Esther (koningin)

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Esther (= Ster) of Ester was de koningin-gemalin van de Perzische koning Ahasveros in de 5e eeuw vóór Christus. Zij was door Ahasveros tot koningin verheven in de plaats van koningin Vasthi. Door Gods voorzienigheid voorkwam zij dat haar volk zou worden uitgemoord. Zij is de heldin van het Bijbelboek Esther.

Naam. De Hebreeuwse naam is אסתר, Ester. De eigennaam is misschien van Perzische herkomst en betekent dan "Ster", of[1] hij komt van het Medische woord astra, dat 'mirte' betekent. Het Strongnummer is 0635. De naam komt 55x voor in het Oude Testament. Zij heette eigenlijk Hadassa, een Hebreeuwse naam die mirte betekent.

Afkomst. Zij was de dochter van de Jood Abichail (Esth. 2:9), ook geschreven Abihail. Na de dood van haar vader werd zij de aangenomen dochter van Mordechai, haar neef, een Jood van de stam van Benjamin, een van hen, die met de koning Jojachin door Nebukadnezar gevankelijk naar Babel gevoerd waren.

Toen Ahasveros, de koning van de Perzen en Meden, zijn gemalin Vasthi verstoten had, wilde hij uit de mooiste meisjes van het land een andere kiezen. Juist op haar viel zijn keus.

Mordechaï bleef evenwel met haar in betrekking, daar hij reeds vroeger tot het koninklijke hof schijnt behoord te hebben. Zijn waardigheid blijft hij voortdurend bekleden, en ofschoon hij bij zekere gelegenheid, door het ontdekken van een aanslag, het leven van de koning leven redt, ontvangt hij voor deze dienst geen beloning en wordt ook niet tot hogere ambten geroepen.

Intussen bedreigt Mordechaï een groot gevaar. Haman, de bijzondere gunsteling en eerste staatsdienaar van de vorst, vat een dodelijke haat tegen hem op, daar hij waarschijnlijk uit godsdienstige beweegredenen bestendig weigerde voor de machtige man te knielen. Eindelijk besluit deze, na zich de koninklijke goedkeuring verzekerd te hebben, alle Joden in het hele rijk te doden.

Nu treedt de koningin Esther, door toedoen van haar pleegvader, als beschermster van haar volk op; zij weet de gunsteling te doen vallen, die daarop aan dezelfde galg wordt gehangen, welke hij voor Mordechaï bestemd had, en bewerkt dat deze het loon voor zijn diensten ontvangt.

Esther wijst Haman aan als degene die haar volk wil uitroeien.

Aan de Joden wordt vergund, zich op hun vijanden te wreken, die daarop ter herinnering aan deze heugelijke uitredding het Poerimfeest hebben ingesteld.

550 — 450 v.C. < Israël 500 — 400 v.C.[2] > 450 — 350 v.C.
Nehemia (persoon)ArthahsastaAhasverosDarius I

Typologie

Esther is een voorafbeelding van de schone en verheerlijkte Gemeente van Jezus Christus met de verheerlijkte heiligen uit het Oude Testament. De gemeente is schoon in de ogen van de Koning. God heeft haar een schoonheid verleend die alle andere schoonheden overtrof. God heeft de Gemeente bekleed met de gerechtigheid van Christus, wij zijn aangenaam gemaakt in de geliefde en zullen zonder vlek of rimpel of iets dergelijks voor Christus worden gesteld (Ef 5:27). Esther is een voorafbeelding van de Gemeente in haar verheerlijking.

Ze was gehuwd met de toenmalige "Koning der koningen", de Opperheer van het Perzische wereldrijk. Hoewel het karakter van koning Ahasveros niet kan worden gelijkgesteld met het karakter van Christus, is die aardse vorst een voorafschaduwing van Christus, de "Koning der koningen en Heer der heren", wiens bruid de Gemeente is.

Esther ging tot de koning "op de derde dag", de dag die in het licht van het Nieuwe Testament spreekt van de opstanding. Het was tégen de Perzische wet om ongenood tot de Koning te naderen. Zij kwam niet op grond van de wet tot de Koning, ze werd aanvaard uit genade.

Es 5:2  En het gebeurde, toen de koning koningin Esther in de voorhof zag staan, dat zij genade vond in zijn ogen, zodat de koning Esther de gouden scepter, die in zijn hand was, toereikte. En Esther kwam naar voren en raakte het uiteinde van de scepter aan. (HSV)

Zij verscheen aan hem in koninklijke kleding (5:1). Zo worden ook wij aanvaard uit genade, niet op grond van werken van de wet en verschijnen wij voor God in de heilsklederen waarmee wij zijn bekleed.

Bron

P.J. Gouda Quint, Woordenboek des Bijbels, inzonderheid ten gebruike bij de Statenvertaling. Haarlem: De erven F. Bohn, 1866. Tekst van het lemma 'Esther' is op 30 mei 2019 onder wijziging verwerkt.

Voetnoten

  1. Barton, John, The Oxford Bible Commentary, Oxford University Press, 2001-09-06, “Esther”. ISBN 9780198755005. Aangehaald door https://nl.wikipedia.org/wiki/Ester_(Bijbel).
  2. De jaartallen zijn deels ontleend aan Bijbels ontstaansmodel; tijdbalk Masoreten (Stichting De Oude Wereld, 2009).