron

De eerste tekst van dit artikel is met toestemming overgenomen van www.GotQuestions.org/Nederlands

  1. Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000.