Evangelie naar Mattheüs/Commentaar/Hoofdstuk 11

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 11 van het Bijbelboek Evangelie naar Mattheüs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Matth. 11:12

Mt 11:12 Van de dagen nu van Johannes de doper tot nu toe wordt het koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en geweldenaars rukken het weg.

Johannes kondigde de komst van de Koning aan. Johannes werd in de kerker gegooid en later onthoofd. Ook de Heer Jezus, de Koning, is later gevangen genomen en gedood.

Matth. 11:14

Mt 11:13 Want alle profeten en de wet hebben tot op Johannes geprofeteerd. Mt 11:14 En als u het wilt aannemen, hij is Elia die zou komen. Mt 11:15 Wie oren heeft om te horen, laat hij horen. (TELOS)

Hij is Elia die zou komen. De Heer Jezus verwijst naar deze voorzegging:

Mal 4:4 Gedenk der wet van Mozes, Mijn knecht, die Ik hem bevolen heb op Horeb aan gans Israël, der inzettingen en rechten. Mal 4:5 Ziet, Ik zende ulieden den profeet Elia, eer dat die grote en die vreselijke dag des HEEREN komen zal. Mal 4:6 En hij zal het hart der vaderen tot de kinderen wederbrengen, en het hart der kinderen tot hun vaderen; opdat Ik niet kome, en de aarde met den ban sla. (SV)

Johannes kwam in de geest van Elia.

Matth. 11:19

Mt 11:19 De Zoon des mensen is gekomen en heeft gegeten en gedronken, en zij zeggen: Zie, een mens die een gulzigaard en wijndrinker is, een vriend van tollenaars en zondaars. En de wijsheid is gerechtvaardigd door haar werken. (TELOS)

De wijsheid is gerechtvaardigd door haar werken. Iemand een demon toeschrijven, een gulzigaard, wijndrinker of vriend van zondaars noemen is geen bewijs van wijsheid of inzicht. De wijsheid moet blijken uit werken, uit tastbaar gedrag.