Evangelie naar Mattheüs

Uit Christipedia

Het evangelie naar Mattheüs, ook genoemd Mattheüsevangelie of kortweg Mattheüs, is het eerste boek van het Nieuwe Testament, het eerste van de vier zogenaamde evangeliën (Mattheüs, Marcus, Lucas, Johannes), die een levensbeschrijving van Jezus Christus geven. Mattheüs is vooral aan Joodse lezers gericht en tekent de Heer Jezus als de beloofde Messias, de zoon van Abraham en de zoon van David, de Koning van Israël.

Boodschap en lezers

De vier evangeliën geven een beschrijving van het leven, de woorden en de werken van de Here Jezus Christus. Nadruk ligt op zijn lijden, sterven en opstanding. Het woord  "Evangelie" is afgeleid van een Grieks woord dat "goed nieuws" betekent. Het goede nieuws is dat de beloofde Verlosser en Koning van Israël, wiens komst aangekondigd was in het Oude Testament, is verschenen in de persoon van Jezus Christus. Met Hem breekt Gods koninkrijk baan. Dit koninkrijk is het centrale thema in de evangeliën.

In het evangelie volgens Mattheüs wordt Jezus in het bijzonder voorgesteld als de Christus (Messias), de zoon van Abraham en de zoon van David, de koning van Israël. Het geschrift begint het geslachtsregister van Jezus dan ook met Abraham, de stamvader van Israël.

Het evangelie is duidelijk in de eerste plaats bestemd voor de Joden, dit blijkt uit de vele teksten en beloften die aangehaald worden uit het Oude Testament. Een veel voorkomend woord is daarom ook "vervuld." Het is duidelijk de bedoeling van Mattheüs te bewijzen dat Jezus de beloofde Messias van Israël is. Tevens laat Mattheüs zien dat het evangelie ook voor de heidenen is, dit blijkt o.a. uit de grote opdracht in hoofdstuk 28. Het evangelie is volgens Papias, een tijdgenoot van de apostel Johannes, oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws.

Schrijver en datering

De auteur van het eerste evangelie wordt alleen in de titel 'naar Mattheüs' met name als schrijver genoemd. De titel 'naar Mattheüs' is waarschijnlijk later toegevoegd. Christelijke schrijvers vanaf de eerste eeuwen na Christus (bijv. Papias, Pantaenus, Ireneüs, Origines, Hieronymus) geven aan dat Mattheüs, één van Jezus discipelen, de schrijver is geweest. Papias, een tijdgenoot van de apostel Johannes, is de eerste die Matteüs en Marcus als schrijvers van een evangelie noemt. Dit is voor ons erg belangrijk, want door Mattheüs, een leerling van de Heer Jezus, beschikken we over een betrouwbaar ooggetuigenverslag.

Mattheüs was een tollenaar die door Jezus geroepen werd om zijn volgeling te worden (Matth. 9:9-13). Waarschijnlijk heeft Jezus hem een nieuwe naam gegeven, 'Mattheüs', met de prachtige betekenis "geschenk van God". Zie art. Mattheüs (apostel).

Mattheüs maakt in zijn evangelie gewag van Jezus' profetie over de verwoesting van de tempel, maar uit niets blijkt dat de schrijver weet heeft van de vervulling van die profetie in het jaar 70 na Christus. Op grond hiervan kunnen we opmaken dat het evangelie waarschijnlijk is geschreven vóór de val van Jeruzalem, welke in 70 na Christus plaatsgreep.

Het evangelie is oorspronkelijk geschreven in het Hebreeuws, althans dat wordt meegedeeld door Papias (65-130 n.Chr.), die geput heeft uit de mondelinge overlevering van Jezus' leerlingen. Deze opziener van de christelijke gemeente te Hiërapolis (in de buurt van Laodicea, in Klein-Azië) schreef:

“Mattheus heeft de uitspraken [van Christus] in de Hebreeuwse taal samengevoegd en eenieder vertaalde ze zo goed hij kon.” (Fragment in Eusebius’ Kerkelijke geschiedenis, boek 3, hoofdstuk 39).

De ons ter beschikking staande grondtekst is in het Grieks, we hebben geen Hebreeuws grondtekst van het eerste evangelie. Dat betekent dat er een of meerderen geweest zijn die de Hebreeuwse tekst 'zo goed hij kon" (Papias) in het Grieks hebben overgezet. Dit 'zo goed hij kon' klopt met het Grieks van de brontekst, dat van zeer hoge kwaliteit is. Het evangelie bevat nog enkele Aramese uitdrukkingen. Het is duidelijk gericht op de Joden. Sedert Desiderius Erasmus (ca. 1466 - 1536) wordt echter betwijfeld of het evangelie wel oorspronkelijk in het Hebreeuws geschreven is.

Plaats binnen de Schrift

Aangezien Mattheüs zeer veel citaten bevat uit het Oude Testament, vormt het daarmee als eerste nieuwtestamentische boek een goede brug tussen de beide hoofddelen van de Bijbel.

Praktische betekenis

De Bergrede, in hoofdstuk 5 t/m 7, heeft enorme invloed gehad op het denken van zowel christenen als niet-christenen. Deze Bergrede wordt ook wel de grondwet van het Koninkrijk van God genoemd.

Ook besteed Mattheüs veel aandacht aan de wederkomst van Christus. Enkele gelijkenissen in dat verband komen niet voor bij de andere evangelisten: de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe, en de gelijkenis van de wijze en dwaze bruidsmeisjes. De hoofdstukken 24 en 25 gaan vooral over de wederkomst van Christus.

Bijzondere kenmerken

Mattheüs is het enige evangelie dat spreekt over de gemeente van Jezus Christus, (16:18; 18:17).

Enkele gebeurtenissen die niet voorkomen in andere bijbelboeken zijn: het bezoek door de wijzen uit het Oosten, de bewaking van het graf van Jezus, en het bedrog van de Joodse raad over de opstanding.

Ook enkele gelijkenissen van Jezus komen alleen voor in dit evangelie: gelijkenis van de arbeiders in de wijngaard, de gelijkenis van de koninklijke bruiloft.

Ook de gebeurtenis m.b.t. het hoofdgeld en de uitnodiging aan vermoeiden en belasten om bij Jezus te komen, vinden we enkel in Mattheüs.

Indeling en overzicht

Het boek kan op verschillende gronden worden ingedeeld.

Naar de plaats van Jezus' handelingen is het in te delen in vier hoofddelen:

  • deel 1   1:1 - 4:16         Geslachtsregister, geboorte, Johannes de Doper, Jezus doop en verzoeking in de woestijn en de aanvang van zijn bediening.
  • deel 2   4:17 - 16:20     Jezus optreden in Galilea.
  • deel 3   16:21 - 25:46     Jezus op weg naar Jeruzalem.
  • deel 4   26:1 - 28:20     Jezus lijden, sterven, opstanding, verschijningen en grote zendingsopdracht.

Een indeling naar het thema "De lijdende Koning-Knecht van God":

  • Mt. 1-4      Inleiding: Geslachtsregister, geboorte, optreden Joh. de Doper, Doop, Verzoeking.
  • Mt. 5-7      Eerde rede: regels voor gezindheid en gedrag van de discipelen van het Koninkrijk
  • Mt. 8-12    Naar de verwerping, met rede in H10. Gezag van de Koning (Messias) bevestigd door wonderen. Roeping en uitzendingen van de twaalven
  • Mt 13        Scharnier (7 gelijkenissen)
  • Mt 14-22   Naar het kruis, met rede in H 18. Vanaf Mt 16 kondigt de Heer zijn lijden en sterven aan, en komt de gemeente in zicht.
  • Mt. 23-25  Laatste rede
  • Mt 26-28   Uitleiding

In het licht van het hoofdthema: "Jezus is de Messias-Koning", kan men de volgende indeling maken:

  • deel 1      de geboorte van de Koning               hoofdstuk 1 + 2
  • deel 2      de wegbereider van de Koning           hoofdstuk 3
  • deel 3      de Koning getest                             hoofdstuk 4:1-11
  • deel 4      de proclalmatie van de Koning           hoofdstuk 4:12-25
  • deel 5      de wetten van de Koning                  hoofdstuk 5 - 7
  • deel 6      de bediening van de Koning              hoofdstuk 8 - 11:19
  • deel 7      de verwerping van de Koning            hoofdstuk 11:20 - hoofdstuk 23
  • deel 8      de komst van de Koning                   hoofdstuk 24 - 25
  • deel 9      dood en opstanding van de Koning    hoofdstuk 26 -28

Met het oog op het hoofdthema "Koninkrijk der hemelen" kan men de volgende ontleding maken[1]:

  • Hoofdstuk 1 – 4  Wettiging van de Stichter van het Koninkrijk der hemelen.
    (Afkomst, geboorte, huldiging door de wijzen, doop, verzoeking, roeping van de discipelen).
  • Hoofdstuk 5 – 7 :27  Beginselen van het Koninkrijk der hemelen.
    (De Bergrede, waarin de kenmerken van de ware burgers van het Koninkrijk worden aangewezen).
  • Hoofdstuk 7 :28 – 10  De reddende strekking van het Koninkrijk der hemelen.
    (Prediking, genezingen en uitwerping van duivelen door Jezus Zelf, en uitzending van de discipelen, om in dit werk Zijn medearbeiders te zijn).
  • Hoofdstuk 11 – 13 :52  De voortgang van het Koninkrijk der hemelen ondanks tegenstand.
    (Tegenstand: Johannes in de gevangenis; zijn woord èn dat van Jezus verworpen; optreden van de Farizeeën. Voortgang: aangewezen in de gelijkenissen, die de aard, de ontwikkeling en de toekomst van het Koninkrijk der hemelen in het licht stellen).
  • Hoofdstuk 13 :53 – 18  De machtige werking van het Koninkrijk der hemelen.
    (Wonderen en tekenen. Belijdenis van de apostelen. Verheerlijking op de berg. De grote kracht van het geloof. Lijdensaankondiging.)
  • Hoofdstuk 19 – 25  De tucht en het oordeel in het Koninkrijk der hemelen.
    (Echtscheiding. De rijke jongeling. De arbeiders in de wijngaard. Salomé met haar zonen. Intocht in Jeruzalem Tempelreiniging. Gelijkenissen. De huichelachtige goddeloosheid van Israël bestraft. Laatste woorden tot de discipelen, sprekend van Zijn toekomstige verschijning als Rechter).
  • Hoofdstuk 26 – 28  Bevestiging van het Koninkrijk der hemelen. Door de instelling van het Heilig Avondmaal en door Zijn dood en opstanding.

Samenvatting en commentaar

Samenvatting

Hoofdstukken die zijn samengevat en/of passages ervan becommentarieerd:
Mattheüs: 1 · 2 · 3 · 4 · 5 · 6 · 7 · 8 · 9 · 10 · 11 · 12 · 13 · 14 · 15 · 16 · 17 · 18 · 19 · 20 · 21 · 22 · 23 · 24 · 25 · 26 · 27 · 28

Meer weten

Ger de Koning, Mattheüs, Zie-Serie 1. Uitgeverij Daniël, 2016, 1e druk. Pagina's: 341. Nu lezen op kingcomments.com. Download pdf van oudesporen.nl. E-book ePub-formaat. E-book Mobi-formaat. Productinfo over de papieren versie.

Bronnen

A New and Concise Bible Dictionary s.v. Matthew, Gospel by. George Morris, 1899. Hieruit is vertaalde tekst opgenomen in 2011 en 2012.

C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 65-66. Hieruit is onder toestemming op 25 augustus 2012 tekst gebruikt.

Voetnoot

  1. De indeling en de tekst hiervan zijn van C. Lindeboom, Bijbelgids, of Handleiding tot het verkrijgen van Bijbelkennis (Middelburg: Stichting de Gihonbron, 2009; bewerking door J. Pluimers van de uitgave uit 1929), blz. 65-66