Eglon

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Eglon is in de Bijbel de naam van een Moabitische koning (Richt. 3), die Israël 18 jaren onderdrukte en daarna door Ehud werd gedood, en van een Kanaänitische koningsstad.

De naam betekent "als een kalf"[1]. De naam heeft iets met 'kalf' en met 'rond' te maken, gezien de betekenis van de Hebreeuwse woorden waarmee deze naam verbonden is. De plaats- en eigennaam komt 13x in de Bijbel voor. Het Strongnummer is 05700.

Koning Eglon van Moab

De moord op koning Eglon, Speculum Humanae Salvationis, 1360.

Eglon was een koning der Moabieten, 'een zeer vet man' (Richt. 3:17). God sterkte hem om Israël te tuchtigen, die kwaad deed in Zijn ogen. Geholpen door Ammon (een volk dat eveneens afstamde van Lot, Gen. 19) en Amalek stak Eglon met zijn leger de Jordaan over, versloeg Israël en veroverde Jericho de palmstad, de stad die als eerste door Israël was ingenomen na de oversteek over de Jordaan. Hij maakte Israël schatplichtig en onderdrukte het volk achttien jaren lang.

De linkshandige Ehud, door God tot verlosser van Israël verwekt, maakte aan Eglons leven en aan de dienstbaarheid van Israël een einde, door de Moabiet eigenhandig te doden. Aan het hoofd van een gezantschap bracht hij Eglon een geschenk. Daarna, toen de andere gezanten vertrokken waren, verzocht hij de vorst alleen te mogen spreken, om hem een geheim te openbaren. Van het gunstige ogenblik maakte hij daarop gebruik, en volbracht zijn voornemen door Eglon met een scherp tweesnijdend zwaard te doden. Ehud wist te ontkomen. Daarop werden onder aanvoering van Ehud de Moabieten verslagen en genoot Israël vervolgens een tachtigjarige rust.

Stad Eglon in Kanaän

Eglon was een Kanaänitische koningsstad, die zich tegen de intocht van de Israëlieten verzette. De koning heette Debir. De stad was gelegen in het laagland dat later aan de stam Juda ten erfdeel zou vallen.

De koninklijke stad was lid van een coalitie van vijf verbonden steden. Dit verbond was opgericht op initiatief van koning Adoni-Zedek van Jeruzalem. Behalve Debir van Eglon sloten ook nog de koningen Hoham van Hebron, Piream van Jarmuth en Jafia van Lachis zich erbij aan. Deze coalitie viel de stad Gibeon aan, die vrede met Israël had gesloten. In deslag bij Gibeon werden de vijf koningen door Israël onder leiding van Jozua verslagen en gedood en hun legers grotendeels uitgeroeid. Hun steden werden veroverd. (Joz. 10:3, 5, 23, 34, 36, 37; 12:12; 15:39).

Bij de verdeling van het land door Jozua werd de stad toegewezen aan de stam van Juda.

De precieze ligging van de stad is onbekend. Met heeft haar vereenzelvigd met de ruïnes van Ajlan (gelegen 31° 35' N, 34° 43' O), met Tell el-Hesi en met Tel Eton.

Bronnen

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Eglon' is op 20 mei 2016 verwerkt.

A New and Concise Bible Dictionary (George Morris, 1899) s.v. Eglon. Tekst van dit lemma is op 20 mei 2016 vertaald en verwerkt.

Artikel over de stad Eglon op Wikipedia.nl

Voetnoot

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.