Evangelie naar Mattheüs/Commentaar/Hoofdstuk 16

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 16 van het Bijbelboek Evangelie naar Mattheüs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Matth. 16:1

Mt 16:1  En de farizeeen en sadduceeen kwamen naar Hem toe, en om Hem te verzoeken vroegen zij Hem hun een teken uit de hemel te tonen. (TELOS)

Een teken uit de hemel. Vergelijk Elia, die vuur uit de hemel afbad. En het optreden van de eindtijdse valse profeet, die een teken uit de hemel zal tonen. 

Matth. 16:18

Matth. 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen. (TELOS)

Het zinsverband is dit.

Mt 16:15 Hij zei tot hen: U echter, Wie zegt u dat Ik ben? Mt 16:16 Simon Petrus nu antwoordde en zei: U bent de Christus, de Zoon van de levende God. Mt 16:17 Jezus nu antwoordde en zei tot hem: Gelukkig ben jij, Simon, Bar-jona, want vlees en bloed heeft je dat niet geopenbaard, maar mijn Vader die in de hemelen is. Mt 16:18 En ook Ik zeg je dat jij Petrus bent, en op deze rots zal Ik mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hades zullen haar niet overweldigen. Mt 16:19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven, en alles wat jij zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemelen, en alles wat jij zult ontbinden op de aarde, zal ontbonden zijn in de hemelen. Mt 16:20 Toen verbood Hij zijn discipelen, dat zij iemand zouden zeggen dat Hij de Christus was. (Telos)

Deze rots. Men gaat te ver wanneer men zegt, dat Christus daarmee alleen zichzelf en niet Petrus zou hebben bedoeld. Waarschijnlijk doelt de Heer in de eerste plaats op Zichzelf, maar niet zonder Petrus in te sluiten. Voor deze verklaring zijn de volgende gronden aan te voeren:

1. In het Grieks staan er twee verschillende, maar wel verwante woorden: "Petros", Grieks πετρος (= Steen) voor Petrus en "Petra", Grieks πετρα (= rots) voor rots.

2. Er is een vergelijkbaar geval, waarbij de Heer op Zichzelf doelt, terwijl hij op iets anders schijnt te duiden. Want bij de tempel zei Jezus: "breekt dit tempelhuis af enz". De Joden meenden dat hij doelde op de tempel van steen, maar Hij sprak van zijn lichaam.

Joh 2:19 Jezus antwoordde en zei tot hen: Breekt dit tempelhuis af en in drie dagen zal Ik het oprichten. Joh 2:20 De Joden zeiden dan: In zesenveertig jaar is dit tempelhuis gebouwd, en U zult het in drie dagen oprichten? Joh 2:21 Maar Hij sprak over het tempelhuis van zijn lichaam. (TELOS)

Jezus noemt in Matth. 16:18 niet duidelijk Petrus de rots, waarop Hij zijn gemeente bouwen zal. Hij zegt niet "op jou zal ik mijn gemeente bouwen", maar "op deze rots". 3. De Heer heeft eerder het woord "rots" voor Zichzelf, eigenlijk Zijn woorden en de naleving ervan, gedoeld:

Mt 7:24 Ieder dan die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal vergeleken worden met een wijs man, die zijn huis op de rots heeft gebouwd; Mt 7:25 en de slagregen viel en de waterstromen kwamen en de winden waaiden en beukten tegen dat huis; en het viel niet, want het was op de rots gegrondvest. (TELOS)

Lu 6:47 Ieder die tot Mij komt en mijn woorden hoort en ze doet, Ik zal u tonen aan wie hij gelijk is. Lu 6:48 Hij is gelijk aan een mens die een huis bouwde; hij groef, diepte uit en legde een fundament op de rots. Toen er nu een stortvloed kwam, sloeg de waterstroom tegen dat huis en was niet in staat het te doen wankelen, omdat het goed gebouwd was. (TELOS)

4. Er kan maar één persoon de rots zijn, waarop het kolossale gebouw van de gemeente verrijst en dat is de Heer Zelf. Petrus schreef:

1Pe 2:7 Voor u dan die gelooft, is dit kostbare; maar voor de ongelovigen: ‘De steen die de bouwlieden hebben verworpen, deze is tot een hoeksteen geworden’, en’ een steen des aanstoots en een rots der ergernis’. (TELOS)

Paulus schreef:

Ro 9:33 zoals geschreven staat: ‘Zie, Ik leg in Sion een steen des aanstoots en een rots der ergernis’; en ‘wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden’. (TELOS)

1Co 10:4 en allen dezelfde geestelijke drank dronken. (Want zij dronken uit een geestelijke steenrots die volgde; de steenrots nu was Christus.) (TELOS)

De apostel Paulus zegt duidelijk over het fundament van de gemeente:

1Co 3:11 Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat er ligt, dat is Jezus Christus. (TELOS)

De Heer Jezus is het fundament, dat door Petrus, Paulus en anderen is gelegd.

1Co 3:10 Naar de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt erop. ... (TELOS)

3. In zekere zin kunnen Petrus, Paulus door een grondleggende arbeid tot het fundament van de Gemeente gerekend worden. Dat doet Paulus:

Efe 2:19 Dus bent u geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar u bent medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, Efe 2:20 opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus Zelf hoeksteen is, Efe 2:21 in Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, opgroeit tot een heilige tempel in de Heer; Efe 2:22 in Wie ook u mee opgebouwd wordt tot een woonplaats van God in de Geest. (TELOS)

Merk op dat de Heer met de apostelen en profeten het fundament uitmaken, maar ook dan is de Heer de hoeksteen, het belangrijkste deel van het fundament.

Daarom, al doelt de Heer in de eerste plaats op zichzelf, Petrus speelt wel een grondleggende rol. Door diens blijmoedige belijdenis en moedige werkzaamheid wil Hij de gemeente gronden.

De rots van de Gemeente is niet de persóón van Petrus, nog minder zijn vermeende opvolgers (de Roomse pausen). Van ondergeschiktheid aan Petrus, gelijk zijn gewaande opvolger beweert, in nergens enige sprake.

De oud-Lutherse theologen zeggen kort: het is de belijdenis van Petrus. De grondsteen der kerk is haar belijdenis van Christus. En daar Petrus deze belijdenis het eerst en met grote vreugde uitsprak, heeft hem de Heer als werktuig van de stichting der kerk verklaard en gebruikt, zoals wij dit uit de Handelingen der Apostelen zien. Maar ditzelfde boek toont, dat hij daarom niet ook later haar bestuurder zou moeten zijn. Veeleer treedt hij later kennelijk op de achtergrond en de hoofdwerkzaamheid voor de heidenen gaat over op Paulus, die meer heeft gearbeid dan de andere apostelen (1 Cor. 15).

Matth. 16:19

Mt 16:19 Ik zal je de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven, en alles wat jij zult binden op de aarde, zal gebonden zijn in de hemelen, en alles wat jij zult ontbinden op de aarde, zal ontbonden zijn in de hemelen. (TELOS)

De sleutels van het koninkrijk der hemelen. De sleutels zijn de middelen om het Koninkrijk der hemelen te openen. De sleutels zijn het evangelie van Jezus, met de oproep tot bekering en geloof. Door de verkondiging van het evangelie, gepaard met het oproep tot bekering en geloof, wordt de deur opengezet en kunnen de mensen binnengaan. Petrus gebruikte deze sleutels en opende de deur van het koninkrijk der hemelen in het boek Handelingen. Door geloof en bekering kunnen de toehoorders binnengaan.

Binden ... ontbinden. Binden is voor onwettig verklaren, verbieden. Ontbinden is voor geoorloofd verklaren wat eerder geboden of verboden was, wettig verklaren. Deze verklaring past goed bij het Joodse gebruik van de woorden “binden” en “ontbinden”. In Hand 15 worden hoererij, het eten van bloed en het van het verstikte gebonden. De besnijdenis wordt ontbonden, d.w.z. onbesneden blijven wordt geoorloofd verklaard.

Bron

Tekst van het commentaar op vers 18 is deels ontleend en onttrokken aan het artikel Rots.