Brief aan de Efeziërs/Hoofdstuk 5

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Bijbelboeken: GeExLeDeJozRiRu1Sa2Sa1Ko2Ko1Kr2KrEzrNeEstJobPsSpPrHglJesJerKlaEzeDaHosJoëAmObJonMiNaHabZefHagZaMalMtMrLkJhHnRm1Ko2KoGlEfFpCol1Th2Th1Tm2TmTitFmHbJk1Pe2Pe1Jh2Jh3JhJdOpb

Brief aan de Efeziërs:


Hoofdstuk 5 wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Samenvatting

De gelovigen hebben zich te hoeden voor allerlei zonden. Ze moeten wandelen als kinderen van het licht. (1-21). Plicht van vrouwen en van mannen in het huwelijk (22-33).

Ef. 5:1

Efe 5:1  Weest dan navolgers van God, als geliefde kinderen, (Telos)

In de dingen die zojuist genoemd zijn: goedertierenheid, welgezindheid, vergeven.

Efe 4:32  Maar weest jegens elkaar goedertieren, welgezind, elkaar vergevend, zoals ook God in Christus u vergeven heeft. (Telos)

Geliefde kinderen. Wij zijn door God geliefden.

Col 3:12 Doet dan aan als uitverkorenen van God, heiligen en geliefden: innige ontferming, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid, lankmoedigheid, (Telos)

Ef. 5:2

Efe 5:2  en wandelt in liefde, zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offerande en een slachtoffer voor God tot een welriekende reuk. (Telos)

Wandelt in liefde. De gelovigen hadden liefde tot alle heiligen (Ef. 1:15).

Efe 1:15  Daarom ook, daar ik gehoord heb van het geloof in de Heer Jezus dat onder u is, en van de liefde die u hebt tot alle heiligen, (Telos)

Ondanks dat is de vermaning nodig. Door onenigheid kan de liefde verkoelen. Als wij in de liefde geworteld en gegrond zijn (Ef. 3:17), kunnen we wandelen in liefde. Als we ons door God geliefd weten (vgl. Ef. 5:1) en door zijn Geest innerlijk gesterkt zijn, kunnen wij in naastenliefde onze weg gaan.

Efe 3:16  opdat Hij naar de rijkdom van zijn heerlijkheid u geeft door zijn Geest met kracht gesterkt te worden naar de innerlijke mens, Efe 3:17  zodat Christus door het geloof in uw harten woont, terwijl u in de liefde geworteld en gegrond bent;  Efe 3:18  opdat u ten volle in staat bent te begrijpen met alle heiligen, wat de breedte, lengte, hoogte en diepte is, Efe 3:19  en te kennen de liefde van Christus, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld wordt tot de hele volheid van God. (Telos)

Efe 4:2  terwijl u in alle nederigheid en zachtmoedigheid met lankmoedigheid elkaar in liefde verdraagt (Telos)

Efe 4:15  maar terwijl wij de waarheid vasthouden in liefde, in alles opgroeien tot Hem die het hoofd is, Christus, Efe 4:16  uit Wie het hele lichaam, samengevoegd en verbonden door elk gewricht dat de ondersteuning verleent naar de werking die elk deel is toegemeten, de groei van het lichaam bewerkt tot opbouwing van zichzelf in liefde.(Telos)

Voor andere verzen met 'liefde', zie Brief aan de Efeziërs/Onderwerpen.

Zoals ook Christus ons heeft liefgehad en Zichzelf voor ons heeft overgegeven. Zijn liefde tot ons bewoog hem ertoe Zichzelf voor ons over te geven.

Als een offerande en een slachtoffer. Zie offerande voor de betekenis van dit woord. Een slachtoffer is een bloedig offer.

Tot een welriekende reuk. Van het brandoffer staat geschreven:

Le 1:13 Doch het ingewand en de schenkelen zal men met water wassen; en de priester zal dat alles offeren en aansteken op het altaar; het is een brandoffer, een vuuroffer, tot een liefelijken reuk den HEERE. (SV)

Zie ook Reuk.

Ef. 5:3

Efe 5:3 Maar laat hoererij en alle onreinheid of hebzucht onder u zelfs niet genoemd worden, zoals het heiligen past, (Telos)

Hoererij ... onreinheid of hebzucht. Zie vers. 5.

Onder u zelfs niet genoemd worden. Vergelijk:

Efe 5:12  Want wat in het geheim door hen gedaan wordt, is zelfs schandelijk om te zeggen. (Telos)

Ef. 5:4

Efe 5:4  alsook oneerbaarheid, en zotte praat of lichtzinnige taal, die niet gepast zijn, maar veeleer dankzegging. (Telos)

Veeleer dankzegging. Vergelijk:

Efe 5:20  en dankt te allen tijde voor alles de God en Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus, (Telos)

Ef.5:5

Efe 5:5  Want dit weet en erkent u, dat geen hoereerder, onreine of hebzuchtige, dat is een afgodendienaar, erfdeel heeft in het koninkrijk van Christus en van God. (Telos)

Het koninkrijk van Christus en van God. Het koninkrijk van God is het koninkrijk van Christus, die het beeld is van de onzienlijke God.

Hebzuchtige, dat is een afgodendienaar. Zie vers 3.

Col 3:5 Doodt dan uw leden die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de hebzucht, die afgodendienst is, (Telos)

Mt 6:24  Niemand kan twee heren dienen, want hij zal of de een haten en de ander liefhebben, of zich aan de een hechten en de ander verachten. U kunt niet God dienen en Mammon. (Telos)

1Ti 6:6 Nu is de godsvrucht met tevredenheid inderdaad een grote winst;  1Ti 6:7  want wij hebben niets in de wereld ingebracht, omdat wij er ook niets uit kunnen wegdragen. 1Ti 6:8  Hebben wij echter voedsel en kleding, dan zullen wij daarmee tevreden zijn.  1Ti 6:9  Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in vele onverstandige en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang. 1Ti 6:10  Want de geldzucht is een wortel van alle kwaad. Door daarnaar te streven zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met vele smarten doorboord. 1Ti 6:11  Maar jij, mens Gods, ontvlucht deze dingen en jaag naar gerechtigheid, godsvrucht, geloof, liefde, volharding, zachtmoedigheid. (Telos)

Erfdeel heeft. De hebzuchtige, die aards goed najaagt, zal een eeuwig hemels goed missen.

Ef. 5:6

Efe 5:6  Laat niemand u bedriegen met zinloze woorden; want om deze dingen komt de toorn van God over de zonen van de ongehoorzaamheid. (Telos)

Laat niemand u bedriegen met zinloze woorden. De vrucht van het licht is, onder andere, waarheid (vers 9)

Om deze dingen. Hoererij, onreinheid en hebzucht (3, 5).

Ef. 5:7

Efe 5:7  Weest dus hun mededeelgenoten niet; (Telos)

Vergelijk:

Efe 5:11  En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis, maar stelt ze veeleer aan de kaak. (Telos)

Ef. 5:8

Efe 5:8  want vroeger was u duisternis, maar nu bent u licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht (Telos)

Vroeger was u duisternis.

Nu bent u licht in de Heer. De Heer is het waarachtige Licht. Hij licht over ons (vers 14). De maan is een licht dankzij de zon.

Ef. 5:9

Efe 5:9  (want de vrucht van het licht bestaat in alle goedheid en gerechtigheid en waarheid), (Telos)

De werking van de duisternis is, onder andere, bedrog met zinloze woorden (vers 6).

Ef. 5:10

Efe 5:10  terwijl u beproeft wat de Heer welbehaaglijk is. (Telos)

Vergelijk:

Efe 5:17  Weest daarom niet onverstandig, maar verstaat wat de wil van de Heer is. (Telos)

Ef. 5:11

Efe 5:11  En hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis, maar stelt ze veeleer aan de kaak. (Telos)

Hebt geen gemeenschap met de onvruchtbare werken van de duisternis. Vergelijk:

Efe 5:7  Weest dus hun mededeelgenoten niet; (Telos)

Ef. 5:13

Efe 5:13  Alle dingen echter, als zij door het licht aan de kaak gesteld zijn, worden openbaar; want het is het licht dat alles openbaar maakt. (Telos)

Denk aan wat er gebeurde met Ananias en Saffira (Hand. 5). Vergelijk:

1Co 14:24  Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of een onkundige binnen, dan wordt hij door allen overtuigd, door allen beoordeeld; 1Co 14:25  het verborgene van zijn hart wordt openbaar, en dus zal hij op zijn aangezicht neervallen en God aanbidden en verkondigen dat God werkelijk onder u is. (Telos)

Ef. 5:14

Efe 5:14  Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten. (Telos)

Zegt Hij. Of: 'wordt er gezegd'. Het is niet duidelijk wat de bron is van het citaat: een lied, een Schriftplaats, verschillende Schriftplaatsen waaraan woorden ontleend zijn, een door de Geest ingegeven woord door de mond van Paulus? De aantekening bij de Groot Nieuws vertaling leest er woorden van een lied in: 'dit lied is van onbekende herkomst, maar kan bij de doop gezongen zijn'.

Schriftplaatsen waaraan gedacht wordt:

Jes 60:1  Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op. (Telos)

Jes 9:2  (9-1) Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. (SV)

Jes 26:19  Uw doden zullen leven, [ook] mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn [als] een dauw der moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. (SV)

Ontwaak, u die slaapt.

Ro 13:11  En dit te meer omdat wij de tijd kennen, dat het uur voor u al daar is om uit de slaap te ontwaken; want de behoudenis is ons nu nader dan toen wij tot geloof kwamen. (Telos)

1Th 5:6  Laten wij dus niet slapen zoals de overigen, maar laten wij waken en nuchter zijn. (Telos)

De verloren zoon in Jezus' gelijkenis (Luk. 15) ontwaakte als het ware ook - en stond op om terug te gaan naar zijn vader.

Christus zal over u lichten. Zoals de zon, het 'grote licht', de maan verlicht en tot een licht stelt, tot het 'kleine licht' (Gen. 1).

Efe 5:8  want vroeger was u duisternis, maar nu bent u licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht (Telos)

Ef. 5:17

Efe 5:17  Weest daarom niet onverstandig, maar verstaat wat de wil van de Heer is. (Telos)

Vergelijk:

Efe 5:10  terwijl u beproeft wat de Heer welbehaaglijk is. (Telos)

Ef. 5:18

Efe 5:18  En wordt niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar wordt vervuld met de Geest, (Telos)

De wijn, onmatig gedronken, beïnvloedt onze gemoedsstemming, onze spraak en ons gedrag. We kunnen ons losbandig gaan gedragen. Beter kunnen we onder invloed van de Geest, die in ons woont, staan.

Wordt vervuld met de Geest. Voorbeelden van zulk een vervulling vinden we bij de zwangere Elizabeth, toen ze Maria ontmoette, en bij haar man Zacharias, toen zijn zoon Johannes geboren was en zijn spraakvermogen was hersteld; bij Jezus na zijn doop (Luk.4:1), bij Stefanus (Hand. 6:5; 7:55) en bij Barnabas (Hand. 11:24).

Ef. 5:19

Efe 5:19  en spreekt tot elkaar in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zingend en jubelend in uw hart tot de Heer, (Telos)

Zulke spraak staat tegenover 'zotte of lichtzinnige taal' (vers 4).

Col 3:16  Laat het woord van Christus rijkelijk in u wonen, terwijl u in alle wijsheid elkaar leert en terechtwijst met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen en in de genade zingt in uw harten voor God. (Telos)

Zingende christenen bij een kampvuur, in China (2005).

Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Het is niet duidelijk of en zo ja, waardoor zij onderling te onderscheiden zijn. De Griekse woorden zijn ψαλμοι, υμνοις en ωιδαις.

Sommigen zijn van mening, dat deze drie benamingen van een gelijke betekenis en dat de bijvoeging van 'geestelijke' alleen dient om ze te stellen alle onheilìge, ijdele en lichtzinnige gezangen. Zo zegt John Gill[1] dat met 'psalmen' de psalmen van David en andere psalmen uit het Oudtestamentische boek der Psalmen worden bedoeld. 'Lofzangen' verwijst naar door de Heilige Geest geïnspireerde gezangen tot lof van God. 'Lofzangen' is slechts een andere naam voor het boek der Psalmen, dat als titel evengoed 'boek der Lofzangen' kan dragen. De psalmen die de Heer Jezus met zijn discipelen zong na het avondmaal, wordt 'de lofzang' genoemd. De psalmen worden in het algemeen 'lofzangen' genoemd door Philo de Jood[2]; en 'liederen en lofzangen' door de Joodse geschiedschrijver Josephus[3]; en 'liederen en lofprijzingen' of ‘lofzangen' in de Talmoed[4]. En met 'geestelijke liederen’ worden dezelfde Psalmen van David, Asaf, enzovoort bedoeld. De titels van vele psalmen in het boek der Psalmen hebben 'een lied', soms 'een psalm, een lied', of 'een lied, een psalm'. De oudtestamentische psalmen zijn geschreven door geïnspireerde mannen. Ze worden "geestelijk" genoemd, omdat ze door de Geest van God zijn ingegeven en uit geestelijke onderwerpen bestaan ​​en gecomponeerd zijn voor geestelijke opbouw. Ze staan tegenover alle wereldse, losse en baldadige liederen. De drie woorden komen overeen met de verschillende titels van Davids psalmen. Aldus John Gill.

Hnd 16:25  Omstreeks middernacht echter baden Paulus en Silas en zongen Gods lof; en de gevangenen luisterden naar hen. (Telos)

Anderen maken er dit onderscheid tussen[5], dat door 'psalmen' wordt gedoeld op gezangen van allerlei inhoud, historische verhalen, klachten en gebeden‚ of nuttige onderwijzing; door 'lofzangen' op zulke gezangen alleen‚ welke de lof van God vervatten en de heerlijkheid van Zijn werken; en door 'geestelijke liederen'‚ zulken die wel tot verheerlijking van God strekken, doch die ook bij andere gelegenheden gezongen werden en die meer naar de maat gezongen werden, of geschikt waren om bij partijen gezongen te worden.

Eén derde verklaring[6] zegt dat 'psalmen' verwijst naar liederen uit het Oude Testament, 'lofzangen' naar hymnen, christelijke liederen, en 'geestelijke liederen' naar door de Geest geïnspireerde spontane liederen, maar "deze drie liedvormen mogen niet scherp onderscheiden worden"[6].

Een vierde verklaring[7] zegt dat 'psalmen' waarschijnlijk doelt op de psalmen van David; 'lofzangen' op spontane, geïmproviseerde zangen die, onder invloed van Gods Geest of uit een bijzonder besef van Gods goedheid, lof geven aan God; 'liederen' op voorbedachte regelmatige dichterlijke composities, die, in welke ze ook waren samengesteld, 'geestelijk' waren, geschikt om God te verheerlijken en mensen op te bouwen.

Ef. 5:20

Efe 5:20  en dankt te allen tijde voor alles de God en Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus, (Telos)

Dankt. Vergelijk:

Efe 5:4  alsook oneerbaarheid, en zotte praat of lichtzinnige taal, die niet gepast zijn, maar veeleer dankzegging. (Telos)

Ef. 5:21

Efe 5:21 en weest elkaar onderdanig in de vrees van Christus. (Telos)

Want Christus heeft ons aan elkaar als gaven gegeven. Hij werkt door ieder van ons.

In de vrees van Christus. Hem met ontzag voor ogen houdend.

Ef. 5:22-33 Het huwelijk

Regels voor gehuwde vrouwen en mannen. Opvallend is dat vier verzen aan de gehuwde vrouwen worden gericht (22-24, 33) en negen verzen aan de gehuwde mannen (25-33). De vrouwen wijst Paulus op (1) het hoofdschap van de man en (2) het voorbeeld van de Gemeente van Christus. De mannen wijst Paulus op (1) het voorbeeld van de Heer en zijn zorg voor de Gemeente en (2) de natuurlijk zelfliefde (28, 33), zelfzorg (29).

Ef. 5:22

Efe 5:22  Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, (Telos)

Zie vers 24. De reden van de onderdanigheid wordt in vers 23 gegeven. De onderdanigheid beruste innerlijk mede op ontzag voor haar man (vers 33).

Ef. 5:23

Efe 5:23  want de man is het hoofd van de vrouw, evenals ook Christus het hoofd is van de gemeente: Hij is de Behouder van het lichaam. (Telos)

Behouder van het lichaam. "Behouder" is de vertaling van het Griekse woord soter = heiland. "Onderhouder" is ook een passende vertaling. De gedachte in dit vers is dat Christus zijn lichaam behoudt, onderhoudt, weldoet. Gelet op het vervolg ('heiligen', 'reinigend', 'voeden', 'koesteren') betekent de Heer voor de Gemeente méér dan dat Hij haar Redder[8] is. Hetzelfde ruimere begrip van soter vinden wij in 1 Tim. 4:10, waar het woord is vertaald met 'Onderhouder'.

1Ti 4:10  want hiertoe arbeiden wij en strijden wij, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Onderhouder is van alle mensen, het meest van de gelovigen. (Telos)

De NBG51-vertaling drukt de gedachte goed uit:

Efe 5:23  want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. (NBG51)

Ef. 5:24

Efe 5:24  Maar zoals de gemeente aan Christus onderdanig is, zo ook de vrouwen aan hun mannen in alles. (Telos)

In alles. Stel dat de man vindt dat zijn vrouw zich onkuis kleedt (te korte rok, lage decolleté) en haar zegt zich kuiser te kleden. Zij kan dan niet zeggen: "ik ga over mijn eigen kleding. Daarover heb jij niets te zeggen". Ook in dit stuk heeft zij hem onderdanig te zijn. Zij moet echter weigeren als zij iets verkeerds, tegen de wil van God, zou moeten doen.

Ef. 5:25

Efe 5:25  Mannen, hebt uw vrouwen lief, evenals ook Christus de gemeente heeft liefgehad en Zichzelf voor haar heeft overgegeven, (Telos)

Het valt op dat de Heilige Geest, door Paulus de schrijver, nu meer woorden gaat spreken tot de man (verzen 25 - 33) dan Hij tot de vrouw (verzen 22 - 24, 31) gesproken heeft.

Evenals ook Christus ... Die de Behouder en Onderhouder van Zijn lichaam is (vers 23). De mannen worden twee voorbeelden gegeven: Christus en de natuurlijke zorg voor hun eigen lichamen (vers 28).

Zichzelf voor haar heeft overgegeven. Waartoe? Zie volgende vers.

Ef. 5:26

Efe 5:26  opdat Hij haar zou heiligen, haar reinigend door de wassing met water door het woord, (Telos)

Heiligen. Heilig maken, zoals God heilig is. Dat is begonnen met de verlossing van de zonden.

Reinigend. Van vlekken (27).

Door het woord. Het woord van God heeft, zoals water, een reinigende werking.

Ef. 5:27

Efe 5:27  opdat Hij de gemeente voor Zich zou stellen, heerlijk, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, maar opdat zij heilig en onberispelijk zou zijn. (Telos)

Rimpel. Teken van veroudering. De 'oude mens' is voorbij.

2Co 4:16  Daarom verliezen wij de moed niet, maar al vervalt ook onze uiterlijke mens, nochtans wordt de innerlijke van dag tot dag vernieuwd. (Telos)

Col 3:10  en de nieuwe aangedaan hebt, die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper, (Telos)

Ps 103:5  die uw ziel verzadigt met het goede, zodat uw jeugd zich vernieuwt als die van een arend. (NBG51)

Ef. 5:28

Efe 5:28  Zo behoren ook de mannen hun eigen vrouwen lief te hebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. (Telos)

Als hun eigen lichamen. De mannen worden twee voorbeelden gegeven: Christus (vers 25) en en hun eigen hoofd, de natuurlijke zorg voor hun eigen lichamen (zie ook vers 29).

Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief. Dat is een extra reden voor de man: het is in zijn eigen belang om zijn vrouw lief te hebben, haar belangen te behartigen. Door voor haar te zorgen, zorgt hij voor zichzelf, doordat zij dankzij zijn zorg in staat is en gemotiveerd wordt hem voor hem te zorgen. Een man is in het huwelijk één vlees, één lichaam met zijn vrouw (vs. 29v). Wie als hoofd zijn eigen lichaam verwaarloost of slecht behandelt, krijgt een hoofdpijndossier. Wie echter goed doet, goed ontmoet.

Ef. 5:29

Efe 5:29  Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, evenals ook Christus de gemeente. (Telos)

Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat. Zelfs zij die zichzelf te veel dik vinden, of die anorexia hebben, of die zichzelf snijden (zelfverminking, automutilatie), haten hun vlees niet, daar zij het blijven voeden en koesteren (29) en reinigen (26). En wie zijn figuur haat om de misvorming of het overgewicht, haat niet zijn vlees maar de vorm of het aanzien ervan.

Evenals ook Christus de gemeente. Want met haar vormt hij één lichaam.

Ef. 5:30

Efe 5:30  Want wij zijn leden van zijn lichaam, <van zijn vlees en van zijn gebeente>. (Telos)

<Van zijn vlees en van zijn gebeente>. Deze woorden, door de vertalers tussen hoekhaken geplaatst, komen niet voor in sommige oude handschriften.

Ge 2:23  Toen zei Adam: Deze is ditmaal been van mijn beenderen, en vlees van mijn vlees! Deze zal mannin genoemd worden, want uit de man is zij genomen. (HSV)

Eva (Mannin) was geformeerd uit de man Adam en van dezelfde samenstelling. Zij was uit hem en één met hem. Zo is ook de gemeente uit Christus, de laatste Adam, voortgekomen en één lichaam met Hem.

Ef. 5:31

Efe 5:31  ‘Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn’. (Telos)

Tot één vlees zijn. Eén lichaam vormen, waarin de man het hoofd is (vers 23).

Ef. 5:32

Efe 5:32  Deze verborgenheid is groot, maar ik doel op Christus en op de gemeente. (Telos)

De verhouding van Christus en de gemeente wordt door het eerste mensenpaar voorafgebeeld. Dat man en vrouw, Christus en de Gemeente, één lichaam vormen heeft Paulus gemerkt, toen hij het lichaam van Christus vervolgde en met het Hoofd Zelf te maken kreeg.

Hnd 26:14  En toen wij allen op de grond vielen, hoorde ik een stem tot mij zeggen in de Hebreeuwse taal: Saul, Saul, waarom vervolg je Mij? ... (Telos)

Ef. 5:33

Efe 5:33  In elk geval, ook u, laat ieder van u zijn eigen vrouw zo liefhebben als zichzelf; en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man. (Telos)

Liefhebben als zichzelf. Als zijn eigen lichaam (28-29).

De vrouw moet ontzag hebben voor haar man. Die haar hoofd en het beeld van Christus is (verzen 22-23). Het gebruikte Griekse werkwoord is φοβεω, phobeo, dat betekent: 1) bevreesd of verschrikt worden, vrezen, schrikken, 2) vrezen, in de betekenis van ontzag hebben. De laatste betekenis is onder andere te vinden in Ef. 5:33 en Marc. 6:20.

Mr 6:20  want Herodes was bevreesd voor Johannes, omdat hij wist dat deze een rechtvaardig en heilig man was, en hij beschermde hem; en als hij hem aangehoord had, ondernam hij vele dingen, en hij luisterde graag naar hem. (HSV)

In een andere vertaling:

Mr 6:20  want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. (NBV2004)

"Moet ontzag hebben voor" in Ef. 5:33 hebben de vertalingen van Telos, HSV, WV95, NBV2004; de Canisius-vertaling heeft "moet eerbied hebben voor"; de Naardense vertaling heeft "opdat de vrouw de man kan eerbiedigen"; de Statenvertaling en de Voorhoeve1877-vertaling hebben "dat zij den man vreze"; de Leidse vertaling heeft "moet haar man vrezen"; de vertaling van Jonge zegt "dat zij haar man vreze". De Vulgaatverlating heeft "diligat uxor autem ut timeat virum" = "laat de vrouw haar man respecteren" of "laat de vrouw haar man vrezen". De King James vertaling: "that she reverence [her] husband." Reverence = eerbiedigt.

Voetnoten

  1. John Gill's Expositor
  2. De Mutat. Nomin. p. 1062. & alibi. Deze plaats wordt genoemd door John Gill's Expositor.
  3. Joodse oudheden, l. 7. c. 12. sect. 3. Naar deze plaats verwijst John Gill's Expositor
  4. T. Bab. Sanhedrin, fol. 94. 1. Hiernaar verwijst John Gill's Expositor
  5. Aldus een commentaar in Patrik, Polus en Wels, de Verklaring van de Geheele Heilige Schrift, door eenigen van de voornaamste Engelsche Godgeleerden (18e eeuw).
  6. 6,0 6,1 Dr. ir. J. de Graaf e.a. (red.), Tekst voor Tekst; de Heilige Schrift kort verklaard en toegelicht (Boekencentrum, 1987), commentaar bij Ef. 5:19.
  7. Adam Clarke's Commentary
  8. De Leidse vertaling en de Naardense vertaling hebben 'redder van het lichaam'.