Bewaken

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bewaken is over een of meer mensen of zaken waken. Waken is eigenlijk (opzettelijk) wakker blijven, niet gaan slapen. Het waken over iemand of iets is in het bijzonder om voor iemand of iets zorg te dragen, op te passen, bijvoorbeeld om iemand of iets te beschermen, zijn veiligheid te verzekeren en te voorkomen dat aan de genoemde persoon of zaak schade geschiedt.

Wien God bewaakt, is wel bewaakt.

Behalve mensen kan men ook zaken bewaken, bijvoorbeeld in aanbouw zijnde huizen. Een erf kan laten bewaken door een hond. Op de intensive care van een ziekenhuis worden patiënten bewaakt: ze worden onder toezicht gehouden. Kosten van een project kunnen worden bewaakt, om te zorgen dat ze binnen het budget blijven en niet uit de hand lopen. Een gevangene bewaken is zorgen dat hij niet ontsnapt; op hem passen, zodat hij niet kan ontkomen. In figuurlijke zin kan men zijn woorden of tong bewaken: ervoor zorgen dat men niet iets ongewenst zegt.

Bewaak … uw lippen wel! Het schampre woord ontvliedt zóo snel! (Ter Haar, 1875)

De Heer Jezus Christus heeft de zijnen, die de Vader hem gegeven had, zijn apostelen, bewaakt, opdat zij niet verloren zouden gaan.

Joh 17:12 Toen Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam. Hen die U Mij hebt gegeven, heb Ik bewaakt en niemand van hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld werd. (TELOS)

Bron

Van Dale's Groot woordenboek der Nederlandse taal (13e uitgave), digitale versie 1.0 Plus, jaar 2000. S.v. Bewaken.

Woordenboek der Nederlandsche Taal, s.v. Bewaken.