Evangelie naar Johannes/Commentaar/Hoofdstuk 13

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 13 van het Bijbelboek Evangelie naar Johannes wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.


Jezus wast - gelijk een slaaf - de voeten van zijn leerlingen. Hij wijst de verrader aan. Judas gaat heen om hem te verraden. Het liefdegebod.

  • 13:1-17 Jezus wast de voeten van zijn leerlingen, hen tot voorbeeld
  • 13:18-30 Jezus wijst Judas aan als de verrader. Judas vertrekt. 
  • 13:31-32 De Zoon des mensen is verheerlijkt en God in hem.
  • 13:33 Jezus kondigt zijn heengaan aan
  • 13:34-35 en geeft zijn leerlingen een nieuw gebod, een liefdegebod.

De Heer wast de voeten van de discipelen, want het uur is gekomen dat Hij heengaat naar de Vader. De voetwassing maakt duidelijk dat de leerlingen zedelijk geschikt moeten zijn voor de nieuwe plaats waar hun Heer zou heengaan, waarin zij een deel met Hem zouden moeten hebben. De werking van het Woord (het water) zou hen zedelijk in staat stellen om te genieten van de gemeenschap met Hem, wanneer Hij bij de Vader zou zijn. In het begin waren ze geestelijk gezien geheel gewassen of gebaad (zoals bij de wijding van de priesters onder de Mozaïsche wet) en dit hoefde niet herhaald te worden; maar om hemelse dingen te genieten was een herhaalde praktische reiniging nodig, aangeduid door het wassen van de voeten alleen. Dit werk moeten de leerlingen ook aan elkaar doen: door de bediening van het woord verwijderen wat de gemeenschap verhindert. Zonder gemeenschap met Hem kunnen zij Hem niet in de wereld vertegenwoordigen.

Deze dingen zijnen niet van toepassing op Judas. Na ontvangst van het stuk ingedoopt brood uit de handen van de Heer gaat Judas onmiddellijk heen om Hem te verraden. Het is nacht. In tegenstelling met het verraad en het lijden dat over Hem zal komen, spreekt de Heer van de verheerlijking van de Zoon des mensen, in wie God verheerlijkt is. God zal de Zoon terstond verheerlijken. Hij gebiedt hun elkaar lief te hebben zoals Hij hen heeft liefgehad. Dit is een nieuw gebod. De discipelen zullen door hun onderlinge liefde gekend worden als degenen die van Hem zijn. 

De Heer voorzegt de verloochening door Petrus, als deze zegt zijn leven voor de meester te zullen afleggen.