Engel

Uit Christipedia
(Doorverwezen vanaf Engelen)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een engel is een door God geschapen wezen, met rede begiftigd, die zijn woonplaats in de hemel heeft. Engelen dienen God en worden uitgezonden om de heiligen te dienen. Een deel van de engelen is van God afgevallen en heeft de zijde van de satan gekozen. Er zijn dus goede en slechte (boze) engelen. De goede engelen zijn 'de heilige engelen' (Marc. 8:38).

Engelnamen

In het Oude en Nieuwe Testament worden bij name de heilige engelen Gabriël en Michaël genoemd. Beide Hebreeuwse namen hebben 'El' = God in hun naam. 'Gabriël' betekent 'man of God' en 'Michaël' betekent 'wie is als God?'. Van de boze engelen worden genoemd: Satan, Beëlzebul (een naam van de satan), Abaddon (de engel van de Afgrond) en Legioen. De laatste naam is waarschijnlijk niet de echte naam van de demon die zich zo noemde tegenover de Heer Jezus, "want", zei hij, "wij zijn velen".

Mr 5:10 En hij zei tot Hem: Legioen is mijn naam, want wij zijn velen. En hij smeekte Hem dringend dat Hij hen niet buiten het land zou zenden.

Woord

Het Nederlandse woord 'engel' vindt zijn oorsprong in het Griekse woord angelos, dat bode (boodschapper) of gezant (gezondene) betekent. Het Hebreeuwse woord is malak, dat eveneens bode of gezant betekent. De Amerikaanse stad Los Angeles komt van het Spaanse woord Los Angelos, 'de engelen'. In het Nieuwe Testament komt het Griekse woord angelos 186x voor, meestal om te verwijzen naar engelen, maar soms ook voor menselijke boodschappers.

In de volgende Schriftplaatsen van het Nieuwe Testament wordt 'angelos' voor mensen gebruikt:

Lu 7:24 Toen nu de boden van Johannes waren weggegaan, begon Hij tot de menigten te zeggen over Johannes: Wat bent u in de woestijn gaan aanschouwen? Een riet door wind bewogen?

Lu 9:52 En Hij zond boden voor Zich uit. En zij gingen heen en kwamen in een dorp van Samaritanen om voor Hem een verblijf in gereedheid te brengen.

Jak 2:25 En is niet evenzo ook Rachab de hoer op grond van werken gerechtvaardigd, toen zij de boodschappers opgenomen en langs een andere weg uitgelaten had?

Opb 2:1  Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: Dit zegt Hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt, die in het midden van de zeven gouden kandelaars wandelt:

Over de 'engelen' van de zeven gemeenten in het laatste Bijbelboek bestaan verschillende opvattingen. Vermoedelijk zijn het de correspondenten (contactpersonen) van de gemeenten, maar anderen houden hen voor opzieners, diakenen en/of leraars. Tegen de laatste opvatting valt in te brengen dat, gelet op het enkelvoud 'de engel van de gemeente', eenhoofdig leiderschap (één opziener) in het begin van de gemeente ongewoon was.

Schepping

De engelen zijn geschapen vóór de aarde en bestonden dus al vóór de aarde. Toen God de aarde grondvestte, juichten ze, vertelt God aan Job.

Job 38:7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten. (SV)

Zonen van God

De goede engelen worden kinderen/zonen van God genoemd.

Job 38:7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten. (SV)

Ook de Herziene Statenvertaling heeft 'kinderen van God'.

Job 1:6 Er was nu een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam. (SV)

Job 2:1 Wederom was er een dag, als de kinderen Gods kwamen, om zich voor den HEERE te stellen, dat de satan ook in het midden van hen kwam, om zich voor den HEERE te stellen. (SV)

In beide verzen Job 1:6 en 2:1 vertaalt de Herziene Statenvertaling door 'zonen van God'. De vertalingen 'kinderen' en 'zonen' zijn beide mogelijk. Deze woorden van Paulus kunnen ook op de (goede) engelen worden toegepast:

Ro 8:14 Want allen die door de Geest van God geleid worden, die zijn zonen van God. (TELOS)

Onstoffelijke wezens

Ze zijn geschapen als onstoffelijke, geestelijke wezens, niet als mensen, die uit het stof der aarde geschapen zijn.

Algemeen wordt aangenomen dat engelen onstoffelijke wezens zijn, die evenwel een stoffelijke vorm kunnen aannemen en ook zodanig kunnen verschijnen aan mensen en omgang met hen kunnen hebben. Voorbeeld: de engelen die Abraham bezochten en in het huis van zijn neef Lot kwamen.

Kennis aangaande engelen

Wij hebben kennis van engelen uit de Schrift en uit de waarneming van engelverschijningen (zie hieronder). Het bijbelboek waarin het meest over engelen gesproken wordt, is het boek Openbaring. De schrijver van Openbaring, Johannes, werd opgetrokken tot in de hemel, de woonplaats van de engelen.

Sommige mensen ontkennen dat engelen bestaan. Ten tijde van de Heer Jezus was er een Joodse partij, de Sadduceeën, die niet geloofden aan engelen.

Hnd 23:8 Want sadduceeen zeggen dat er geen opstanding is, en geen engel of geest; farizeeen echter belijden beide. (TELOS)

Aantal

Het aantal engelen is zeer groot. Johannes noemt een getal van 'tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtal'.

Opb 5:11 En ik zag, en hoorde een stem van vele engelen rond de troon en de levende wezens en de oudsten, en hun getal was tienduizenden tienduizendtallen en duizenden duizendtallen, Opb 5:12 en zij zeiden met luider stem: Het Lam dat geslacht is, is waard te ontvangen de kracht en rijkdom en wijsheid en sterkte en eer en heerlijkheid en lof. (TELOS)

Eén duizend duizendtal is 1000 x 1000 = 1.000.000 miljoen. Eén tienduizend tienduizendtal is 10.000 x 10.000 = 100.000.000 miljoen. Als de meervouden betekenen tenminste twee (dus bijv. tenminste 2 x tienduizend), dan zijn er tenminste (2000 x 2000 = 4.000.000) + (20.000 x 20.000 = 400.000.000) = 404 miljoen engelen. Mogelijk is het getal symbolisch bedoeld: zéér groot aantal. Vergelijk:

Ps 105:8 Hij denkt aan Zijn verbond voor eeuwig, aan de belofte die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties, (HSV)

Misschien is het aantal engelen dus meer dan 404 miljoen.

God wordt genoemd 'Jahweh van de heirscharen', de grote menigten (van engelen).

Verscheidenheid

Er schijnen verschillende klassen engelen te zijn: serafs, cherubs, aartsengelen en gewone engelen. In de Bijbel wordt één aartsengel genoemd: Michaël. De satan was eens een cherub.

Gedaante

Lichtwezens. God noemt de engelen 'morgensterren'. De morgenster is de heerlijkste ster voor het oog van de mensen op aarde; hij gaat vooraf aan de opgang van de zon.

Job 38:7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten. (SV)

Toen een engel aan de herders in de velden van Bethlehem verscheen, omscheen hen de heerlijkheid van God.

Lu 2:9 En zie, een engel van de Heer stond bij hen en de heerlijkheid van de Heer omscheen hen, en zij werden buitengewoon bang. (Telos)

De engel die tot de vrouwen bij het graf van Jezus sprak, had de gedaante als een bliksem.

Mt 28:2 En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel van de Heer daalde neer uit de hemel, trad toe en wentelde de steen af en ging daarop zitten. Mt 28:3 Zijn gedaante nu was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. (TELOS)

Toen een engel bij Petrus in de gevangenis kwam, scheen een licht in de cel.

Hnd 12:7 En zie, een engel van de Heer kwam bij hem staan en een licht scheen in de cel; en door de zijde van Petrus aan te stoten wekte hij hem en zei: Sta vlug op. En zijn ketenen vielen van zijn handen. (Telos)

Johannes zag in zijn visioen een engel wiens heerlijkheid de aarde verlichtte.

Opb 18:1 Hierna zag ik een andere engel uit de hemel neerdalen, die grote macht had; en de aarde werd verlicht door zijn heerlijkheid. (Telos)

Mannelijk. In de Bijbel verschijnen engelen aan mensen in een mannelijke gedaante, zoals de engelen die Abraham en Lot bezochten. Sommige mensen beweren dat ze ook als een vrouw aan hen verschenen zijn; in de Bijbel vinden wij dat niet.

Kleding. De engel die tot de vrouwen bij het graf van Jezus sprak, droeg kleding die wit was als sneeuw.

Mt 28:2 En zie, er kwam een grote aardbeving, want een engel van de Heer daalde neer uit de hemel, trad toe en wentelde de steen af en ging daarop zitten. Mt 28:3 Zijn gedaante nu was als een bliksem en zijn kleding wit als sneeuw. (TELOS)

Maria Magdalena zag in het graf van de opgestane Heer twee engelen in witte kleren zitten (Joh. 12). Aan de Romeinse hoofdman Cornelius verscheen een engel in een prachtig kleed.

Hnd 10:31 En zie, een man stond voor mij in een prachtig kleed, en hij zei: Cornelius, uw gebed is verhoord en uw aalmoezen zijn voor God in gedachtenis gekomen. (TELOS)

Vleugels. Cherubs en Serafs zijn levende wezens bij Gods troon die zich vertonen met vleugels. Ook de engel die het eeuwig evangelie zal verkondigen (Opb. 14:6) schijnt vleugels te hebben, daar hij vliegt. Niet alle engelen vertonen zich met vleugels. De engelen die bij Lot kwamen, hadden geen vleugels. Ze zagen eruit als mensen. Lot verleende hen gastvrijheid zonder te weten dat hij met engelen van doen had.

Heb 13:2 Vergeet de gastvrijheid niet, want daardoor hebben sommigen onwetend engelen gehuisvest. (TELOS)

Vermogens en handelingen

Een engel is een wezen dat, net als de mens, met rede is begiftigd.

Engelen zijn machtige dienstknechten. In sterkte en macht zijn zij groter dan wij mensen. Hun macht is echter niet groter dan die van hun schepper, God de Almachtige.

2Pe 2:11 terwijl engelen, die in sterkte en macht groter zijn, geen lasterend oordeel tegen hen (de ketters - red.) vanwege de Heer uitbrengen. (TELOS)

Eén enkele engel, door God uitgezonden, verdelgde het Assyrische leger dat Jeruzalem bedreigde en God hoonde.

2Kr 32:21 En de HEERE zond een engel, die alle strijdbare helden, en vorsten, en oversten in het leger des konings van Assyrie verdelgde. Zo is hij met schaamte des aangezichts in zijn land wedergekeerd; en als hij in het huis zijns gods ingegaan was, zo velden hem daar met het zwaard, die uit zijn lijf voortgekomen waren. (HSV)

Engelen zijn begerig om in te zien in de dingen die ons zijn verkondigd

1Pe 1:12 Aan hen werd geopenbaard dat zij niet voor zichzelf, maar voor u de dingen bedienden die u nu zijn aangekondigd door hen die u het evangelie hebben verkondigd door de Heilige Geest die van de hemel is gezonden; dingen waarin engelen begerig zijn een blik te werpen. (TELOS)

Engelen hebben kennis, maar uit het vorige vers blijkt dat ze niet alles weten en doorzien. Ze zijn niet alwetend. Door de gemeente van Christus doen ze kennis op van Gods veelvoudige wijsheid:

Efe 3:10 opdat nu aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten door de gemeente de veelvoudige wijsheid van God bekend gemaakt wordt, Efe 3:11 naar het eeuwig voornemen dat Hij heeft opgevat in Christus Jezus onze Heer,  (TELOS)

Wat doen engelen zoal? Ze horen Gods stem en spreken met Hem. Ze jubelen en juichen (Job. 38:7). Ze dienen God bij het bestuur van de wereld. Ze worden door God gezonden en verschijnen aan mensen, brengen soms een boodschap aan mensen over of laten zaken aan mensen zien (Opb. 17:1). Ze dienen mensen. Ze strijden in de hemelse gewesten (Dan.; Opb. 12:7).  

Ze verrichtten soms handelingen die fysieke veranderingen op aarde brengen, bij voorbeeld het wegwentelen van de zware steen voor de opening van Jezus' graf. Een engel verscheen in de gevangenis waar Petrus was, stootte de slapende apostel wakker, deed de ketenen van zijn handen vallen en maakte dat een ijzeren poort open ging.

Hnd 12:6 Toen nu Herodes hem zou laten voorkomen, sliep Petrus in die nacht tussen twee soldaten, geboeid met twee ketenen; en wachters voor de deur bewaakten de gevangenis. Hnd 12:7 En zie, een engel van de Heer kwam bij hem staan en een licht scheen in de cel; en door de zijde van Petrus aan te stoten wekte hij hem en zei: Sta vlug op. En zijn ketenen vielen van zijn handen. Hnd 12:8 De engel nu zei tot hem: Omgord u en bind uw sandalen aan. En hij deed aldus. En hij zei tot hem: Werp uw mantel om en volg mij. Hnd 12:9 En hij ging naar buiten en volgde. En hij wist niet, dat wat door de engel plaatsvond, waar was, maar hij meende een gezicht te zien. Hnd 12:10 Toen zij nu door de eerste en de tweede wacht waren gegaan, kwamen zij bij de ijzeren poort die naar de stad leidt, die vanzelf voor hen openging. En zij gingen naar buiten en gingen een straat voort, en terstond scheidde de engel van hem. Hnd 12:11 En Petrus, tot zichzelf gekomen, zei: Nu weet ik waarlijk, dat de Heer zijn engel heeft uitgezonden en mij heeft verlost uit de hand van Herodes en uit al de verwachting van het volk der Joden. (TELOS)

Petrus vertelde aan de gemeente "hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid". De Heer had daarvoor een engel ingezet. God handelt door middel van engelen.

Hnd 12:17 Hij echter wenkte hun met de hand dat zij moesten zwijgen en vertelde hun hoe de Heer hem uit de gevangenis had geleid; en hij zei: Bericht dit aan Jakobus en de broeders. En hij ging naar buiten en reisde naar een andere plaats. (TELOS)

Uitvoerders van Gods oordelen. Ze hebben een taak in de uitvoering van Gods oordelen (Opb. 15:7). Een engel doodde Herodes Agrippa I - die de gemeente kwaad had gedaan (Hand. 12:1v) - toen hem goddelijke eer werd betoond:

Hnd 12:21 Op een vastgestelde dag nu hield Herodes, na een koninklijk gewaad te hebben aangedaan en gezeten op de rechterstoel, een toespraak tot hen. Hnd 12:22 En het volk riep hem toe: Een stem van God en niet van een mens! Hnd 12:23 En onmiddellijk sloeg een engel van de Heer hem, omdat hij God niet de heerlijkheid gaf; en hij werd door wormen gegeten en hij stierf. (TELOS)

In het laatste Bijbelboek treden zij op bij de voltrekking van Gods strafgerichten; zeven engelen blazen achtereenvolgens de bazuin en zeven engelen gieten achtereenvolgens een schaal van Gods grimmigheid uit op de aarde. Invloed op het weer. Engelen kunnen het weer op aarde beïnvloeden (Opb. 7:1).

Opb 7:1 Hierna zag ik vier engelen staan op de vier hoeken van de aarde, die de vier winden van de aarde vasthielden, opdat er geen wind zou waaien over de aarde, noch over de zee, noch over enige boom.  Opb 7:2  En Ik zag een andere engel opkomen van de opgang van de zon, die het zegel van de levende God had; en hij riep met luider stem tot de vier engelen wie gegeven was aan de aarde en de zee schade toe te brengen, Opb 7:3  en hij zei: Brengt geen schade toe aan de aarde, noch aan de zee, noch aan de bomen, voordat wij de slaven van onze God aan hun voorhoofden hebben verzegeld. (Telos)

Vliegen. Cherubs en serafs hebben vleugels. Van 'vliegen' wordt echter alleen gesproken in Opb. 14:6.

Opb 14:6 En ik zag een andere engel vliegen in het midden van de hemel, die het eeuwig evangelie had, om het te verkondigen aan hen die op de aarde wonen en aan elke natie en geslacht en taal en volk, Opb 14:7 en hij zei met luider stem: Vreest God en geeft Hem heerlijkheid, want het uur van zijn oordeel is gekomen; en aanbidt hem die de hemel en de aarde en de zee en de waterbronnen heeft gemaakt. (TELOS)

Een engel sloot de muilen van de leeuwen toe, zodat ze Daniël met rust lieten. Uit de leeuwenkuil antwoordde Daniël de koning Darius:

Da 6:22 (6:23) Mijn God heeft Zijn engel gezonden en Hij heeft de muil van de leeuwen toegesloten. Ze hebben mij geen letsel toegebracht, omdat ik voor Hem onschuldig ben bevonden. Ook tegen u, o koning, heb ik geen misdaad begaan. (HSV)

Engelen dienden Jezus na zijn 40 dagen durende verzoeking in de woestijn.

Mt 4:11 Toen verliet de duivel Hem; en zie, engelen kwamen bij Hem en dienden Hem. (TELOS)

Een engel sterkte Hem toen Hij in Gethsémané benauwd was:

Lu 22:43 Hem nu verscheen een engel uit de hemel die Hem sterkte. (TELOS)

Een engel opende de deuren van de stadsgevangenis in Jeruzalem om de apostelen te bevrijden:

Hnd 5:19 Een engel van de Heer echter opende ‘s nachts de deuren van de gevangenis, leidde hen naar buiten en zei: Hnd 5:20 Gaat heen, gaat in de tempel staan en spreekt tot het volk al deze levenswoorden. (TELOS)

De engelen vormen een hemelse legermacht, die gehoorzamen aan 'Jahweh der heischaren'. Ze zullen met de Heer Jezus Christus en de heiligen verschijnen als Hij terugkomt in de wereld.

Trouwen niet

Engelen trouwen niet. De uit de dood opgestane mensen zullen evenmin een huwelijk aangaan.

Mt 22:30 Want in de opstanding trouwen zij niet en worden niet uitgehuwelijkt, maar zij zijn als engelen van God in de hemel. (TELOS)

Zingen engelen?

De enige tekst in de Bijbel die erop schijnt te wijzen dat engelen kunnen zingen is Job. 38:7. Ze verhieven hun stem bij de schepping van de aarde door God.

Job 38:7 Toen de morgensterren te zamen vrolijk zongen, en al de kinderen Gods juichten. (SV)

Ook de Herziene Statenvertaling heeft 'vrolijk zongen'. Andere vertalingen echter hebben 'juichten' (NBG51), 'gejuich' (Petrus Canisius vertaling, Leidse vertaling, Willibrord-vertalingen van 1978 en 1995, Naardense vertaling). 'gejubel' (Obbink). De Latijnse Vultaatvertaling heeft 'laudarent' (= prezen). Luther vertaalde door 'lobeten' (= 'loofden'). De Engelse King James vertaling en de Darby-vertaling hebben 'sang' (= 'zongen'). Young's literal translation heeft 'singing' (= 'zingend'). De Duitse Elberfelder vertaling heeft 'jubelten' (= jubelden).

Het gebruikte Hebreeuwse werkwoord is רנן, ranan. In het aangehaalde vers staat het in de Qal-vorm. In deze vorm betekent het werkwoord 'uitbarsten in vreugde' of 'luid roepen (bij bevel, aansporing enz)'[1]'Juichen' of 'jubelen' lijkt daarom de beste vertaling in vers 7 te zijn. Een tweede argument is de stijlfiguur van de parallellie. 'Al de kinderen Gods juichten' in het tweede deel van de zin is een parallelle beschrijving van wat de engelen deden volgens het eerste deel van de zin.

In Ezech. 28:12-15 wordt de staat van Lucifer vóór zijn val getekend in de beschrijving van de koning van Tyrus. Zijn val wordt beschreven in Jes. 14:12-14.

Eze 28:13 u was in Eden, de hof van God. Allerlei edelgesteente was uw sieraad: robijn, topaas en diamant, turkoois, onyx en jaspis, saffier, smaragd, beril en goud. Het werk van uw tamboerijnen en uw fluiten was bij u. Op de dag dat u geschapen werd, waren ze gereed. (HSV)

Bij Lucifer waren muziekinstrumenten: tamboerijnen en fluiten. Dit duidt op muziek. De muziekinstrumenten maken het bestaan van zang, die door de muziek ondersteund wordt, aannemelijk, al kennen wij mensen op aarde ook muziek zonder gezang. Vaak wordt gedacht dat de engelen die na de geboorte van de Heiland aan de herders verschenen een lied zongen. Er staat echter niet dat ze zongen, maar dat ze God prezen:

Lu 2:13 En plotseling was er met de engel een menigte van een hemelse legermacht, die God prees en zei: Lu 2:14 Heerlijkheid zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen van zijn welbehagen. (TELOS)

Hoewel nergens in de Bijbel staat dat engelen (kunnen) zingen, is het zeer onwaarschijnlijk dat engelen hun stem nooit in gezang verheffen. In de hemel zal muziek en gezang zijn. Er is geen goede reden om aan te namen dat de engelen daaraan geen deel hebben. Johannes hoorde "een stem uit de hemel ... als van harpspelers die op hun harpen spelen".

Opb 14:2 En ik hoorde een stem uit de hemel als een stem van vele wateren en als een stem van een zware donderslag. En de stem die ik hoorde, was als van harpspelers die op hun harpen spelen. (TELOS)

De Engel van Jahweh

God verscheen ten tijde van het Oude Testament soms als een Engel. Deze Engel wordt genoemd wordt "de Engel van God" of "de Engel van Jahweh" of, bij voorbeeld in de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling, "de Engel van de HEERE". Ter onderscheiding van gewone engelen wordt deze Engel in Nederlandse lectuur soms met een hoofdletter aangeduid.

De Engel van God sprak tot Jakob.

Ge 31:11 De Engel van God zei tegen mij in die droom: Jakob! Ik zei: Zie, [hier] ben ik! Ge 31:12 Hij zei: Sla toch uw ogen op en zie: al de bokken die het kleinvee bespringen, zijn gestreept, gespikkeld en gevlekt. Voorzeker, Ik heb alles gezien wat Laban u aandoet! Ge 31:13 Ik ben de God van Bethel, waar u een gedenkteken gezalfd hebt, waar u Mij een gelofte gedaan hebt. Welnu, sta op, vertrek uit dit land en keer terug naar het land van uw familiekring. (HSV)

De Engel van God kan zeggen: "Ik ben de God van Bethel." "De Engel van Yahweh" sprak tot Hagar (Gen. 16:7-14) en beloofde haar talrijk nageslacht:

Ge 16:10 Verder zei de Engel van de HEERE tegen haar: Ik zal uw nageslacht zeer talrijk maken, zodat het vanwege de menigte niet geteld kan worden. (...) Ge 16:13 En zij gaf de HEERE, Die tot haar sprak, de naam: U bent de God Die naar mij omziet! Want zij zei: Heb ik hier dan Hem gezien Die naar mij omgezien heeft? (HSV)

"De Engel van Jahweh" sprak tegen Abraham.

Ge 22:11 Maar de Engel van de HEERE riep tot hem vanuit de hemel en zei: Abraham, Abraham! Hij zei: Zie, [hier] ben ik. Ge 22:12 Toen zei Hij: Steek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat u godvrezend bent en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt. Ge 22:13 Toen sloeg Abraham zijn ogen op en keek [om], en zie, achter [hem] zat een ram met zijn horens verstrikt in het struikgewas. Abraham ging [erheen], nam die ram en offerde hem als brandoffer in de plaats van zijn zoon. Ge 22:14 En Abraham gaf die plaats de naam: De HEERE zal erin voorzien. Daarom wordt heden [ten dage] gezegd: Op de berg van de HEERE zal erin voorzien worden. Ge 22:15 Daarna riep de Engel van de HEERE tot Abraham voor de tweede keer vanuit de hemel. Ge 22:16 Hij zei: Ik zweer bij Mijzelf, spreekt de HEERE: Omdat u dit gedaan hebt en [Mij] uw zoon, uw enige, niet onthouden hebt, Ge 22:17 zal Ik u zeker rijk zegenen en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren aan de hemel en als het zand dat aan de oever van de zee is. Uw nageslacht zal de poort van zijn vijanden in bezit hebben. Ge 22:18 En in uw Nageslacht zullen alle volken van de aarde gezegend worden, omdat u Mijn stem gehoorzaam geweest bent.

De Engel is de HEERE, die bij Zichzelf zweert. Toen Jacob de zonen van Jozef zegende, zei hij:

Ge 48:16 de Engel, Die mij verlost heeft van al het kwaad, zegene deze jongens, zodat door hen mijn naam en de naam van mijn vaderen, Abraham en Izak, genoemd zal blijven en zij in het midden van het land in menigte zullen toenemen. (HSV)

God en engelen kunnen als gewone mannen verschijnen. God verscheen aan Abraham als één van drie 'mannen' die tot Abrahams tent kwamen. Eén van hen (de HEERE) zei dat Sarah een zoon zou hebben. Sara lachte om deze belofte.

Ge 18:13 En de HEERE zei tegen Abraham: Waarom heeft Sara toch gelachen en gezegd: Zou ik ook werkelijk baren, nu ik oud geworden ben? Ge 18:14 Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en Sara zal een zoon hebben! (HSV)

Twee van de drie mannen waren 'engelen' (Gen. 19:1). Zie ook Ex. 3: 2, 6-15; Num. 22: 22-35.

Algemeen wordt aangenomen dat de Engel van de HEERE de Zoon van God is, die genoemd wordt het Woord van God en die ook het Beeld van God is. Hij is bij God en is God (Joh. 1) Hij is ongetwijfeld dezelfde die wordt genoemd 'de machtige engel' in Openbaring 10: 1-3.

Gevallen engelen

Helaas is een deel van Gods engelen afgevallen. Eén engel viel als eerste. Deze was bijzonder heerlijk. Hij werd echter hoogmoedig, ongerechtig. Een deel van engelen koos de kant van deze engel, die satan of duivel genoemd wordt (Opb. 12:9; 20:2). De gevallen engelen hebben gezondigd. Naast goede engelen, die God trouw zijn gebleven, zijn er dus boze engelen, die de zijde van Satan hebben gekozen.

De engelen die gezondigd hadden - althans een deel van de gevallen engelen - heeft God in de afgrond geworpen (2 Pe 2:4). In de afgrond zijn ze overgeleverd aan ketenen van donkerheid (2 Pe 2:4), ze worden onder duisternis bewaard met eeuwige boeien (Judas 1:6). Ze worden in de afgrond bewaard tot het oordeel (2 Pe 2:4), tot het oordeel van de grote dag (Judas 1:6).

2Pe 2:4 Want als God engelen die gezondigd hadden niet gespaard, maar hen in de afgrond geworpen en overgeleverd heeft aan ketenen van donkerheid om tot het oordeel bewaard te worden;

Jds 1:6 En engelen die hun oorsprong niet bewaard, maar hun eigen woonplaats verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel van de grote dag met eeuwige boeien onder duisternis bewaard.

In de openbaring van Johannes lezen we dat Michael en zijn engelen streden tegen de draak en zijn engelen.

Engelen van satan

Alle gevallen engelen (of een deel?) hebben zich geschaard achter één gevallen engel die de naam "satan" en "duivel" heeft gekregen.

2Co 12:7 en opdat ik mij door de uitnemendheid van de openbaringen niet verhef, is mij een doorn voor het vlees gegeven, een engel van satan, om mij met vuisten te slaan, opdat ik mij niet verhef.

Opb 12:7 En er kwam oorlog in de hemel: Michael en zijn engelen voerden oorlog tegen de draak, en de draak voerde oorlog en zijn engelen;

Opb 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, de oude slang, die genoemd wordt duivel en de satan, die het hele aardrijk misleidt; hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen.

2Co 11:14 En geen wonder, want de satan zelf doet zich voor als een engel van het licht.

Dienst van engelen

Engelen zijn allen dienende geesten.

Heb 1:14 Zijn zij niet allen dienende geesten, die tot dienst uitgezonden worden ter wille van hen die de behoudenis zullen beërven? (TELOS)

Ook zijn er engelen die tot taak hebben op de een of andere manier voor kinderen te zorgen[2].

Mt 18:10 Let erop dat u niet een van deze kleinen veracht; want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van mijn Vader die in de hemelen is. (TELOS)

Boodschappen

Een engel is, naar de betekenis van het woord, een bode. De wet van Mozes is (mede) door engelen gebracht.

Hnd 7:53 u die de wet door beschikking van engelen hebt ontvangen en niet gehouden! (TELOS)

Heb 2:1 Daarom moeten wij des te sterker ons richten naar wat wij gehoord hebben, opdat wij niet misschien afdrijven. Heb 2:2 Want als het woord door engelen gesproken vast stond en elke overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft, Heb 2:3 hoe zullen wij ontkomen als wij zo’n grote behoudenis veronachtzamen, waarover aanvankelijk gesproken is door de Heer en die aan ons bevestigd is door hen die het gehoord hebben, (TELOS)

Een engel kan zijn boodschap aan mensen brengen onmiddelijk of middelijk, rechtstreeks aan mensen brengen of door middel van mensen. Engelen brachten een boodschap brachten aan de herders in het veld van Efratha. Een engel boodschapte aan de vrouwen bij het geopende graf van de Heiland en beval hen de boodschap door te geven.

Mr 16:6 Hij zei echter tot hen: Weest niet ontsteld. U zoekt Jezus de Nazarener, de gekruisigde; Hij is opgewekt, Hij is hier niet; zie, de plaats waar zij Hem hebben gelegd. Mr 16:7 Maar gaat heen, zegt aan zijn discipelen en aan Petrus: Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult u Hem zien, zoals Hij u heeft gezegd. (TELOS)

Verschijningen van engelen

Engelen maakten de opstanding van Christus bekend aan de vrouwen die zijn graf bezochten.

In de Bijbel lezen we dat mensen een ontmoeting kunnen hebben met engelen. Zo verschenen ten tijde van de geboorte van de Heiland engelen aan herders in de omgeving van Bethlehem.

Lu 2:8 En er waren herders in diezelfde landstreek, die ‘s nachts in het open veld de wacht hielden over hun kudde. Lu 2:9 En zie, een engel van de Heer stond bij hen en de heerlijkheid van de Heer omscheen hen, en zij werden buitengewoon bang. Lu 2:10 En de engel zei tot hen: Weest niet bang, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die voor het hele volk zal zijn; Lu 2:11 want u is heden een Heiland geboren, die Christus de Heer is, in de stad van David. Lu 2:12 En dit zal voor u het teken zijn: u zult een kindje vinden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe. Lu 2:13 En plotseling was er met de engel een menigte van een hemelse legermacht, die God prees en zei: (TELOS)

Engelen maakten de opstanding van Christus bekend aan de vrouwen die zijn graf bezochten.

Honderden Britten beweren ontmoetingen te hebben gehad met engelen. Dat is de uitkomst van een onderzoek dat aan de Universiteit van Birmingham is uitgevoerd door Emma Heathcote en waarover in 2000 bericht werd.

Als ze verschijnen kunnen engelen zich aanpassen aan onze omstandigheden.

Bedenk dat niet elke engel die zich vertoont een engel van God is; een engel van satan kan verschijnen als een engel van het licht.

Engelenverering

Er worden in de Bijbel slechte twee namen van engelen vermeld. "De Heilige Schrift is echter om goede redenen zeer spaarzaam met zulke eigennamen van Engelen, en in de kanonieke zijn er slechts twee, Gabriël en Michaël, genaamd." (Heinrich Eduard Schmieder, 19e-eeuwse Duitse theoloog)[3]. Paulus waarschuwt indirect tegen engelenverering:

Col 2:18 Laat niemand u de prijs ontzeggen, doordat hij behagen schept in nederigheid en engelenverering, ingewijd in wat hij gezien heeft, zonder reden opgeblazen door het denken van zijn vlees, (TELOS)

Omgang met engelen

In de wereld is een hernieuwde belangstelling voor engelen. Meestal beseft men niet dat er ook boze engelen zijn, die de mensen bedriegen.

In sommige christelijke kringen is een ongezonde preoccupatie met engelen, zie filmpje De Bijbel moedigt ons nergens aan, engelen aan te roepen. Zelfs de Heer der engelen, toen hij mens was, verwees naar de Vader om hulp. Daarom lijkt de beste raad te zijn: Bid tot de vader, bid niet tot engelen.

Mt 26:53 Of meen je dat Ik mijn Vader niet kan bidden en Hij zal Mij dadelijk meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?

God meer gehoorzamen. Wij hebben God meer te gehoorzamen dan een engel. Een gevallen engel kan Gods woord weerspreken, zoals bij de zondeval gebeurde. Een goede engel zal nooit Gods woord weerspreken. Maar het is niet altijd duidelijk of een engel een goede of een slechte is. Een slechte engel kan zich voordoen als een engel van het licht.

Ga 1:8 Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen naast dat wat wij u als evangelie verkondigd hebben, die zij vervloekt! (TELOS)

In 1 Kon. 13 verleidt een oude profeet een andere profeet tot ongehoorzaamheid door te liegen dat - terwijl God de laatste had bevolen niet terug te keren en niet ter plaatse te eten of te drinken - een engel hem had gezegd dat de profeet kon terugkeren en bij hem brood eten en water drinken.

1Kon 13:18 Hij zei tegen hem: Ik ben ook een profeet, zoals u, en een engel heeft door het woord van de HEERE tot mij gesproken: Laat hem met u terugkeren naar uw huis, en laat hij brood eten en water drinken. Hij loog echter tegen hem. (HSV)

De eerste profeet gelooft het woord van de oude profeet, dat van een engel zou zijn, meer dan het woord van God. God neemt hem zijn ongehoorzaamheid kwalijk en doodt hem door een leeuw.

Meer informatie

Over de engel Gabriël, zie art. Gabriël

Over de aartsengel Michaël, zie art. Michaël.

A. Ladrierre, De engelen. Oorspronkelijk verschenen in het Frans in Le Messager Evangélique 1937-49

M. G. de Koning, Engelen, ze zijn er (weer). Overzichtelijk boekje van 60 blz.

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary s.v. Angels. George Morris, 1899.

Voetnoten

  1. Hebreeuws-Nederlands Lexicon, onderdeel van de Online Bible, een uitgave van Importantia.
  2. Naar het schijnt heeft een engel in 1977 een kind gered van een steile helling van de Grand Canyon in de Verenigde Staten, zie Guardian Angel in the Grand Canyon - It's a Miracle - 6033 . Youtube.com: Questar Entertainment, 11 mei 2018.
  3. Aangehaald in: Karl August Dächsel; F P L C van Lingen; H van Griethuijsen, Antz. et al, Bijbel, of De geheele Heilige Schrift, bevattende al de kanonieke boeken van het Oude en Nieuwe Testament (volgens de Staten-overzetting) : met in den tekst ingelaschte verklaringen en aanmerkingen van de beroemdste godgeleerden uit alle tijden (Kampen: Bos, 1893-1901), commentaar op Dan. 8:16.