Danken

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken
Danken voor de maaltijd

Danken is dank betuigen: het betuigen van een goede gezindheid jegens iemand vanwege een geschenk, bewezen dienst enz.[1]

Dank is de aanwezigheid en/of de betuiging van die gezindheid. Het hebben van dank is niet hetzelfde als het betuigen van dank. Men kan dank in zijn hart hebben jegens een overledene. 'Danken' kan ook in ironische zin gebezigd worden: 'dat heb ik aan hem te danken', dat is te wijten. Een dankgebed is een gebed waarin dank jegens God uitgesproken wordt.

Wij mensen, zondaars van huis uit, schieten te kort in dankbaarheid tegenover onze Schepper.

Ro 1:21 omdat zij, hoewel zij God kennen, Hem als God niet verheerlijkt of gedankt hebben, maar in hun overleggingen zijn zij tot dwaasheid vervallen en hun onverstandig hart is verduisterd geworden. (TELOS)

De Heer Jezus dankte in geloof voor het weinige brood dat er was en waarmee hij een menigte ging voeden.

Mr 8:6 En Hij beval de menigte te gaan zitten op de grond. En Hij nam de zeven broden, en nadat Hij had gedankt, brak Hij ze en gaf ze aan zijn discipelen, opdat zij ze zouden voorzetten; en zij zetten ze de menigte voor. (TELOS)

Joh 6:11 Jezus dan nam de broden, en toen Hij gedankt had, verdeelde Hij ze onder hen die daar zaten; op gelijke wijze ook van de vissen, zoveel zij wilden. (...) Joh 6:23 maar er kwamen andere scheepjes van Tiberias dicht bij de plaats waar zij het brood gegeten hadden, nadat de Heer had gedankt. (TELOS)

De Heer Jezus dankte voor het brood en het beker van het avondmaal dat hij instelde:

Mt 26:27 En Hij nam de drinkbeker, en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die en zei: Drinkt allen daaruit. (TELOS)

Mr 14:23 En Hij nam een drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die en zij dronken allen daaruit. (TELOS)

Lu 22:19 En Hij nam brood en nadat Hij had gedankt, brak Hij het en gaf het hun en zei: Dit is mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt; doet dit tot mijn gedachtenis. (TELOS)

1Co 11:24 en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor u is; doet dit tot mijn gedachtenis’. (TELOS)

Een Samaritaan, die door Jezus van melaatsheid genezen was, keerde, nadat hij onderweg naar de priesters gereinigd was, terug om Jezus te danken:

Lu 17:16 En hij viel op zijn gezicht aan zijn voeten en dankte Hem; en deze was een Samaritaan. (TELOS)

De apostel Paulus dankte voor gelovigen in zijn gebeden.

Efe 1:16 houd ik niet op voor u te danken, terwijl ik u gedenk in mijn gebeden, (TELOS)

Col 1:3 Wij danken de God en Vader van onze Heer Jezus Christus altijd, als wij voor u bidden, (TELOS)

1Th 1:2 Wij danken God altijd voor u allen, terwijl wij u gedenken in onze gebeden, (TELOS)

Hij geeft de gelovigen in Thessalonica te kennen welke reden hij had om God te danken:

1Th 2:13 En daarom ook danken wij God onophoudelijk, dat u, toen u van ons het woord van de prediking van God hebt ontvangen, het hebt aangenomen niet als een woord van mensen, maar, zoals het waarlijk is, als Gods woord, dat ook werkt in u die gelooft. (TELOS)

2Th 1:3 Wij behoren God altijd te danken voor u, broeders, zoals het betaamt, omdat uw geloof zich zeer vermeerdert en de liefde van ieder van u allen tot elkaar toeneemt, (TELOS)

De vierentwintig oudsten, de hemelse hofraad, zullen God danken wanneer Hij Zijn koningschap aanvaardt.

Opb 11:16 En de vierentwintig oudsten die voor God zitten op hun tronen, vielen op hun gezichten en aanbaden God Opb 11:17 en zeiden: Wij danken U, Heer, God de Almachtige, die is en die was, dat U uw grote kracht hebt aangenomen en uw koningschap hebt aanvaard. (TELOS)

Muziekvideo 'Thank You' (Dank U)

Thank You (Dank U[2])

1. So many times,
  Zo veel keer
You reached out to me,
  Heeft U zich naar mij uitgestrekt
But I turned my back
  Maar ik keerde U mijn rug toe
’cause I didn’t think you had what I need.
  omdat ik niet dacht dat u iets had wat ik nodig had.
Now you’re everything,
  Nu bent U alles
You’re everything to me.
  U bent alles voor mij.
And I can’t be without you God,
  En ik kan niet zonder U, God,
You’re everything.
  U bent alles.

Refrein:
And I want to say thank you,
  En ik wil zeggen: dank U,
I was lost and you found me,
  Ik was verloren en U vond mij,
I was dead inside,
  Ik was dood van binnen,
And you breathed into me,
  En U blies uw adem in mij,
And you brought these bones to life.
  En U bracht deze beenderen tot leven.[3]
I want to say thank you,
  Ik wil zeggen: dank U,
Thank you for saving me.
  Dank U dat u mij heeft gered.
Thank you for loving me unconditionally, God.
  Dank U dat U onvoorwaardelijk van me houdt, God.

2. You stood with open arms,
  U stond met open armen,
But I ran away.
  Maar ik rende weg.
‘Cause I was scared of the pain that came with trust.
  Want ik was bang voor de pijn die met vertrouwen kwam.
But I came running back,
  Maar ik kwam terug rennen,
Into your embrace,
  In Uw omarming,

Because I knew you’d still be there,
  Omdat ik wist dat U er nog steeds zou zijn,
You’d never leave me God.
  U zou me nooit verlaten, God.

Refrein

I don’t deserve you, you, God (2x)
  Ik verdien U niet, U, God (2x)
But you keep on loving me anyway.
  Maar U blijft toch van mij houden.
Oh, You’d never stop loving me, God.
  O, U zou nooit ophouden om mij lief te hebben, God.

Refrein

Oh, thank you.
  O, dank U.

NCCC © 2014 Jesus Fellowship Songs / CopyCare Ltd.


Thank You. Gepubliceerd 14 april 2015 door Jesus Fellowship Church op Youtube.com

Voetnoten

  1. VanDale.nl, s.v. Dank, danken. Geraadpleegd 7 okt. 2018.
  2. De Engelse liedtekst is met toestemming geplaatst. Toestemming is op 8 okt. ontvangen. "Sure, we'd be very happy for you to include the lyrics on that page. Please include the song copyright and attribution as it is on YouTube." Nederlandse vertaling door Kees Langeveld, 7 okt. 2018.
  3. Vergelijk Eze 37:4 Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen en zeg tot hen: gij dorre beenderen, hoort het woord des HEREN. Eze 37:5 Zo spreekt de Here HERE tot deze beenderen: Zie, Ik breng geest in u, en gij zult herleven; Eze 37:6 Ik zal spieren op u leggen, vlees op u doen komen, u met een huid overtrekken en geest in u brengen, zodat gij herleeft; en gij zult weten, dat Ik de HERE ben. (NBG51)