Bijbelse geschiedenis

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bijbelse geschiedenis is de geschiedenis die ons in de Bijbel wordt verteld. Zij is openbaringsgeschiedenis, de geschiedenis van de zelfopenbaring van de drie-enige God. Hoewel zij uit vele geschiedenissen bestaat, is zij toch één, omdat deze allen organisch samen verbonden zijn door het éne openbaringsdoel dat zij beogen.

Synoniemen zijn: "gewijde geschiedenis", "heilige geschiedenis".

De grondslag van de Bijbelse Geschiedenis en van alle geschiedenissen vormt wat in Genesis 1-3 wordt verteld:

- De schepping van alle dingen en van de mens door God;

- De val van de mens, waardoor alle zonde en lijden in deze wereld wordt verklaard;

- De belofte van de verlossing, waarmee de geschiedenis aanvangt van Gods barmhartigheid en genade, die de hoofdinhoud vormt van heel de Bijbelse Geschiedenis en haar hoogtepunt bereikt in het kruis en de kroon van de beloofde en gekomen Verlosser, Jezus Christus, Gods Zoon, onze Heere.

Alleen in deze belofte moet het beginsel van de indeling van de Bijbelse Geschiedenis worden gezocht. Want het is de belofte, die zich in de gang van de heilige historie allengs ontplooit en door de profetie wordt verhelderd. Heel de geschiedenis werkt heen naar, en loopt uit op de komst van de beloofde Messias, waarmee het Oude Testament besluit en het Nieuwe Testament begint. Daaruit volgt dat de Bijbelse Geschiedenis in twee hoofddelen uiteen valt:

I  De Bijbelse geschiedenis van het Oude Testament, of de tijd der belofte;

II De Bijbelse geschiedenis van het Nieuwe Testament, of de tijd der vervulling.

Men kan de hoofdtijdperken van de bijbelse geschiedenis op 2 manieren berekenen: vanaf de schepping van de mens en van/tot de geboorte van Christus, de christelijke jaartelling.

De hoofdperioden volgens de tijdrekenkundige indeling van Westerbeke[1] zijn de volgende:

Jaar van de mens(Anno Homini) Vóór / na Christus Duur Periode
0-1650 A.H. 3974-2324 v.C. 1650 jaren Van de schepping tot de zondvloed
1651-2000 A.H. 2324 -1974 v.C. 350 jaren Na Zondvloed tot geboorte Abram
2001-2500 A.H. 1974 -1474 v.C. 500 jaren Van Abrams geboorte tot de Uittocht
2501-2980 A.H. 1473/4 - 993/4 v.C. 480 jaren Van Wetgeving tot 4e jaar van Salomo
2981-3366/7 A.H. 993/4 - 607 v.C. 390-3 à 4 j = 387/7 jaren Van Tempelbouw tot Ballingschap
3467-3437 A.H. 607 - 537 v.C. 70 jaren Van begin Ballingschap tot terugkeer Juda
3437-3517 A.H. 537 - 457 v.C. 80 jaren Vanaf bouw 2e Tempel tot komst Ezra
3517-4000 A.H. 457 v.C. - 26 na Chr. 483 jaren Van Ezra tot Johannes de Doper (Dan. 9:25)
4000 jaren Totaal
4000-4070 A.H. 27-97 na Chr. 70 jaren Van Johannes de Doper tot Openbaring van Joh.
4070 jaren Totaal

A.H. = Anno Homini = in het jaar van de mens (na de schepping van de mens).

Bronnen

In dit lemma is, onder toestemming, gebruikt gemaakt van tekst uit: C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis. Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009. Bewerking van de uitgave uit 1929, door J. Pluimers.

Voetnoot

  1. W. Westerbeke, De Heere regeert, de aarde verheuge zich; bijbelse chronologie van het oud en nieuw verbond. Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2003. E-document (pdf) op Theologienet.nl