Borgtocht

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Borgtocht kan betekenen: waarborgsom. Jason en andere broeders te Thessalonika betaalden een borgtocht om vrijgelaten te worden.

In Israël werd oudtijds deborgstelling met handslag beklonken.
Spr 6:1 Mijn zoon, als je borg staat voor je naaste, en je iets met handslag aan een vreemde bevestigt, (HSV)
In Spreuken wordt meer dan eens gewaarschuwd tegen borgstelling (Spr. 11:15; 17:18; 20:16; 22:26; 27:13), waardoor men afhankelijk wordt van degene voor wie men borg staat.

Paulus, Silas en Timotheüs waren onvindbaar in het huis van Jason, die hen had opgenomen. Op de betaling van een waarborgsom werden Jason en de overigen vrijgelaten.

Hnd 17:6 ... sleepten zij Jason en enige broeders voor de stadsbestuurders en riepen: Dezen, die het aardrijk in oproer brengen, zijn ook hier gekomen, Hnd 17:7 en Jason heeft hen opgenomen; en dezen handelden allen tegen de verordeningen van de keizer door te zeggen dat er een andere koning is: Jezus. Hnd 17:8 En zij brachten de menigte en de stadsbestuurders, die dit hoorden, in verwarring. Hnd 17:9 En toen zij van Jason en de overigen een borgtocht hadden ontvangen, lieten zij hen gaan. Hnd 17:10 De broeders nu zonden terstond ‘s nachts Paulus en Silas weg naar Berea, ... (TELOS)

Volgens het Romeinse recht verviel de waarborg, wanneer het vergrijp zich herhaalde. Maar tot zulk een herhaling zou het niet komen vanwege het vertrek van de apostelen.

Bron

Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht. Boekencentrum, 1987. Commentaar bij Hand. 17:9.