Besnijdenis

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

De besnijdenis, ook ‘circumcisie’ genaamd, bestaat uit het verwijderen van het voorste stukje van de voorhuid (of de gehele voorhuid) van het mannelijk lid. Dit gebeurt bij Joodse jongetjes wanneer ze acht dagen oud zijn. De besnedenheid is het teken van het verbond dat God met het volk Israël gesloten heeft (Gen. 17:9-14). Voor de besnijdenis van het vlees is in de nieuwe bedeling - die van de genade - in de plaats gekomen de besnijdenis van het hart, een zelfoordeel over het eigen zondige vlees (Col. 2:11). Deze geestelijke besnijdenis is uit hoofde van en in eenheid met de besnijdenis van Christus aan het kruis, waar de zonde in het vlees geoordeeld werd.

De Schrift kent geen besnijdenis van een meisje of vrouw (vrouwenbesnijdenis, waarbij de clitoris wordt weggesneden). In dit artikel wordt alleen de besnijdenis van een jongetje of man behandeld.

Instelling. De besnijdenis werd door God ingesteld in Gen. 17, in verband met de bevestiging van het verbond, de herhaalde belofte van talrijk nageslacht en de naamsverandering van Abram.

Verbondsteken. De besnijdenis is het teken van het verbond tussen God en Abraham en diens nageslacht (via Izak). Een besneden man heeft Gods verbond in zijn vlees (Gen. 17:13).

Ge 17:10 Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden. Ge 17:11 U moet het vlees van uw voorhuid laten besnijden en [dat] zal een teken zijn van het verbond tussen Mij en u. Ge 17:12 Elk kind bij u van acht dagen [oud], al wie mannelijk is, moet besneden worden, [al] uw generaties door: degene die in [uw] huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort. Ge 17:13 Degene die in uw huis geboren is én degene die met uw geld gekocht is, moeten zeker besneden worden. Zo zal Mijn verbond in uw vlees tot een eeuwig verbond zijn. Ge 17:14 Maar hij die mannelijk [en] onbesneden is, van wie het vlees van zijn voorhuid niet besneden wordt, die persoon moet van zijn volksgenoten worden afgesneden; hij heeft Mijn verbond verbroken. (HSV)

Zegel van de gerechtigheid. Abraham werd wegens zijn geloof in God gerechtigheid toegerekend. Dat gebeurde toen hij nog onbesneden was. De besnijdenis is voor hem een zegel van de gerechtigheid van het geloof.

Ro 4:11 En hij ontving het teken van de besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van het geloof, dat hij had in de onbesneden staat, opdat hij vader zou zijn van allen die in onbesneden staat geloven, opdat ook hun de gerechtigheid zou worden toegerekend; Ro 4:12 en opdat hij vader van de besnedenen zou zijn, niet alleen voor hen die besneden zijn, maar ook voor hen die wandelen in de voetstappen van het geloof dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat had. (TELOS)

Welk deel van de voorhuid

Oorspronkelijk werd alleen het voorste deel van de voorhuid (het 'akroposthion', van Grieks ακρο, akro, "top"', en ποσθη, posthe, "voorhuid"), dat verder reikt dan de eikel, weggesneden. Dat gebeurde in bijbelse tijden[1]. Eén enkele handeling van snijden was genoeg. De grootste deel van de voorhuid, dat de eikel bedekt, bleef behouden. De Joden gingen er later, ca. 140 na Chr.[1], toe over de gehele voorhuid te verwijderen[2]. Deze procedure vereist meerdere snijverrichtingen. In het Hebreeuws heet het verwijderen van de punt van de voorhuid 'milah', het verwijderen van de gehele voorhuid, waardoor de eikel niet langer bedekt kan worden, heet 'periah'. Er is echter geen bewijs dat in de tijd van het oude testament bij de 8-jarige jongetjes van Israël de gehele voorhuid werd weggesneden[3]. Er zijn aanwijzingen dat de oorspronkelijke handeling de 'milah' was, zonder de 'periah'[4]. De reden waarom de Joden later verder gingen dan de eigenlijke besnijdenis is onduidelijk. Volgens één verklaring wilde men het verschil met de onbesneden Grieken en Romeinen duidelijker doen uitkomen[3].

Volkeren met dit gebruik

De besnijdenis is niet een exclusief en specifiek Joods gebruik. Het kwam ook al in de oudheid bij andere volkeren voor, bijvoorbeeld bij de Egptenaren, Midianieten, Ammonieten en Edomieten (die echter in de 2e eeuw voor Christus met deze gewoonte gebroken hebben). En verder bij de Moabieten, de Phoenicièrs en de Arabieren. Bij de Arabieren is zeker sprake van besnijdenis na het optreden van Mohammed, stichter van het godsdienstig-sociaal stelsel de Islam. Evenals bij de Joden worden alle moslimjongens besneden.

'Onbesnedenen'

De heidenen met onbesneden voorhuiden werden door de Israëlieten wel aangeduid als 'onbesnedenen' (Hebr. arelim, 1 Samuel 14:6; 31:4; Jes. 52:1)

1Sa 14:6 Jonathan nu zei tegen de knecht die zijn wapens droeg: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen; (HSV)

1Sa 31:4 Toen zei Saul tegen zijn wapendrager: Trek uw zwaard en doorsteek mij daarmee. Anders komen deze onbesnedenen, doorsteken zij mij en drijven zij de spot met mij.

2Sa 1:20 Maak het niet bekend in Gath, breng de boodschap niet op de straten van Askelon, anders verblijden de dochters van de Filistijnen zich, anders springen de dochters van de onbesnedenen op van vreugde. (HSV)

Eze 44:7 want u hebt vreemdelingen binnengebracht, onbesnedenen van hart en onbesnedenen van vlees, om in Mijn heiligdom te laten zijn, zodat zij Mijn huis ontheiligden; want u bood Mijn brood - het vet en het bloed - aan, en zij verbraken Mijn verbond door al uw gruweldaden. (HSV)

Joodse besnijdenis uniek

Er zijn twee grote verschillen tussen de Joodse besnijdenis en die bij andere volkeren, namelijk:

  1. Ten eerste, het ritueel dat niet alleen vanwege hygiënische redenen wordt toegepast, maar om het een verbondsteken is, een eeuwig verbond tussen de Schepper en Abraham en zijn nakomelingen.
  2. Ten tweede, de achtste dag na de geboorte, het specifieke moment in het leven van een jongen of man waarop hij besneden dient te worden.
Besnijdenis van Egyptische mannen

Er is een afbeelding uit het oude Egypte (zie afbeelding) waarop te zien is hoe Egyptische mannen worden besneden en dan gaat het bij deze afbeelding om volwassen mannen. Of het een algemeen ingevoerd gebruik in Egypte was, of slechts incidenteel plaatsvond, is niet bekend. We mogen veronderstellen dat Mozes, die zijn opvoeding en leerschool in Egypte aan het Hof van de Pharao heeft genoten, met dit gebruik bekend is geweest.

Bekend is dat het tijdstip van besnijdenis bij moslimjongens varieert van circa 7 a 8 jaar en vaak ook het 13e levensjaar omdat Ismaël op die leeftijd is besneden. In al dergelijke gevallen vindt de besnijdenis plaats onder verdoving plaats in het ziekenhuis en de operatieve ingreep wordt via de ziektekostenverzekering vergoed. In Joodse gemeenschappen wordt de besnijdenis uitgevoerd door een speciaal daartoe opgeleide mohel of moheel, die de ingreep zonder kosten uitvoert in het openbaar, omringd door familie en bekenden van het babytje.

Achtste dag

Het is opmerkelijk dat de besnijdenis in de Bijbel op de achtste dag na de geboorte moet plaatsvinden, niet eerder en niet later, als een verbondsteken tussen God en het nageslacht van Abraham. In Genesis 17:9-12 lezen we dit:

Gen. 17:9 Verder zei God tegen Abraham: En wat u betreft, u moet Mijn verbond in acht nemen, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door. Gen. 17:10 Dit is Mijn verbond dat u moet houden tussen Mij en u en uw nageslacht na u: al wie mannelijk is bij u moet besneden worden. Gen. 17:11 U moet het vlees van uw voorhuid laten besnijden en  dat zal een teken zijn van het verbond tussen Mij en u. Gen. 17:12 Elk  kind bij u van acht dagen oud, al wie mannelijk is, moet besneden worden, al uw generaties door: degene die in uw huis geboren is én degene die van enige vreemdeling voor geld gekocht is, die niet tot uw nageslacht behoort.

In Genesis 17, waar Abraham circa 4000 jaar geleden dit gebod kreeg, was Abraham 99 jaar en in hetzelfde jaar van deze aankondiging werd ook voorzegd dat zijn vrouw Sara een zoon zou baren. Abraham - die tot die tijd nog Abram heette- is tot de besnijdenis overgegaan. Hij moest zichzelf besnijden, zijn zoon Ismaël, die toen 13 jaar was en ook allen van het mannelijk geslacht die tot zijn huishouding behoorden.

Binnen een jaar kreeg Sara een zoon, die dan ook acht dagen na zijn geboorte besneden werd, zoals we lezen in Genesis 21:1-4:

Gen. 21:1 De HEERE nu zag om naar Sara  zoals Hij gezegd had; de HEERE deed bij Sara zoals Hij gesproken had. Gen. 21:2 Sara werd zwanger en baarde Abraham een zoon in zijn ouderdom,  op de vastgestelde tijd die God hem genoemd had. Gen. 21:3 Abraham gaf zijn zoon die hem geboren was, die Sara hem gebaard had, de naam Izak. Gen. 21:4 En Abraham besneed zijn zoon Izak, toen die acht dagen oud was,  zoals God hem geboden had. 

Ook Johannes de Doper en Jezus werden besneden op de achtste dag:

Lu 1:59 En het gebeurde op de achtste dag dat zij kwamen om het kindje te besnijden; en zij noemden het naar de naam van zijn vader Zacharia. (TELOS)

Lu 2:21 En toen acht dagen waren vervuld om Hem te besnijden, ontving Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot was ontvangen. (TELOS)

Tot op de huidige dag is dit de praktijk in het Jodendom. Want of het nu sabbat is, of een Bijbelse feestdag (Jom-jov) of zelfs Grote Verzoendag (Jom-Hakkipoerim), de besnijdenis moet op de achtste dag na de geboorte plaatsvinden.

Wijsheid van de Schepper

Gebleken is dat de achtste dag medisch gezien zeer gunstig is voor de besnijdenis. Al uit de tachtiger jaren van de vorige eeuw is door wetenschappelijk onderzoek met betrekking tot de bloedstollingsfactor ontdekt dat acht dagen na een geboorte het bloed bij een baby snel stolt en de wond optimaal geneest. Ervoor en daarna is er geen enkele dag meer in iemands leven waarop dezelfde gunstige omstandigheden voor de  besnijdenisingreep aanwezig zijn. Alleen die achtste dag na de geboorte.

Alvorens kort op de medische factoren in te gaan mogen we hierin zien de wijsheid van God, onze Schepper, die alles zo heeft geschapen en ingericht. Want het gaat bij de besnijdenis er toch om dat het wondje zo snel mogelijk heelt en geneest. Dat heeft te maken met de bloedstollingsfactor. De bloedplaatjes trombocyten zorgen ervoor dat het bloed stolt en met name pro trombine, een eiwit dat de stolling van bloed, wanneer het bloed aan de lucht wordt blootgesteld, veroorzaakt. Ook vitamine K is zo’n factor dat samen met pro trombine zorgt voor een ingewikkeld proces dat wij kennen als 'het stollen van bloed'. Zonder die factoren zou iemand leeg kunnen bloeden omdat bij het krijgen of maken van een wond, het bloed uit de wond stroomt zonder dat het stolt. Daarom moeten die stollingsfactoren van een bepaald niveau zijn. Is dat niveau - als ziekte - te hoog, dan kan het bloed in het lichaam gaan klonteren en een bloedpropje kan dan voor ernstige hersenschade zorgen. Is het niveau te laag, dan kan inderdaad bij een bloeding het bloed niet stollen, zoals eerder al is geschreven

Een pasgeboren baby heeft nog geen pro trombine eiwit en vitamine K, dan wat resten die het van het moederlichaam heeft meegekregen. Het babylichaam is wel begonnen met de aanmaak van die onmisbare stoffen, maar de eerste dagen is dat gehalte nog minimaal. Echter, zo tegen de achtste dag stijgt het niveau van pro-trombine heel snel tot zelfs 110 % van het volwassenenniveau, om daarna weer terug te zakken. Pas daarna is de bloedstollingsfactor door het lichaam geregeld en blijft dit het gehele leven verder op het niveau van volwassenen.

Juist op de achtste dag na de geboorte werkt de bloedstolling sneller dan op elk ander moment in iemands leven, zodat die dag uitermate geschikt is om de besnijdenis uit te voeren. In de tijd van Abraham (die voor de opdracht om tot de besnijdenis over te gaan nog ‘Abram’ heette) was deze medische wetenschap uiteraard onbekend.

Soli Deo Gloria! God, de Schepper van al wat leeft, heeft dit zo in Zijn wijsheid besloten. En het feit dat andere volkeren of godsdiensten ook de besnijdenis bij mannen kennen, maar niet op de achtste dag, toont aan dat  de God van Israël de enig ware God is.

Daarmee is ook aangetoond dat de Schepper, de God van Abraham,. Izak en Jacob, de eigenlijke Auteur is van de Bijbel. Hij die alles geschapen heeft, heeft het zo beschikt de achtste dag na de geboorte de meest geschikte dag is om tot de besnijdenis over te gaan. Wanneer een baby vroegtijdig geboren is, zwak of ziek is, dan wordt de besnijdenis, de ‘Briet Mila’ , uitgesteld. Dat is dan ook de enige reden  om van de achtste dag af te wijken.

Bescherming

De besnijdenis biedt bescherming. Onder primitieve omstandigheden, waarbij mensen zich niet vaak wassen en zich niet regelmatig kunnen douchen of baden, is plek waar de voorhuid zich bevindt, een bron van infectie. Er kunnen zich daar grote aantallen bacteriën ontwikkelen en de kans op ontsteking doordat zandkorrels, of afval onder de voorhuid komen, is groot.

In de woestijn is dat al een reden voor de ingreep, maar medici hebben ontdekt dat besneden jongens veel minder kans hebben op peniskanker of aandoeningen van de urinewegen. De echtgenotes van besneden mannen hebben veel minder kans op baarmoederhalskanker. Zelfs is het zo dat bij mannen die als baby op de achtste dag besneden zijn, geen peniskanker voorkomt.

Baby’s hebben alleen  pijn en last op het moment van de besnijdenis en hebben hooguit twee dagen enige napijn, terwijl jongemannen en volwassenen ongeveer een week pijn en last hebben. Bovendien kunnen oudere jongens (moslimjongeren) soms een licht trauma van de besnijdenis overhouden, omdat de ingreep kan worden gezien als een aanval op hun lichaam.

Het is opvallend dat in de Bijbel al bijna 4000 jaar geleden zeer effectieve hygiënische maatregelen zijn voorgeschreven tot behoud van de gezondheid van het Joodse volk, terwijl bij andere volkeren de hygiënische omstandigheden bijzonder slecht waren. Tot ongeveer 150 jaar geleden waren echter in de Westerse landen deze omstandigheden niet veel beter. Behalve bij Joden die volgens de van God gegeven wetten leefden.

Naamgeving en symboliek

Op de dag dat een Israëlische jongetje besneden werd ontving hij ook zijn naam.

Lu 1:59 En het gebeurde op de achtste dag dat zij kwamen om het kindje te besnijden; en zij noemden het naar de naam van zijn vader Zacharia. (TELOS)

Lu 2:21 En toen acht dagen waren vervuld om Hem te besnijden, ontving Hij de naam Jezus, die door de engel was genoemd voordat Hij in de moederschoot was ontvangen. (TELOS)

In de Schrift staat acht symbolisch voor een nieuw begin. In de Tora (Lev. 9:1 en vv.) begon na 7 dagen van voorbereidingen op de 8ste dag de inwijdingsceremonieën van Aäron en zijn zonen en ook de ambtsaanvaarding van alle priesters en Levieten. Nadat alle voorgeschreven handelingen waren vervuld op die 8ste dag 'verscheen de heerlijkheid van de Heere aan heel het volk'. De vorm van het doopvont is in de meeste kerken achtkantig. Een gelovige in Christus is eveneens besneden, zij het in geestelijke zin.

Col 2:11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, (TELOS)

De besnijdenis van Christus is de kruisiging en kruisdood van Zijn lichaam van het vlees. De gelovige is met Christus gekruisigd. De oude mens, die leeft naar het vlees met zijn hartstochten en begeerten, heeft afgedaan.

Besnijdenis en gesnedenen

Er zijn enkele passages die met de besnijdenis verband houden of schijnen te houden. Ze worden hieronder besproken.

Matth. 19:12 'gesneden'

Mt 19:9 Ik zeg u echter, dat wie zijn vrouw verstoot, niet om hoererij, en met een andere trouwt, overspel pleegt; en wie met een verstoten vrouw trouwt, pleegt overspel. Mt 19:10 Zijn discipelen zeiden tot Hem: Als de zaak van de man met de vrouw zo staat, is het niet raadzaam te trouwen. Mt 19:11 Hij echter zei tot hen: Niet allen vatten dit woord, alleen zij aan wie het is gegeven; Mt 19:12 want er zijn gesnedenen die zo uit de moederschoot geboren zijn; en er zijn gesnedenen die door de mensen zijn gesneden; en er zijn gesnedenen die zichzelf hebben gesneden om het koninkrijk der hemelen. Wie het kan vatten, laat hij het vatten. (TELOS)

Wie zijn die gesnedenen? En wat is zichzelf snijden?

  1. Eerste verklaring: het lijkt het erg onwaarschijnlijk dat de Here Jezus het zou hebben over castratie. Hoe zou de Heer kunnen spreken over een zichzelf castreren ter wille van het "Koninkrijk der hemelen”? Dergelijke mannen mochten destijds niet in de tempel komen. De Here Jezus spreekt hier over de geestelijke toestand van de mens, over het besneden zijn van het hart. Vanuit die geestelijke toestand kan men al dan niet begrijpen (vatten) wat Hij zegt over het verschil tussen echtscheiding en overspel/hoererij. De uitleg is dan nader als volgt: a. Er zijn mensen die al vanaf hun geboorte de Here Jezus toebehoren. Of ze nu wel of niet trouwen, hun aandacht is in de eerste plaats op de Here Jezus gericht. b. Er zijn mensen die door de prediking van mensen zich gedrongen weten om niet te trouwen of te hertrouwen. c. Er zijn mensen die bewust tijdens hun leven een radicale bekering meemaken en zich helemaal aan hun Heer wijden en afzien van een huwelijk of een hertrouwen. Door het oog te houden op het Koninkrijk der hemelen krijgt men kracht ongetrouwd te blijven en leert men het onderscheid tussen seksueel verlangen (van het lichaam), verliefdheid (van de ziel) en liefde en Bijbelse verbondsluiting in een huwelijk (een zaak van de geest). Gods Woord geeft onderscheid tussen ziel en geest (Hebr.4:12). Deze tekst is alleen geestelijk te verstaan (1Kor.2:14), het vereist een geestelijke besnijdenis (Col.2:11), daarom zegt de Heer: Die het vatten kan, die vatte het.
  2. Tweede verklaring: Gesnedenen uit de moederschoot hebben vanwege een aangeboren gebrek of aanleg geen behoefte om te trouwen. Gesnedenen door de mensen zijn gecastreerden. En die zichzelf gesneden hebben om het koninkrijk der hemelen zijn zij die bewust afzien van het huwelijk terwille van Gods koninkrijk, mensen als de apostel Paulus. Deze vormen van gesneden zijn staan los van de fysieke of geestelijke besnijdenis.

Gal. 5:12 'afsnijden'

Ga 5:3 Nogmaals betuig ik aan ieder, die zich laat besnijden, dat hij verplicht is de gehele wet na te komen. Ga 5:4 Gij zijt los van Christus, als gij door de wet gerechtigheid verwacht; buiten de genade staat gij. (...) Ga 5:11 Maar ik, broeders, als ik nog de besnijdenis predik, waarom word ik dan nog vervolgd? Dan is immers het struikelblok van het kruis te niet gedaan. Ga 5:12 Och, lieten zij die u opstoken zich maar verminken! Ga 5:13 Want u bent geroepen om vrij te zijn, broeders; gebruikt echter de vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkaar door de liefde. (TELOS)

Ga 5:12 Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken! (SV)

Ga 5:12 Lieten zij die u opruien, zich maar afsnijden! (HSV)

Ga 5:12 Zij moesten zich maar laten snijden, die u verontrusten! (NBG51)

Er zijn twee verklaringen van dat 'afsnijden':

  1. Ontmannen. De voorstanders van de besnijdenis der gelovige heidenen moesten zichzelf maar ontmannen (castreren), dus nog verder gaan dan de besnijdenis, om des te groter gerechtigheid te verkrijgen, als de gerechtigheid afhankelijk is van het besneden zijn[5].

  2. Afsnijden van het volk. Een onbesnedene, een mannelijk persoon van wie de voorhuid niet verwijderd is, moest uit de gemeenschap gestoten worden, omdat hij het verbond verbroken had (Gen.17:14). Het Hebreeuws zegt dat de straf voor het niet besnijden van de nakomelingen van Abraham is: kareet, letterlijk betekent dit: snijden, en dat houdt in: afgesneden zijn van je volk. Een interessante woordspeling: als je je mannen niet besnijdt, zal je afgesneden worden van je volk. Juist door het wegsnijden van de voorhuid, voorkwam men dat men afgesneden werd van het volk Israël en het Verbond met God. Bij de Joden zal niet-besnijden ingehouden hebben dat ze afgesneden waren van hun volk. Het lijkt dat Paulus in Gal.5:12 gericht aan Joden inhaakt op deze woordspeling. Paulus keert het hier om door zich te laten besnijden worden ze juist afgesneden van de gemeente, en dat zegt hij met de woorden: "Och, of zij ook afgesneden werden, die u onrustig maken!" (ST.Vert.).

'Versnijdenis'

'Versnijdenis', een woorspeling op 'besnijdenis', is een uitdrukking van verachting voor hen die de besnijdenis van gelovig geworden heidenen prediken.

Zie Versnijdenis voor het hoofdartikel.

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 James E. Person, Circumcision then and now, in: Many Blaessings, vol. III, blz. 41-42. De auteur is deskundig inzake besnijdenis.
  2. In de Mishna Sabbat 19 wordt de volledige procedure beschreven: de milah, gevolgd door de periah en tenslotte de metzizah, het wegnemen van het uitgestroomde bloed.
  3. 3,0 3,1 Jay Michaelson, A modest proposal, Forward.com, 27 juni 2011. De auteur is een Amerikaanse jood.
  4. Peter Keay, Historical And Scriptural Evidence (Milah vs. Periah), i2Researchhub.org, 15 nov. 2010.
  5. Griechisch-Deutsch Strongs Lexikon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.