Evangelie naar Mattheüs/Commentaar/Hoofdstuk 4

Uit Christipedia
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Hoofdstuk 4 van het Bijbelboek Evangelie naar Mattheüs wordt hieronder samengevat en/of een of meer passages worden becommentarieerd.

Matth. 4:1. Geleid naar de woestijn

Mt 4:1  Toen werd Jezus naar de woestijn omhooggeleid door de Geest om verzocht te worden door de duivel. (TELOS)

Woestijn. De "woestijn van Judea" (3:1), waar Johannes predikte. De profeet doopte in de veel lager gelegen rivier de Jordaan.

Naar de woestijn omhooggeleid. Jezus was gedoopt in de Jordaan. De woestijn van Juda ligt honderden meters hoger dan het dal van die rivier.

Om verzocht te worden door de duivel. De Geest bracht Jezus in dorre omstandigheden. De omstandigheden van de eerste mens, Adam, waren paradijselijk.

In de hof van Eden vond de duivel een aanleiding om Adam en Eva te verzoeken: de begeerte van Eva, de boom met vruchten. Ook in de woestijn, waar Jezus geleid was, vond de duivel een aanleiding om Jezus te verzoeken: diens honger en de woestijn, waar weinig voedsel is

Verzocht. De Geest verzoekt niet, het was de duivel. Verzoeken is iemand door iets trachten te verleiden om een zonde te doen. Het eerste mensenpaar viel in de zonde. De laatste Adam, Jezus, zal de beproeving doorstaan; Hij zal niet in de zonde vallen.

Matth. 4:2. Zijn vasten

Mt 4:2 En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten had gevast, kreeg Hij tenslotte honger. (TELOS)

Veertig. Dat was het getal der jaren dat Israël ooit in de woestijn was. Daar hebben ook zij honger gehad. God heeft echter steeds voorzien. Na de verzoeking van Jezus "kwamen engelen bij Hem en dienden Hem" (4:11).

Matth. 4:3. Eerste verzoeking.

Mt 4:3 En de verzoeker kwam en zei tot Hem: Als U Gods Zoon bent, zeg dan dat deze stenen broden moeten worden. (TELOS)

Verzoeker. Een van de namen voor de duivel.

Deze stenen broden moeten worden. Gods wondermacht kan "uit deze stenen Abraham kinderen verwekken", zei Johannes al (Matth. 3:9). Gods Zoon kan stenen in broden veranderen. De verzoeking bestond hierin, dat de duivel iets van Jezus vroeg dat God niet wilde. Jezus wilde alleen doen wat God hem opdroeg te doen. De duivel daagde Jezus uit om iets te doen, wat schijnbaar in Jezus eigen belang was (zijn honger stillen), maar dat werkelijk niet in zijn belang was.

De duivel verleidde Adam iets te doen dat God verboden had. De duivel trachtte Jezus te verleiden een wonder te verrichten, iets bovennatuurlijks te doen dat God niet had opgedragen. Deze verzoeking was sterker dan die van Adam en Eva. Een verbod overtreden is moeilijker dan iets doen dat niet geboden was. Ook de omstandigheden waren moeilijker dan die paradijselijke.

Matth. 4:4. Jezus' antwoord

Mt 4:4 Hij antwoordde echter en zei: Er staat geschreven’: Niet van brood alleen zal de mens leven, maar van alle woord dat door de mond van God uitgaat’. (TELOS)

Vergelijk:

Joh 4:32 Maar Hij zei tot hen: Ik heb voedsel om te eten dat u niet kent. Joh 4:33 De discipelen dan zeiden tot elkaar: Heeft iemand Hem soms iets te eten gebracht? Joh 4:34 Jezus zei tot hen: Mijn voedsel is, dat Ik de wil doe van Hem die Mij heeft gezonden en zijn werk volbreng. (TELOS)

Adam en Eva hadden kunnen zeggen: Niet door ongehoorzaamheid zullen wij kennis verkrijgen, maar door gehoorzaamheid.