Evangelie naar Mattheüs/Commentaar/Hoofdstuk 25

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 25 van het Bijbelboek Evangelie naar Mattheüs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Gelijkenis van de tien maagden (25:1-13)

De grote les van de gelijkenis van de tien maagden is: Waakt en zorg voor reserve-olie. De gelijkenis eindigt met de vermaning 'Waakt dan, want u kent de dag of het uur niet.' (25:13). Zorg dat je gereed bent voor de komst van de Heer en olie in je kruik hebt: de Heilige Geest hebt. De gelijkenis dient tot oproep om te waken, niet in slaap te vallen, en tot waarschuwing voor hen die slechts in naam christen zijn.

Matth. 25:1

Mt 25:1  Dan zal het koninkrijk der hemelen gelijk zijn geworden aan tien maagden die hun lampen namen en uitgingen de bruidegom tegemoet. (TELOS)

De bruidegom. Dat is, zo wordt duidelijk, de Heer Jezus Christus.

Uitgingen de bruidegom tegemoet. Zij verwachtten zijn nabije komst: Hij kan elk ogenblik komen. Zijn komst is aanstaande!

Matth. 25:3

Mt 25:3 Want de dwaze namen hun lampen, maar namen geen olie met zich mee; (TELOS)

Geen olie. Olie is nodig om de lampen te laten branden, om licht te geven.

Mt 5:16 Laat zo uw licht schijnen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader die in de hemelen is, verheerlijken. (TELOS)

De zeven gemeenten in het laatste Bijbelboek worden voorgesteld door kandelaars, te midden waarvan de Heer Jezus wandelt (Opb. 1: 12, 13, 20; 2:1). De twee getuigen uit dat boek zijn 'de twee kandelaars, die voor de Heer van de aarde staan' (Opb. 11:4).

Matth. 25:4

Mt 25:4 de wijze echter namen olie in hun kruiken, met hun lampen. (TELOS)

De olie in een kruik is de voorraad waaruit de olie in een lamp wordt aangevuld. Dit begin van de gelijkenis doet al denken aan een wachten, een uitzien, een volhouden, een hopen dat tijd vergt. Dat wordt bevestigt in het volgende vers: de bruidegom blijft uit.

Matth. 25:5

Mt 25:5 Toen nu de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en sliepen in. (TELOS)

Uitbleef. Vergelijk 24: 49, de boze slaaf in de vorige gelijkenis stelde vast dat zijn heer uitbleef.

Mt 24:49 Mijn heer blijft uit, en zijn medeslaven begint te slaan en eet en drinkt met de dronkaards, (TELOS)

Vergelijk verderop de gelijkenis van de talenten, waarin de Heer Jezus zegt:

Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen. (TELOS)

Allen. Ook de wijze maagden.

Matth. 25:6

Mt 25:6 Maar te middernacht klonk een geroep: Zie, de bruidegom! Gaat uit, hem tegemoet! (TELOS)

Te middernacht. In de wereld is het duister geworden. Dat de Heer komt als het donker om ons heen is, wordt ook aangeduid in 24:43. Hij komt in de nacht, in een nachtwaak.

Mt 24:43 Weet echter dit, dat als de heer des huizes had geweten in welke nachtwaak de dief kwam, hij zou hebben gewaakt en niet hebben toegelaten dat in zijn huis werd ingebroken. (TELOS)

Een geroep. Dat de komst van de Heer aankondigt en tevens een oproep is.

Vóórdat de Heer Jezus in de wereld verschijnt, zullen er valse christussen optreden, van wie beweerd wordt dat zij de christus zijn. Geroep voor de ware Christus, geroep voor de valse christussen.

Gaat uit, hem tegemoet! Ze waren al (eerder) uitgegaan de bruidegom tegemoet. Toegepast op de christenen: ze waren al op weg naar de Heer, naar de hemel, hun bestemming.

Mt 25:1 Dan zal het koninkrijk der hemelen gelijk zijn geworden aan tien maagden die hun lampen namen en uitgingen de bruidegom tegemoet. (TELOS)

Ze waren echter slaperig geworden. Misschien waren ze weer in huis gegaan. Ze moesten nu opnieuw uitgaan.

Matth. 25:8

Mt 25:8 De dwaze nu zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit. (TELOS)

Onze lampen gaan uit. Hun licht wordt al zwakker en zwakker. Zij hebben geen kruiken met olie. De kruik van hun lichaam is zonder de olie van de Heilige Geest. Ze hebben alleen een uitwendige godsdienstigheid, een lamp die langzaam uitdooft.

Matth. 25:9

Mt 25:9 De wijze antwoordden echter en zeiden: Nee, opdat er niet misschien voor ons en voor u helemaal niet genoeg is; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf. (TELOS)

Nee, opdat. De wijze maagden denken hun olievoorraad zelf nodig te hebben. Ook dat suggereert een lange wachttijd, een benodigd volhouden.

De verkopers. De verkondigers van de goede boodschap van Gods genade.

Jes 55:1 O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk! (SV)

Opb 22:17 En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En laat hij die het hoort, zeggen: Kom! En laat hij die dorst heeft, komen; laat hij die wil, het levenswater nemen om niet. (TELOS)

Koopt voor uzelf. Geloven is een persoonlijke aangelegenheid. Mijn eigen kruik moet olie bevatten: mijn eigen lichaam moet de Heilige Geest inwonend hebben.

Matth. 25:10

Mt 25:10 Toen zij echter weggingen om te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. (TELOS)

Weggingen om te kopen. Mogelijke toepassing: gaan kennis nemen en zich toeëigenen de kern en hoofdzaken van het christendom.

Kwam de bruidegom. Om zijn bruid tot zich te nemen. De maagden zijn niet de bruid, maar de gezellinnen van de bruid. Ze beelden de afzonderlijke christenen uit.

Naar binnen naar de bruiloft. De bruiloft speelt zich binnen, in de hemel, af.

Ro 11:25 Want ik wil niet, broeders, dat u deze verborgenheid onbekend is, opdat u niet wijs bent in eigen oog, dat er voor een deel over Israel verharding is gekomen, totdat de volheid van de volken is ingegaan; (TELOS)

De deur werd gesloten. Van buiten kwam je er niet zomaar in. En wat zich achter de deur ging afspelen, was verborgen voor de (buiten)wereld.

De deur van de ark van Noach, van het reddingsvaartuig, werd door God gesloten.

Ge 7:16 En die er kwamen, die kwamen mannetje en wijfje, van alle vlees, gelijk als hem God bevolen had. En de HEERE sloot achter hem toe. (SV)

Matth. 25:12

Mt 25:12 Hij echter antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet. - (TELOS)

Ik ken u niet. De dwaze maagden wisten van een Heer Jezus, ze wisten dat Hij bestond, maar ze hadden geen persoonlijke verhouding met hem. Zonder Geest is er geen persoonlijke band met Hem.

2Co 13:5 onderzoekt dan uzelf of u in het geloof bent; beproeft uzelf. Of erkent u van uzelf niet, dat Jezus Christus in u is? Zo niet, dan bent u verwerpelijk. (TELOS)

Joh 3:5 Jezus antwoordde: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het koninkrijk van God niet binnengaan. Joh 3:6 Wat uit het vlees geboren is, is vlees; en wat uit de Geest geboren is, is geest. (...) Joh 3:8 De wind waait waarheen hij wil, en u hoort zijn geluid, maar u weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heengaat; zo is ieder die uit de Geest geboren is. (TELOS)

Ga 4:29 Maar zoals destijds hij die naar het vlees geboren was, hem vervolgde die naar de Geest was, zo ook nu. (TELOS)

Matth. 25:13

Mt 25:13 Waakt dan, want u kent de dag of het uur niet. (TELOS)

Waakt dan. Vergelijk de eerdere vermaning van de Heer:

Mt 24:42 Waakt dan, want u weet niet op welke dag uw Heer komt.

Matth. 25:19

Mt 25:19 Na lange tijd nu kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen. (TELOS)

Na lange tijd. Aanduiding van het feit dat de Heer lang zou wegblijven. Vgl. 24:29 "Mijn heer blijft uit" (boze slaaf), 25:5 "Toen nu de bruidegom uitbleef".