Duivel

Uit Christipedia
Ga naar: navigatie, zoeken

Duivel (Eng. devil, Fr. diable, Du. Teufel ) is een aanduiding van de satan als de aanklager, verzoeker en verleider van mensen. Hij is het die de mensen verzoekt, misleidt en hen bij God aanklaagt (Mt 4:1-11). Als verzoeker en misleider trad hij op tegenover onze oermoeder Eva, die hem gehoor gaf en zondigde en haar man in de zondeval meetrok. De Heer Jezus Christus, zelf in het begin van Zijn openbare dienst verzocht door de duivel, heeft hem overwonnen. Hij verlost mensen uit de greep van de duivel.

Het woord 'duivel' komt vooral in het Nieuwe Testament voor, de eerste maal in het volgende vers:
Mattheüs 4:1 Toen werd Jezus naar de woestijn omhooggeleid door de Geest om verzocht te worden door de duivel. (TELOS)
Het Griekse woord voor duivel is diabolos. Dit woord treedt als zelfstandig naamwoord en als bijvoeglijk naamwoord op. Als bijvoeglijk naamwoord betekent 'diabolos' 'kwaadsprekend', 'lasterend' (1 Tim. 3:11; 2 Tim. 3:3; Tit. 2:3). Voorbeeld:
1 Timotheüs 3:11 Hun vrouwen moeten eveneens eerbaar zijn, niet kwaadsprekend, nuchter, in alles trouw. (TELOS)
Als zelfstandig naamwoord betekent het: 'duivel', een wezen dat aanklaagt, valse beschuldigingen opwerpt, lastert. De duivel verdient gestraft te worden om zijn lastering.
Judas 1:9 De aartsengel Michael echter durfde, toen hij met de duivel redeneerde en redetwistte over het lichaam van Mozes, geen oordeel van lastering tegen hem uitbrengen, maar zei: Moge de Heer u bestraffen! (TELOS)
Een demon (Grieks daimonion) is een boze geest. In sommige vertalingen wordt zowel 'diabolos' als 'daimonion' vertaald door 'duivel'. Boze geesten heten dan duivels of duivelen. Duivel en satan zijn benamingen van hetzelfde boze wezen (Opb. 12:9; 20:2).
Openbaring 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen. (TELOS)
De duivel is als goede engel geschapen. Hij werd geschapen vóór de aarde. Hij was bijzonder heerlijk onder de engelen. Hij werd echter hoogmoedig, ongerechtig. Hij verviel tot zonde. Een deel van engelen koos de kant van deze eerst gevallen engel. De duivel zondigt van het begin af.
1 Johannes 3:8 Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel zou verbreken. (TELOS)
Wanneer zondigde duivel het eerst? Daarover bestaat geen eenstemmigheid onder rechtzinnige Schriftgeleerden. Eén opvatting is dat de duivel viel vóórdat de aarde geschapen was. Sommigen zien in de oorspronkelijke woestheid en ledigheid van de aarde een gevolg van de zondeval van satan en/of een gevolg nederwerping van de duivel op de aarde. Een andere opvatting is dat de satan nog niet gevallen was toen de hof van Eden door God geplant was. Toen hij Eva verleidde, was hij intussen al gevallen. Leugenaar. Vals beschuldigen, lasteren sluit leugen in. De duivel is een leugenaar en de vader ervan.
Johannes 8:44 U bent uit uw vader, de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af en staat niet in de waarheid, omdat geen waarheid in hem is. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij uit het zijne, omdat hij een leugenaar is en de vader ervan. (TELOS)
Listig. De duivel is een listig wezen. Paulus waarschuwt tegen 'de listen van de duivel' (Ef. 6:11) en 'de strik van de duivel' (1 Tim. 3:7; 2 Tim. 2:26). Welke listen hij zoal toepast, zien we in de geschiedenis van de zondeval van de mens. Hij gebruikt de vrouw om beide vrouw en man tot zonde te verleiden, benadrukt het negatieve, spreekt Gods woord tegen, suggereert dat God kennis wil onthouden en stelt een verkeerde weg voor.
Ge 3:1 De slang nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? Ge 3:2 En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, Ge 3:3 maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. Ge 3:4 Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Ge 3:5 Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en [dat] u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. Ge 3:6  En de vrouw zag dat die boom goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook [wat] aan haar man, die bij haar was, en hij at [ervan].  (HSV)
Wereldheerser. Door de zondeval van de mens kwam deze in de macht van de duivel. De duivel kreeg (beperkte) heerschappij over de wereld der mensen. Hij zegt dat alle koninkrijken der wereld hem overgegeven zijn (Matth. 4, Luk. 4). Uiteraard staat Gods heerschappij daarboven en heeft Hij het opperste bestuur, maar de duivel heeft bewegingsruimte gekregen om de hele wereld te misleiden en de mensen te verblinden en in zijn macht te houden. Misleider. De duivel misleidt de naties (Opb. 20:3). In het duizendjarig rijk zal hij echter gevangen zitten en de naties niet kunnen misleiden.
Openbaring 20:3 en hij wierp hem in de afgrond en sloot en verzegelde die boven hem, opdat hij de naties niet meer zou misleiden voordat de duizend jaren voleindigd waren; daarna moet hij een korte tijd worden losgelaten. (TELOS)
Nadat hij is losgelaten, zal hij de naties opnieuw misleiden en tot oorlogvoering bewegen. Daarna zal hij in de hel worden geworpen.
Openbaring 20:7 En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, Openbaring 20:8 en hij zal uitgaan om de naties te misleiden die aan de vier hoeken van de aarde zijn, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand van de zee. Openbaring 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)
Macht over de dood. De duivel had de macht over de dood. Door de dood heeft Jezus hem tenietgedaan:
Hebreeën 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, (TELOS)
Kinderen van de duivel. De duivel zaait onkruid tussen de tarwe. Het onkruid zijn zonen van de boze (Matth. 13:39). Wie de zonde doet, is uit de duivel (1 Joh. 3:8). De kinderen van de duivel zijn anders dan de kinderen van God.
1 Johannes 3:10 Hierin zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel openbaar: ieder die de gerechtigheid niet doet, is niet uit God, en wie zijn broeder niet liefheeft. (TELOS)
Judas Iskariot. Zo'n duivelskind was Judas Iskariot, één van de twaalf metgezellen van de Heer Jezus. Judas was een dief en zou Jezus verraden en overleveren. De Heer Jezus noemt hem een 'duivel'.
Johannes 6:70 Jezus antwoordde hun: Heb Ik niet u, de twaalf uitverkoren? En een van u is een duivel. (TELOS)
De duivel gaf Judas in het hart om Jezus over te leveren:
Johannes 13:2 En tijdens de maaltijd, toen de duivel Judas Iskariot, de zoon van Simon, al in het hart gegeven had Hem over te leveren, (TELOS)
Elymas, een tovenaar en tegenstander van Paulus en diens evangelie, wordt door de apostel genoemd 'zoon van de duivel':
Handelingen 13:10 O jij, vol van alle bedrog en alle schurkerij, zoon van de duivel, vijand van alle gerechtigheid, zul je niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien? (TELOS)
De duivel kan mensen overweldigen (Hand. 10:38). Hij kan hen gevangen houden en zijn wil laten doen (2 Tim. 2:26).
2 Timotheüs 2:24 een slaaf van de Heer moet echter niet twisten, maar vriendelijk zijn voor allen, geschikt om te leren, verdraagzaam, 2 Timotheüs 2:25 de tegenstanders met zachtmoedigheid terechtwijzend; misschien geeft God hun bekering om de waarheid te erkennen 2 Timotheüs 2:26 en weer ontnuchterd te worden uit de strik van de duivel door wie zij gevangen zijn, om zijn wil te doen. (TELOS)
De duivel kan mensen gebruiken om gelovigen in de gevangenis te werpen:
Openbaring 2:10 Vrees niets van wat u zult lijden. Zie, de duivel zal sommigen van u in de gevangenis werpen, opdat u op de proef gesteld wordt, en u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven. (TELOS)
Na zijn doop in de Jordaan werd de Heer Jezus door de duivel verzocht in de woestijn (Luc. 4:2). Drie verzoekingen worden vermeld. De duivel wil hem tot zonde verleiden, maar de Heer houdt stand en antwoordt hem met Gods woord. De Heer Jezus is gekomen om de werken van duivel te verbreken.
1 Johannes 3:8 Wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van het begin af. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken van de duivel zou verbreken. (TELOS)
De Heiland maakte mensen gezond die door de duivel waren overweldigd.
Handelingen 10:38 met Jezus van Nazareth, hoe God Hem heeft gezalfd met de Heilige Geest en met kracht. Hij is het land doorgegaan, terwijl Hij goeddeed en allen gezond maakte die door de duivel waren overweldigd, want God was met Hem. (TELOS)
Door de dood heeft de Heer de duivel te niet gedaan, die de macht over de dood had.
Hebreeën 2:14 Daar nu de kinderen aan bloed en vlees deel hebben, heeft ook Hij op gelijke wijze daaraan deelgenomen, opdat Hij door de dood te niet zou doen hem die de macht over de dood had, dat is de duivel, (TELOS)
De duivel is nog niet gevangen, hij gaat nog rond als een roofzuchtig wezen.
1 Petrus 5:8 Weest nuchter, waakt; uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek wie hij zou kunnen verslinden. (TELOS)
Gelovigen worden vermaand nuchter te zijn, te waken (1 Petr. 5:8), de geestelijke wapenrusting aan te doen (Ef. 6:11) de duivel te weerstaan (Jac. 4:7) en hem geen plaats te geven (Ef. 4:27). Daarvoor is het nodig enige kennis omtrent deze vijand te hebben.
Efeziërs 6:11 Doet de hele wapenrusting van God aan, om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. (TELOS)
Jakobus 4:7 Onderwerpt u dan aan God. Weerstaat echter de duivel en hij zal van u vluchten. (TELOS)
Efe 4:26 Wordt toornig, en zondigt niet; laat de zon over uw toorn niet ondergaan;  Efe 4:27 en geeft de duivel geen plaats. (TELOS)
In de toekomstige rampspoed zal de duivel uit de hemel op de aarde worden geworpen.
Openbaring 12:12 Daarom weest vrolijk, hemelen en die daarin woont. Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u neergekomen met grote grimmigheid, daar hij weet dat hij weinig tijd heeft. (TELOS)
Gedurende het duizendjarig vrederijk zal de duivel gebonden zijn:
Openbaring 20:2 En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan, en bond hem duizend jaren; (TELOS)
Voor de duivel en zijn engelen is als straf het eeuwige vuur bereid.
Mattheüs 25:41 Dan zal Hij ook zeggen tot hen die aan zijn linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwige vuur dat voor de duivel en zijn engelen is bereid; (TELOS)
Openbaring 20:10 En de duivel die hen misleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel waar zowel het beest als de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden tot in alle eeuwigheid. (TELOS)

Ongeloof aan de duivel

Helaas geloven niet alle christenen aan het bestaan van de duivel. De helft van de Amerikaanse christenen gelooft niet aan het bestaan van de duivel (2009). Ontkenning van een gevaar maakt de mens echter kwetsbaarder.

Meer informatie

Zie artikel Satan.