Evangelie naar Johannes/Commentaar/Hoofdstuk 11

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 11 van het Bijbelboek Evangelie naar Johannes wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

De opwekking van Lazarus, een vriend van de Heer. Hierdoor wordt God verheerlijkt, de zusters Martha en Maria worden getroost, het medeleven van de Heer komt openbaar en tevens zijn macht over de dood.

  • 11:1-16   Het bericht over Lazarus' dood 
  • 11:17-27 Gesprek met Martha
  • 11:28-32 Gesprek met Maria
  • 11:33-44 Opwekking van Lazarus
  • 11:45-53 De Joodse Raad beraadslaagt om Jezus te doden
  • 11:54      Jezus verwijdert zich naar Efraïm
  • 11:55-57 Jezus vóór het Pascha in Jeruzalem gezocht

De heerlijkheid van de Zoon van God wordt geopenbaard door de opwekking van Lazarus: Jezus is de opstanding en het leven. Tegelijkertijd ontstaat een crisis als gevolg van zijn invloed op de Joden. De leiders van het volk zweren daarom samen. De voorzitter van de Raad, de hogepriester, beslist dat het nuttig was, dat één mens sterft voor het volk en niet het hele volk omkomt. De hogepriester sprak dit onder ingeving van Boven, en de Geest voegt toe: "en niet alleen voor het volk, maar opdat Hij ook de verstrooide kinderen van God tot een zou vergaderen" (Joh. 11:52).

Joh. 11:1-44. Dood en opwekking van Lazarus

Joh. 11:6

Joh 11:6  Toen Hij dan hoorde dat hij ziek was, bleef Hij nog twee dagen in de plaats waar Hij was. (Telos)

Twee dagen. Mogelijk een aanduiding van tweeduizend jaar tot de komst van de Heer. Want één dag is bij God als duizend jaar, en omgekeerd (2 Petr. 3:18)

Hos 6:2  Hij zal ons na twee dagen levend maken; op den derden dag zal Hij ons doen verrijzen, en wij zullen voor Zijn aangezicht leven. (SV)

2Pe 3:8  Maar laat dit ene u niet onbekend zijn, geliefden, dat een dag bij de Heer is als duizend jaar en duizend jaar als een dag. (Telos)

Joh. 11:9-10

Joh 11:9  Jezus antwoordde: Zijn er niet twaalf uren in de dag? Als iemand overdag wandelt, struikelt hij niet, omdat hij het licht van deze wereld ziet;  Joh 11:10  maar als iemand ‘s nachts wandelt, struikelt hij, omdat het licht niet in hem is. (Telos)

De gelovigen zijn 'van de dag' (1 Thess. 5:8), 'zonen van het licht en zonen van de dag' (1Thess. 5:5).

1Th 5:2  Want u weet zelf nauwkeurig dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht.  1Th 5:4  Maar u, broeders, bent niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou overvallen; 1Th 5:5  want u bent allen zonen van het licht en zonen van de dag. Wij zijn niet van de nacht of van de duisternis. (...) 1Th 5:8  Maar laten wij die van de dag zijn, ... (Telos);

Joh. 11:11

Joh 11:11  Dit sprak Hij en daarna zei Hij tot hen: Onze vriend Lazarus slaapt, maar Ik ga heen om hem uit de slaap te wekken. (Telos)

Slaapt. De slaap des doods. Wie in de Heer sterft, ontslaapt in Hem.

1Th 4:13  Maar wij willen niet dat u onwetend bent, broeders, wat betreft hen die ontslapen, opdat u niet bedroefd bent, zoals ook de overigen die geen hoop hebben. (Telos)

Zie Ontslapen.

Joh. 11:17

Joh 11:17  Toen Jezus dan kwam, vond Hij dat Lazarus al vier dagen in het graf was. (Telos)

Vier dagen. Zie ook vers 39.

Joh. 11:20

Joh 11:20  Toen Martha dan hoorde dat Jezus kwam, ging zij Hem tegemoet; maar Maria zat in huis. (Telos)

Ging zij Hem tegemoet. En op een andere plaats dan haar huis ontmoet zij Hem en spreekt met Hem.

Joh 11:30  Jezus nu was nog niet in het dorp gekomen, maar was nog op de plaats waar Martha Hem ontmoet had. (Telos)

Zoals wij Hem tegemoet gaat, als Hij wederkomt.

1Th 4:17  daarna zullen wij, de levenden die overblijven, samen met hen in wolken worden opgenomen de Heer tegemoet in de lucht; en zo zullen wij altijd met de Heer zijn. (Telos)

Maria zat in huis. Zij bleef achter, blijkbaar zonder geloof dat haar broer nu nog levend zou worden.

Joh. 11:21

Joh 11:21  Martha zei tot Jezus: Heer, als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn; (Telos)

Niet gestorven zijn. Als de Heer komt, zullen de gelovigen die dan op aarde leven niet ontslapen, maar veranderd worden.

1Co 15:51  Zie, ik zeg u een verborgenheid. Wij zullen niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, (Telos)

Joh. 11:25-26

Joh 11:25  Jezus zei tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al sterft hij;  Joh 11:26  en ieder die leeft en in Mij gelooft, sterft geenszins in eeuwigheid. Geloof je dat? (Telos)

Dit wordt bewaarheid bij de eerste opstanding van de ontslapenen in Christus en de opname van de op aarde achtergebleven levende gelovigen (1 Thess. 4). Merk ook de volgorde van Jezus' woorden op: de gestorvenen zullen leven, de levenden zullen niet sterven.

Joh. 11:27

Joh 11:27  Zij zei tot Hem: Ja Heer, ik geloof dat U de Christus bent, de Zoon van God, die in de wereld zou komen. (Telos)

Die in de wereld zou komen. Lett. degene tot/in de wereld komende'. Men kan dit verstaan van zijn eerste komst, maar ook als zinspeling op zijn tweede komst. Vergelijk:

Joh 11:27  Zij zegt tot hem: ja, Heer,- ík ben tot het geloof gekomen dat u de Christus bent, de Zoon van God die tot de wereld komt! (NaB)

Joh 11:27  Ze zeide Hem: Ja, Heer; ik geloof, dat Gij de Christus zijt, Gods Zoon, die in de wereld komt. (Canis)

Joh 11:27   Zij zei tot Hem: ‘Ja, Heer ik geloof vast dat Gij de Messias zijt, de Zoon Gods, die in de wereld komt.’ (WV78)

Joh 1:9  Dit was het waarachtige licht, dat in de wereld komt en iedere mens verlicht. (Telos)

Opb 1:4  Johannes aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: genade zij u en vrede van Hem die is en die was en die komt, en van de zeven Geesten die voor zijn troon zijn, (Telos)

Opb 1:7  Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben; en alle stammen van het land zullen over Hem weeklagen. Ja, Amen.  Opb 1:8  Ik ben de alfa en de omega, zegt de Heer, God, Hij die is en die was en die komt, de Almachtige. (Telos)

Opb 4:8  En de vier levende wezens hadden elk afzonderlijk zes vleugels, rondom en van binnen waren zij vol ogen en zij hebben geen rust, dag en nacht, en zeggen: Heilig, heilig, heilig, Heer, God de Almachtige, die was en die is en die komt. (Telos)

Joh. 11:29

Joh 11:19  En velen van de Joden waren naar Martha en Maria toe gekomen om hen over hun broer te troosten. (Telos)

Troosten. Het woord komt 2x voor in dit gedeelte, ook in vers 31. Paulus schreef een brief aan de Thessalonicenzen, mede om hen te vertroosten in verband met de ontslapenen.

1Th 4:13  Maar wij willen niet dat u onwetend bent, broeders, wat betreft hen die ontslapen, opdat u niet bedroefd bent, zoals ook de overigen die geen hoop hebben. (Telos)

1Th 4:18  Vertroost daarom elkaar met deze woorden. (Telos)

Joh. 11:31

Joh 11:31  Toen nu de Joden die met haar in het huis waren en haar vertroostten, zagen dat Maria snel opstond en naar buiten ging, volgden zij haar in de mening dat zij naar het graf ging om daar te wenen. (Telos)

Vertroostten. Het woord komt 2x voor in dit gedeelte, ook in vers 29.

Joh. 11:39

Joh 11:39  Jezus zei: Neemt de steen weg. Martha, de zuster van de gestorvene, zei tot Hem: Heer, hij riekt al, want hij is daar vier dagen. (Telos)

Vier dagen. Zie ook vers 17. Mogelijk staan deze dagen in allegorische zin voor de vierduizend jaren van Abraham tot de wederkomst van de Heer[1]. Lazarus was een vriend van Jezus, Abraham was een vriend en liefhebber van God.

Jes 41:8  Maar gij, Israël, Mijn knecht! gij Jakob, dien Ik verkoren heb! het zaad van Abraham, Mijn liefhebber! (SV)

In Jes. 41:8 hebben enige andere vertalingen: 'mijn vriend' (NBG51, Canis, WV95, NBV2004).

Voorafbeelding van Zijn wederkomst

In de geschiedenis van de opwekking van Lazarus kunnen we een beeld zien van de toekomstige opstanding van de ontslapenen en ook van de opname van de gemeente[2].

Lazarus in het graf is een beeld van de gelovige die gestorven is, vóórdat de Heer Jezus komt.

Hij, een vriend van Jezus, lag daar vier dagen, een beeld van de tijd van Abraham, een vriend van God, tot aan de wederkomst van de Heer (aangenomen dat hij na tweeduizend jaar terugkomt).

Martha is een beeld van de gelovige, die de komst van de Heer belijdt en verwacht, 11:27, en van de levende gelovige die de Heer tegemoet gaat bij diens komst, 11:29; 1 Thess. 4:17.

Maria is een beeld van de Jood, die na het vertrek van Martha achterblijft en later tot geloof komt, en van de gelovigen die uit de verdrukking komen, Opb. 7:14.

De Heer Jezus zegt dat Lazarus slaapt, 11:11. 1 Thess. 4:13 spreekt van de gestorvenen in Christus als hen die 'ontslapen' zijn, wanneer Hij komt.

Evenals Lazarus zullen de doden worden opgewekt bij de komst van de Heer, 11:25-26.

Als de Heer er was geweest, zegt Martha, zou Lazarus niet gestorven zijn, 11:26. Als wij nog op aarde zijn als de Heer komt, zullen wij niet sterven.

De verzen 11:25-26 geven de volgorde aan: de gestorvenen zullen leven, de levenden zullen niet sterven (maar zullen na de opwekking van de ontslapenen worden veranderd).

In het gedeelte is 2x sprake van vertroosten, 11: 29, 31. Zo ook in 1 Thess. 4:18 (zie ook vers 13 'bedroefd') en 5:11, waar in verband met de nabestaanden en de komst van de Heer sprake is van troosten.

Voetnoten

  1. Douglas Stauffer meent dat de vier dagen die symbolische betekenis hebben, zie Doug Stauffer: The Pre-Trib Rapture. Vanaf 15 min. 31 sec. Youtube.com: Prophecy Watchers, 23 dec. 2014. Gesprek van Gary Stearman met Douglas Stauffer.
  2. Doug Stauffer: God's Wrath vs. The Pre-Tribulation Rapture. Vanaf 28 min. 25 sec. Youtube.com: Prophecy in the News, 28 jan. 2015. Gesprek van Kevin Clarkson met Douglas Stauffer. Doug Stauffer: The Pre-Trib Rapture. Vanaf 14 min. 5 sec. Youtube.com: Prophecy Watchers, 23 dec. 2014. Gesprek van Gary Stearman met Douglas Stauffer.