Brief aan de Efeziërs/Hoofdstuk 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 1 van het Bijbelboek Brief aan de Efeziërs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Ef. 1:1

Efe 1:1  Paulus, apostel van Christus Jezus door de wil van God, aan de heiligen en getrouwen in Christus Jezus die in Efeze zijn: (Telos)

Door de wil van God. Paulus' was zich zeer bewust dat zijn missie de wil van God was.

Getrouwen. Ook te vertalen als 'gelovigen', wat in de meeste Nederlandse vertalingen is gebeurd (Luther, SV, Canis, NBG51, WV78, WV95, NBV2004, HSV).

Ef. 1:3

Efe 1:3   Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in de hemelse gewesten in Christus, (Telos)

Vergelijk:

1Pe 1:3  Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus, die naar zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren doen worden tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, 1Pe 1:4  tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u, 1Pe 1:5  die in de kracht van God door het geloof bewaard wordt tot de behoudenis, die gereed is om in de laatste tijd geopenbaard te worden. (Telos)

Gezegend zij. Of 'geloofd zij'. Het Griekse bijvoeglijke naamwoord ευλογητος eulogetos, afgeleid van het werkwoord eulogeo, betekent: gezegend, geloofd, geprezen.

Gezegend heeft. Hier wordt het Griekse werkwoord ευλογεω, eulogeo, gebruikt, dat betekent 'loven, prijzen' of 'zegenen'. De zegen in Christus is ons verleend of toegezegd. Het volle genot van deze zegen ligt in het verschiet. Vér tevoren heeft Hij tot ons dat heilgenot bestemd, vergelijk het volgende vers, 'zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren vóór de grondlegging van de wereld'.

Zegening. Vertaling van het zelfstandig naamwoord ευλογια, eulogia, dat hier betekent: zegen, zegening.

In de hemelse gewesten. Er zijn aardse zegeningen, waarvoor we kunnen danken. De hemelse zegen gaat daar echter ver boven uit. Petrus spreekt van een 'onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkelijke erfenis, in de hemelen weggelegd voor u' (1 Petr. 1:4). Paulus spreekt van een 'uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid' (2 Cor. 4:17).

2Co 4:17  Want de kortstondige lichtheid van onze verdrukking bewerkt voor ons een uitermate uitnemend, eeuwig gewicht van heerlijkheid; (Telos)

In Christus. De genadegiften van God zijn in en door Christus ons geschonken. Het gaat niet buiten de Heiland om.

Ef. 1:4

Efe 1:4  zoals Hij ons in Hem heeft uitverkoren voor de grondlegging van de wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor Hem in de liefde, (Telos)

Uitverkoren. Wij, die in Jezus Christus geloven, zijn uitverkorenen. In Marcus 13 en Matth. 24, in zijn rede over de eindtijd, noemt de Heer Jezus de zijnen driemaal 'uitverkorenen'. Zie Uitverkiezing voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Ef. 1:5

Efe 1:5  terwijl Hij ons tevoren door Jezus Christus tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd heeft, naar het welbehagen van zijn wil, (Telos)

Door Jezus Christus. Niet 'in', maar 'door', in het Grieks 'dia', dat gezegd wordt van een middel of van een reden, oorzaak. Jezus is Gods zoon, en wij zullen om Hem en dankzij Hem en evenals Hij zonen van God zijn.

Ons ... tot het zoonschap voor Zichzelf bestemd heeft.

Ga 4:7  U bent dus niet meer slaaf, maar zoon; en bent u zoon, dan ook erfgenaam door God. (Telos)

Zijn wil. God heeft ons, zegt Paulus, de verborgenheid van Zijn wil bekend gemaakt (vers 9).

Zie ook:

Efe 1:9  daar Hij ons de verborgenheid van zijn wil bekend heeft gemaakt, naar zijn welbehagen, Efe 1:10  dat Hij Zich had voorgenomen in Zichzelf aangaande de bedeling van de volheid der tijden, om alles wat in de hemelen en wat op de aarde is onder een hoofd samen te brengen in Christus; (Telos)

Ef. 1:6

Efe 1:6  tot lof van de heerlijkheid van zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde, (Telos)

Tot lof van de heerlijkheid... Vergelijk:

Efe 1:12  opdat wij zouden zijn tot lof van zijn heerlijkheid, wij die vooraf in Christus hebben gehoopt; (Telos)

De heerlijkheid van zijn genade, zijn grote genade blijkt daaruit, dat hij vijandige zondaars, die zich hebben bekeerd en hebben geloofd in de Heer Jezus, heeft aangenomen tot zonen. Eens een vijand, nu een zoon! Wat genade! Zie de volgende verzen. In vers 7-8 is sprake van 'de rijkdom van zijn genade, waarmij Hij jegens ons overvloedig is geweest'.

Begenadigd heeft in de Geliefde. In zijn geliefde Zoon, onze Heiland. Merk op hoe alles in deze verzen verbonden is met de Heiland: in Christus zijn wij gezegend (vers 3), in Hem zijn wij uitverkoren (vers 4), door Jezus Christus zijn wij voor het zoonschap bestemd (vers 5).

Ef. 1:7

Efe 1:7  in Wie wij de verlossing hebben door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen, naar de rijkdom van zijn genade, (Telos)

Vergelijk:

Heb 9:22  En met bloed wordt bijna alles naar de wet gereinigd, en zonder bloedstorting is er geen vergeving. (Telos)

Rijkdom van zijn genade. Genade die vele zondaars, waaronder grote zondaars, en zeer vele overtredingen vergeeft. In vers 6 is sprake van 'de heerlijkheid van zijn genade'.

Ef. 1:11

Efe 1:11  in Hem, in Wie wij ook erfgenamen zijn geworden, waartoe wij tevoren bestemd waren naar het voornemen van Hem die alles werkt naar de raad van zijn wil, (Telos)

In Wie wij ook erfgenamen zijn geworden. Vergelijk:

Ga 4:7  U bent dus niet meer slaaf, maar zoon; en bent u zoon, dan ook erfgenaam door God. (Telos)

Mt 21:38  Toen de landlieden echter de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Deze is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden en zijn erfenis in bezit nemen. (Telos)

Wij tevoren bestemd. Wij zijn bestemd om zonen van God (vers 5) en in Christus erfgenamen te zijn.

Naar de raad van zijn wil. Gods wil is niet impulsief, maar gaat gepaard met raad, met 'alle wijsheid en inzicht' (vers 8).

Ef. 1:12

Efe 1:12  opdat wij zouden zijn tot lof van zijn heerlijkheid, wij die vooraf in Christus hebben gehoopt; (Telos)

Opdat wij zouden zijn tot lof van zijn heerlijkheid. God bewerkt niet zomaar iets, wat Hij bewerkt strekt Hem tot lof en eer. Wat Hij doet is heerlijk en lofwaardig. Dit gedeelte vanaf vers 3 begint met 'Gezegend (of geloofd) zij de God en Vader'.

Efe 1:6  tot lof van de heerlijkheid van zijn genade, waarmee Hij ons begenadigd heeft in de Geliefde, (Telos)

Wij die vooraf in Christus hebben gehoopt. God heeft vooraf bestemd, wij hebben vooraf gehoopt. Gods voornemen en ons hopen zullen vervuld worden.