Bespotten

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bespotten is de spot drijven, beledigen met spot. Bespotten wijst aan dat de belediging met spottende woorden of gebaren gebeurt; men bespot dus iemand (of iets) door hem belachelijk te maken. De Heer Jezus werd meermalen bespot.

Verwante begrippen

Bespotten is in betekenis verwant met beledigen, beschimpen, honen, krenken, kwetsen, smaden, smalen en verguizen. Gemeenschappelijk is dat iemand iets wordt aangedaan in woord of daad, waarbij hij wellicht leed voelt en in zijn gevoel van eigenwaarde of eer wordt aangetast. Hij wordt op grievende wijze behandeld. Beledigen zegt dit in het algemeen, zonder dus nader aan te duiden, waarin de belediging bestaat, terwijl bespotten en de andere woorden de wijze, waarop de belediging plaats grijpt, nader omschrijven. Bij beschimpen en bespotten staat het denkbeeld van spot, bij honen dat van vernedering en schande op de voorgrond. Bij honen wordt de belediging door vernedering en schande aangedaan. Voorbeeldzin: "Met honend gelach werd de spreker, die in zijn rede bleef steken, begroet." Bij smaden staat het denkbeeld dat van verachting op de voorgrond: men denkt meer aan verachting. Voorbeeldzin: "Uit de smadelijke uitroepen van liet volk kon de minister duidelijk merken, dat hij zijn aanzien verloren had."

Al deze verschillende denkbeelden (spot, vernedering, schande, verachting) zijn in verguizen, dat verreweg het sterkst is, verenigd. Verguizen is de hoogste trap van smaden of honen. Voorbeeldzin: "Geen rechtgeaard vaderlander laat zijn geboortegrond verguizen."

Krenken, eigenlijk iets krank maken, duidt behalve de daad van benadelen, ook de aantasting van de eer aan, die het gevolg van de krenking is. "Krenken" duidt aan dat men iemand grieft, door hem in zijn eer of rechten aan te tasten. Voorbeeldzin: "Dat hij achteruitgezet werd, krenkte hem zóó, dat hij ontslag aanvroeg."

Kwetsen ziet meer op de belediging van het gevoel. Voorbeeldzin: "Dit schilderij plaat kwetst de goeden smaak."

Smalen kan men zowel op een voorwerp als op een persoon doen. Het betekent, (soms uit nijd) iemand of iets als gering of nietswaardig voorstellen, zich minachtend en geringschattend over iemand of iets uitlaten, door diens verdiensten of deugden met opzet te verkleinen; soms heeft het de bijgedachte, dat de werking uit nijd of afgunst geschiedt. Voorbeeldzin: "Hoezeer sommigen ook smaalden op het langzame voortrukken van ons leger, de uitkomst bewees dat de aanvoerder daarmee goed had gedaan."

Bespottingen van Jezus

Jezus Christus was meermalen een voorwerp van spot. Hij werd bespot in het huis van de hogepriester.

Lu 22:63  En de mannen die Jezus vasthielden, bespotten en sloegen Hem; (Telos)

Daarna werd hij bespot door de soldaten.

Mt 27:29  en na een kroon van dorens gevlochten te hebben zetten zij die op zijn hoofd, en een rietstok in zijn rechterhand; en zij vielen op hun knieen voor Hem en bespotten Hem aldus: Gegroet, koning der Joden! (Telos)

Zelfs toen hij aan het kruis hing en leed, werd hij bespot:

Lu 23:35  En het volk stond toe te zien. Ook de oversten beschimpten Hem en zeiden: Anderen heeft Hij verlost, laat Hij Zichzelf verlossen als Deze de Christus van God is, de Uitverkorene. Lu 23:36  Ook de soldaten nu bespotten Hem, terwijl zij naderbij kwamen en Hem zure wijn aanboden, Lu 23:37  en zeiden: Als U de koning der Joden bent, verlos Uzelf! (Telos)

Zie ook

Spot

Bronnen

Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen (1908) s.v. beleedigen — beschimpen — bespotten — hoonen — krenken — kwetsen — smaden — smalen — verguizen. Tekst hiervan is onder wijziging verwerkt op 16 aug. 2019.

Keur van Nederlandsche Synoniemen (1922) s.v. 188. Beleedigen — bespotten — hoonen — krenken — kwetsen — verguizen — smalen — smaden.