Debora (voedster)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Debora was de voedster in dienst van Rebekka. De naam betekent ‘honigbij’, ‘bij’. Debora reisde met Rebekka mee naar haar nieuwe vaderland Kanaän.

Ge 24:59 Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen. (SV)

Later sloot Debora zich bij Rebekka’s zoon Jacob aan. Zij stierf nabij Bethel, en werd door Jakob begraven onder een eik die hij noemde ‘Allon Bachuth’ (= ‘treureik’, ‘klaageik’, ‘eik van het geween’ (Gen 35:8), omdat zij Debora daar beklaagd en beweend hebben.

Ge 35:8 En Debora, de voedster van Rebekka, stierf, en zij werd begraven onder aan Beth-el; onder dien eik, welks naam hij noemde Allon-bachuth. (SV)

De voedster Debora moet onderscheiden worden van de richteres Debora.