Evangelie naar Johannes/Commentaar/Hoofdstuk 1

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 1 van het Bijbelboek Evangelie naar Johannes wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Het Woord. Prediking van Johannes de doper. De eerste discipelen.

  • 1:1-18    Het Woord, de Heer Jezus, God zelf, is vlees geworden.
  • 1:19-28  De prediking van Johannes de doper en de vragen hem gesteld. 
  • 1:29-34  De volgende dag wijst Johannes op Jezus als het Lam van God en de Zoon van God
  • 1:35-51  De volgende dag worden komen de eerste leerlingen tot Jezus.

Alle wezenlijke namen van de Heer zijn in dit hoofdstuk te vinden: God (zijn wezenlijke Godheid vóór de schepping), Hij is de Schepper, het ware Licht, de eniggeboren van de Vader (Zijn eeuwig Zoonschap), Hij is de Vleesgewordene ('het Woord is vlees geworden'), het Lam van God, de Zoon van God, de Messias, de koning van Israel en de Zoon des mensen. 

De joden, 'de zijnen,' hebben Hem niet aangenomen; maar wie Hem aannamen heeft Hij macht gegeven om kinderen van God te worden. De Heer werd hun een middelpunt: 1. Zijn verblijfplaats een verblijfplaats voor hen; 2. Hij is de Degeen die zij hierbeneden hebben te volgen; 3. Hij is de hoop van Israël. 

Joh. 1:1-2

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. (TELOS)

En het Woord was bij God. Grieks: kai ho logos en pros ton theon.

Vergelijk:

Joh 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaard. (TELOS)

Bij God. Grieks: pros ton theon. 'Pros' wordt hier gebruikt met een lijdend voorwerp 'ton theon'. Dat betekent dat het niet slechts om nabijheid of bij elkaar zijn gaat. Het gaat om een richting of gerichtheid. Het duidt op gemeenschap, evenals het 'in de schoot van de Vader zijn' meer aangeeft dan aanwezig-zijn bij de ander of nabijheid.[1]

En het Woord was God. In de Griekse grondtekst: kai theos en ho logos. De gewone vertaling, ook in het Nederlands, is 'En het Woord was God'. 'Het Woord' is het onderwerp, 'was God' het gezegde.

'Was goddelijk'. Sommigen vertalen 'theos' hier door 'goddelijk'. Maar dit moet worden verworpen op deze gronden[2]:

  1. er staat niet het bijvoeglijk naamwoord theios = goddelijk, maar theos = God, god. Het bijvoeglijk naamwoord wordt gebruikt in Hand. 17:29 ("niet denken dat het goddelijke gelijk is aan een beeld van goud of zilver of steen", NBV), Rom. 1:20 ("Zijn eeuwige kracht en Goddelijkheid", TELOS), 2 Petr. 1:3 ("Goddelijke kracht") en 4 ("Goddelijke natuur").
  2. 'Theos' wordt in de verzen 1 en 2 drie keer gebruikt, achtereenvolgens in de vormen 'theon' - 'theos' - 'theon'. Als de betekenis 'God' is in het eerste en derde geval, dan is het waarschijnlijk ook 'God' in het middelste geval. Dit is een stilistische reden.
  3. Als we 'enige God' in vers 18 vertalen, dan past de vertaling van 'theios' met 'God' goed in de samenhang van de verzen 1 tot 18. Het Woord heeft alles geschapen.

'Was god(delijk)'. Soms wordt gesteld dat het zelfstandig naamwoord 'theos' niettemin als een bijvoeglijk gebruikt 'goddelijk' moet worden genomen, omdat het lidwoord 'de' ontbreekt. Maar daartegen kan worden aangevoerd dat het zelfstandig naamwoord in het gezegde hier vóór het werkwoord staat en dan wordt het naamwoord gebruikt zonder lidwoord; zou het na het werkwoord staan, dan zou er een lidwoord bij staan[3]. Het ontbreken van het lidwoord is geen voldoende grond voor de vertaling 'goddelijk'. Zelfstandige naamwoorden in gezegden worden in de regel zonder lidwoord gebruikt en daardoor onderscheiden van het grammaticale onderwerp. Ook het zinsverband eist niet dat we aan een bijvoeglijk gebruik moeten denken.

"Het leven was het licht" (Gr. he zoe en to phos) heeft zowel in het onderwerp als in het gezegde het bepaalde lidwoord. Licht en leven zijn hier identiek. 'God' in 'het Woord was God' heeft in het Grieks geen lidwoord, ze zijn niet identiek[4]. De Vader is niet dezelfde als de Zoon. De Zoon (het Woord) is bij God (de Vader), maar is ermee niet te vereenzelvigen. 'Ho theos' zou van het Woord de enige en hele Godheid maken, met uitsluiting van de Vader en de Heilige Geest. Maar 'theos' zonder het bepaalde lidwoord sluit een algehele vereenzelviging met God uit. Johannes deelde mee dat het Woord bij God was, en het zou vreemd zijn als hij meteen daarop zou stellen dat het Woord identiek was met God.

'Was een God'. Wegens het ontbreken van het lidwoord vertalen Jehovah's Getuigen 'was een god'. Deze (kleine) god heeft echter alles te hebben gemaakt, laat Johannes meteen daarop weten. Door die vertaling komen we uit bij meergodendom.

Muziekvideo Joh. 1:1-3



John 1 :: Beathe Krueger | Anja Schraal. Gepubliceerd op 1 aug. 2018 door Bibelstream :: Deutsch op Youtube.com. Beathe Krueger en Anja Schraal vertolken in een lied de versen Joh. 1:1-3, in de video vanaf 1 min 37 sec., na het getuigenis van Beathe.

Joh. 1:18

Joh 1:18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon die in de schoot van de Vader is, die heeft Hem verklaard. (TELOS)

De eniggeboren Zoon. Sommigen lezen in de Griekse brontekst monogenes theos = 'enige (of eniggeboren) God', anderen monogenes huios'= 'enige (of eniggeboren) Zoon'. De meeste geleerden nemen aan dat monogenes theos de oorspronkelijke lezing is[5].

monogenes huios ('enige zoon') als de oorspronkelijke lezing.

In de schoot van de Vader. Hij is heel dicht bij God. Vergelijk:

Joh 1:1 In het begin was het Woord; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Joh 1:2 Dit was in het begin bij God. (TELOS)

Joh. 1:51

Joh 1:51 (1-52) En Hij zei tot hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg je: Je zult van nu aan de hemel geopend zien en de engelen van God opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen. (TELOS)

Een glimp van Zijn heerlijkheid in het Vrederijk wordt gegeven in deze verklaring: de engelen zullen opstijgen en neerdalen op de Zoon des mensen.

Voetnoten

  1. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 73-74.
  2. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 68v. Daar worden nog meer redenen genoemd.
  3. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 69v.
  4. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 72.
  5. Ed. L. Miller, "'The Logos Was God'," in: The Evangelical Quarterly 53.2 (April-Juni. 1981): 65-77, blz. 65.