Ela

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ela is in de Bijbel de naam van verschillende mannen:

1. zoon en opvolger van Baësa, koning van Israël, die nauwelijks twee jaren geregeerd heeft, van 886 - 885 vóór Chr[1]. Evenals zijn voorgangers maakte hij zich aan de kalverendienst schuldig, en heeft, voorzover bekend is, niets goeds tot stand gebracht. Zimri, een van zijn legeroversten, doodde hem, toen hij bij zijn hofmeester Arza te Tirza ter maaltijd en door de wijn bevangen was;

1000 - 900 v.C. < Israël 950 - 850 v.C.[2] > 900 - 800 v.C.
Joram (koning van Israël)Ahazia (koning van Israël)BenhadadJosafatAchabOmriZimriElaBenhadadBaësaNadabAsaAbiaJerobeam ISisakRehabeamSisakSalomo

2. een vorst van de Edomieten;

3. een zoon van Kaleb;

4. de vader van een der 12 bestelmeesters van Salomo;

5. een Benjaminiet;

6. de vader van Israëls koning Hosea.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Ela' is op 14 juli 2017 verwerkt.

Voetnoot

  1. Volgens een tijdbalk van de Stichting De Oude Wereld (opgegaan in het Logos Instituut). De opgaven zijn verschillend. Volgens P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling (Haarlem: De erven F. Bohn, 1866) werd hij in 930 vóór Chr. koning.
  2. De jaartallen zijn meerendeels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).